25-07-2016 09:58 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Recent verscheen het rapport ‘From rhetoric to reality: The Circular Economy Index of Dutch businesses’. Het rapport is samengesteld onder leiding van het adviesbureau Accenture samen met de partners Circle Economy, MVO Nederland en DuurzaamBedrijfsleven Media. Organisaties die bekend zijn in het veld en een naam hebben hoog te houden. Dat maakt nieuwsgierig, schrijven Jan Jonker en zijn collega-onderzoekers van de Radboud School of Management in dit ingezonden stuk. Zij plaatsen echter vraagtekens bij de waarde van de publicatie.

Door Niels Faber, Tara Janssen, Jan Jonker, Ivo Kothman en Hans Stegeman

Het rapport doet twee beloftes. In de eerste plaats wordt aangegeven dat de betrokken partijen toewerken naar een Circular Economy Index. Dit is een index waarop bedrijven die circulair hun bedrijfsvoering willen inrichten geplaatst en vergeleken kunnen worden. Daarnaast beoogt het rapport een overzicht te geven van de staat van de circulaire economie in Nederland. Na lezing moeten we concluderen dat beide beloftes niet zijn beantwoord. 

Meten met oude maten

Waar we de grootste vraagtekens bij plaatsen, is de wijze waarop de circulaire economie wordt geëvalueerd. Het succes wordt vooral gemeten op basis van de spelregels van de oude economie: groei in financiële waarden. Dit leidt tot een interessante tegenstrijdigheid, want waarom zou een bedrijf meebewegen in zo’n transitie, als hun prestaties nog steeds worden beoordeeld met de oude spelregels? Je zou verwachten dat de mate waarin ze kringlopen sluiten of helpen met het beperken van materiaalgebruik daarbij een rol zou spelen. 

Onderzoek op drie niveaus

Wij pleiten voor een fundamentelere aanpak om grip te krijgen op de stand van de circulaire economie (CE) in Nederland. Daarbij verdient het aanbeveling om de CE op drie niveaus te gaan bekijken: micro, meso en macro.

jan jonker

Op dat eerste niveau zijn steeds meer ‘business cases’; bedrijven die werken aan het gedeeltelijk of geheel sluiten van kringlopen. Dat wil vaak zeggen dat ze één of een aantal elementen van de circulaire economie in hun bedrijfsprocessen hebben opgenomen. Dit kan variëren van het efficiënt omgaan met grondstoffen tot het gebruiken van afvalstromen, het verlengen van de levensduur van producten tot het verkopen van diensten in plaats van producten.

Het aantal voorbeelden waarmee wordt aangetoond dat een circulair businessmodel ook een verdienmodel kan zijn groeit. Maar wat een bedrijf alleen kan doen is en blijft beperkt.

Verdere stappen vragen om intensivering middels voor- en achterwaartse samenwerking in de keten met de ambitie een maar vaak meerdere met elkaar samenhangende ketens gaandeweg te sluiten. Dat wordt zichtbaar op mesoniveau. Meervoudige waardecreatie en de waarde-cyclus zijn sleutelbegrippen op dit niveau. Want de CE kan alleen tot bloei komen als de opgave van waardecreatie tussen bedrijven succesvol is. Hoe dat zou kunnen is een van die zaken waar nog vrij weinig over bekend is. Beter inzicht in de bouwstenen en voorwaarden voor clusters van bedrijven en partijen die dat mogelijk maken, levert een waardevolle bijdrage aan de gewenste transitie.

De laatste ‘laag’ van de circulaire economie, het macroniveau, is eigenlijk de lastigste. En juist op dit niveau wordt vaak de claim gemaakt dat een overgang naar de circulaire economie zowel goed is voor het milieu als voor de economie. Maar niemand weet of dat wel samen kan gaan: een economie die mogelijk groeit maar ook binnen de grenzen van de aarde blijft. Juist daar is sprake van een ‘black box’ en moet het echte werk nog beginnen. Wij denken dat het ontwikkelen van een macro-economisch model (in de traditie van ‘Limits to Growth’) daar weleens de beste aanpak zou kunnen zijn. Maar dat is een niet geringe opgave. 

Niet de basis voor debat

Daarnaast een meer methodologisch punt. Op geen enkele wijze is verantwoord wat de exacte vraagstelling was en waarom op basis van vijftig bedrijven, die om onduidelijke redenen worden aangemerkt als leiders in de circulaire economie, uitspraken gedaan kunnen worden voor heel Nederland. We hebben immers zo’n 1.775.000 (2015) bedrijven in Nederland.

Ook zijn de herkomst en presentatie van veel cijfers nauwelijks te doorgronden. Vaak wordt een combinatie gebruikt van resultaten uit andere onderzoeken die gemengd worden met de enquête. De oppervlakkige lezer zou bijna kunnen vermoeden dat 87 procent van het Nederlandse bedrijfsleven circulair is, met miljarden aan opbrengsten. Het bewijs daarvoor kan echt niet uit deze enquête worden afgeleid.

Helaas moeten we alles bij elkaar concluderen dat het rapport ‘From rethoric to reality’ meer retoriek dan realiteit bevat. Het onderwerp circulaire economie verdient alle aandacht die het kan krijgen. Zeker. Maar ondoorgrondelijk onderzoek met een hoog promo gehalte is niet de basis waarop we moeten debatteren over dit belangrijke onderwerp. 

Recent onderzoek

Om meer inzicht te krijgen in wat nu echt speelt onder bedrijven hebben wij in het voorjaar van 2016 een onderzoek opgezet in de Provincies Gelderland en Overijssel naar Business Modellen voor de Circulaire Economie. Daar zijn in totaal 543 reacties op binnengekomen. 

Op 6 oktober vindt op het IPKW-terrein in Arnhem een middag-seminar plaats waarin de resultaten van deze pilot gepresenteerd en gedeeld worden. Om maar vast een tipje van de sluier op te lichten: er is nog een lange weg te gaan tussen de retorische aandacht voor de CE en de feitelijk praktijken van en tussen bedrijven. U bent van harte welkom om dit seminar bij te wonen. 

Dit is een bijdrage van Niels Faber, Tara Janssen, Jan Jonker, Ivo Kothman en Hans Stegeman. De auteurs vormen een groep onderzoekers verbonden aan de Radboud Universiteit (Nijmegen School of Management), betrokken bij het onderzoek naar Business Modellen voor de Circulaire economie.


Reactie opstellers ‘From rhetoric to reality: The Circular Economy Index of Dutch businesses’

Wij danken de schrijvers voor de uitgebreide reactie op het rapport ‘From rhetoric to reality The Circular Economy Index of Dutch businesses’. Wij delen de mening van de schrijvers dat de circulaire economie een belangrijke transitie is in Nederland. Wij zien echter ook dat deze nog in de kinderschoenen staat, en dat nog veel onbekend is over de effecten op de verschillende economische niveaus.

Met het rapport willen wij een eerste stap zetten naar een inzicht in de staat van de circulaire economie in Nederland en individuele bedrijven. Wij hopen met de publicatie bedrijven bewust te maken van de verschillende aspecten van circulaire bedrijfsvoering. Ook willen wij inspireren met de voorbeelden van bedrijven die proactief circulaire oplossingen zoeken.  

Door naar individuele voorbeelden te kijken, richten wij ons op het microniveau. We menen dat dit op dit moment het beste bijdraagt aan de gewenste bewustwording en inspiratie. Het is een opmaat om ook op meso- en macroniveau te meten.

Het is ons doel om dit onderzoek (in verbeterde vorm) op termijn weer te herhalen. We gaan graag met de schrijvers in gesprek kritische punten hierin mee te nemen en te kijken of en hoe we samen de kennis over de staat van de circulaire economie naar een hoger niveau kunnen brengen. Ook kijken wij met interesse uit naar de resultaten van het onderzoek in de provincies Gelderland en Overijssel naar Business Modellen voor de Circulaire Economie.