19-01-2016 16:41 | Door: Thijs ten Brinck

Het opruimen van plasticafval in de oceanen, met behulp van grote vangarmen, is effectiever direct aan de kust dan op volle zee.

Dat blijkt uit een studie van het Imperial College London. Oceanograaf Erik van Sebille heeft met zijn onderzoeksteam becijferd dat het opschonen van de oceanen sneller gaat als opruimacties zich richten op de kustgebieden. 

Minder schade en makkelijker recyclen

Volgens Sebille vangen drijfarmen direct aan de kust 31 van de microplastics op die anders de zee in stromen. Plaats je dezelfde drijvende vangarmen midden in de ‘ocean garbage patches’, zoals het Nederlandse project The Ocean Cleanup van plan is, dan vangen deze slechts 17 procent van het plasticafval op. In zijn simulaties vergeleek Sebille beide opties over een looptijd van 10 jaar.

“Het is logischer om plastics op te ruimen op de plaatsen waar ze de oceanen in stromen”, zegt Sebille. “Dan verklein je ook de kans dat de plastics schade aan richten.”

Hotspots rond China en Indonesië

Het onderzoek wijst gebieden aan met een hoge bevolkingsdichtheid en economische activiteit, in het bijzonder de Chinese kust en de wateren rond Indonesië, als belangrijkste locaties voor schoonmaakacties.

Het plastic dat hier de zee in stroomt zal zich uiteindelijk ophopen in de verschillende gyres, enorme draaikolken, in de wereldzeeën. Op weg daar naar toe breekt het plastic in de zon en het zoute zeewater af tot microscopisch kleine deeltjes. Eerder opvangen van het plastic komt zo ook de kansen voor recycling ten goede.

Bron: Imperial College | Foto: Steven Guerrisi, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)