15-01-2016 09:00 | Door: Chris Thijssen

Om de waarde van textielafval te verhogen, zoekt inzamelaar Sympany naar mogelijkheden om het textiel te verwerken tot nieuwe, hoogwaardige garens. Directeur Marc Vooges: "Er wordt in de kledingbranche nog weinig geëxperimenteerd." 

Kledinginzameling is niets nieuws. Al meer dan dertig jaar verzamelen verschillende bedrijven kleding, via inleverpunten en de bekende straatcontainers. Voorheen was kledinginzameling in handen van charitatieve inzamelaars, zoals het Leger des Heils, Humana en Kici.

Inmiddels concurreren ook commerciële inzamelaars zoals De Boer Groep om een plekje voor hun container in steden en gemeenten. Om de concurrentie beter te kunnen bijbenen en om meer te kunnen investeren, sloegen Humana en Kici, de nummers 2 en 3 op het gebied van afvalinzameling, vanaf 2015 de handen ineen. Ze zetten hun activiteiten voort onder de naam Sympany, nog altijd met een charitatieve inslag.

 “Wanneer je minder virgin-materiaal nodig hebt om goed garen te krijgen, pak je al een grote milieuwinst”

Inmiddels haalt de organisatie per jaar zo’n 23 miljoen kilo textiel op. Dit textiel wordt door consumenten ingeleverd via straatcontainers of komt van modemerken of winkeliers die hun onverkochte collecties inleveren. Daarnaast doneren verschillende bedrijven hun oude bedrijfskleding.

Het textiel gaat naar verschillende sorteercentra in Nederland, waar het wordt ontdaan van restafval, en op kwaliteit en soort wordt gesorteerd. Zo biedt de inzamelaar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in zijn sorteercentra in Assen, Eindhoven en Utrecht een baan.

De kleding die nog draagbaar is, verkoopt de inzamelaar aan partners uit binnen- en buitenland. Van de opbrengst van deze verkopen zet de gelieerde stichting, Sympany+, projecten op die mensen in Afrika en India zelfredzaam maken.

Verlieslatende afvalstroom

Er is echter ook een textielstroom die niet opnieuw kan worden gedragen. “Tegenwoordig kunnen we niet meer alleen herdraagbare kleding inzamelen”, zegt Marc Vooges, directeur en bestuurder van Sympany. “We moeten, omdat de gemeenten dat jaren geleden hebben besloten, ook andere vormen van textiel inzamelen. Dat betekent dat mensen ook kapotte en vieze kleding, lakens, dekens en huishoudelijk textiel mogen inleveren in onze containers.”

Marc Vooges

Dat heeft volgens Vooges nogal wat consequenties voor Sympany en andere inzamelaars. Waar ze vroeger bijna 100 procent herdraagbare kleding in de bakken kregen, die goed kon worden verkocht, kampen ze nu met een afvalstroom die lastig te vermarkten is.

Van deze stroom maakt de organisatie nu vooral nieuwe producten, zoals poetsdoeken en isolatiemateriaal. Maar de opbrengsten van deze stromen zijn volgens Vooges verlieslatend. “De kosten die we ervoor maken in de inzameling en in de sortering, wegen absoluut niet op tegen de opbrengst per kilo die je ervoor kunt krijgen”, zegt de directeur.

Om die reden bekijkt Sympany mogelijkheden voor vervezeling van onbruikbaar textiel. “Dat doen we in de hoop dat die grondstof meer waard wordt. Door lange vezels te combineren met virgin-materiaal, waardoor er weer garen van kunnen worden gesponnen.”

Gerecyclede garens

Het hoogwaardige vervezelen van textiel is niet eenvoudig. De moeilijkheid zit volgens de bestuurder met name in het recyclen van een stroom sterk verschillende producten.

“In de kledingbranche worden al gerecyclede garens gebruikt, maar dat zijn garens gemaakt van snijafval dat overblijft bij de productie van kleding", zegt Vooges. "Deze vorm van recycling is relatief gemakkelijk, omdat het gaat om een uniforme productstroom. Bij post consumer-afval, de stroom waar wij mee te maken hebben, is er geen sprake van een uniforme stroom of fractie. De meeste kleding is gemaakt van materiaalmixen. Daarnaast zijn de vezels in kleding niet altijd lang genoeg om ze opnieuw te kunnen spinnen.”

Om de recycling van deze post consumer-stromen, ook wel upcycling genoemd, verder te ontwikkelen, heeft Sympany zich verbonden aan het consortium Reblend. Hierbij werkt de organisatie met partners als Anita De Wit, Ahrend en ontwerper Melanie Brown.

“Er wordt in de kledingbranche nog weinig geëxperimenteerd"

Onderdeel van de samenwerking is een experiment met mechanische vervezeling in Spanje. Een geautomatiseerd proces maakt de vervezeling van textiel en het spinnen van garens een stuk sneller. Het uiteindelijke doel is dan ook op industriële schaal textiel te maken van gerecyclede garens. “We willen tegenwicht bieden aan de huidige textielproductie met nieuwe vezels, die sterk milieubelastend is”, legt Vooges uit. “Wanneer je minder virgin-materiaal nodig hebt om goed garen te krijgen, pak je al een grote milieuwinst.”

Afwachtende kledingsector

Om een significante milieuwinst te bereiken, moet de kledingsector wel de overstap naar gerecyclede garens willen maken. Maar de sector wacht af, meent Vooges: “Er wordt in deze branche nog weinig geëxperimenteerd. Modemerken en -retailers willen alleen garens van gerecycled materiaal afnemen als die precies dezelfde eigenschappen en prijs hebben als virgin-materiaal.”

De directeur ziet nu voornamelijk kleinschalige initiatieven die met garens van gerecycled materiaal willen werken. Aan deze partijen verleent de organisatie graag zijn medewerking. “Je moet ergens beginnen”, stelt Vooges.

Zo werkt Sympany samen via het merk Red Light Denim, met House of Denim. Sympany zamelt in Amsterdam spijkerbroeken in, waarvan na vervezeling garens worden gemaakt. Daarvan wordt nieuwe denimstof gemaakt. Vooges: “Vorig jaar konden we broeken produceren die 19 procent gerecycled materiaal bevatten; dit jaar proberen we dat percentage te verhogen.”

Een ander voorbeeld is Wool², dat mede door Sympany wordt gefinancierd. Het bedrijf maakt van gerecyclede wol nieuwe wollen truien.

Kansen gerecyclede garens

Dat de organisatie zich aan deze kleinschalige initiatieven verbindt, betekent dat de bestuurder kansen ziet voor de kledingindustrie. “Pin me niet vast op een termijn, maar omdat de wereldbevolking groeit en grondstoffen als katoen opraken, moeten we vervangende grondstoffen zoeken.”

Een deel van de vervangingsmarkt kan volgens Vooges komen uit gerecyclede vezels. “Op het moment dat bedrijven er van overtuigd zijn dat garens die we aanleveren van hetzelfde niveau zijn als de garens die ze nu gebruiken, en ze tegen representatieve kosten beschikbaar zijn, dan denk ik dat deze grondstof gretig aftrek kan vinden. Als dat gebeurt, heb je voldoende grondstoffen om de groeiende wereldbevolking van goed materiaal te voorzien, zonder dat je de aarde uitput.”

Bron: Sympany | Foto: Sympany (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)