27-02-2017 10:36 | Door: Erik Verheggen

Een platform van decentrale apparaten en stroombronnen in plaats van een gasgestookte piekcentrale. Engie biedt daarmee een nieuwe oplossing voor de balans op het hoogspanningsnet.

Voor een stabiel stroomnet moet het aanbod van elektriciteit exact overeenkomen met de vraag. Primair reservevermogen, dat ook Frequency Containment Reserve (FCR) wordt genoemd, wordt ingezet als eerste instrument om verstoringen op het hoogspanningsnet te voorkomen.

In Nederland is Tennet verantwoordelijk voor het opvangen van schommelingen in frequentie en belasting. Tot nu toe kocht de netbeheerder daarvoor veelal capaciteit in bij gasgestookte centrales. Deze installaties hebben als voordeel dat ze snel kunnen opschakelen. Maar de keerzijde is dat de fossiele centrales altijd op stand-by moeten draaien.

Decentraal

Tennet zoekt naar nieuwe manieren om het primair reservevermogen in te richten. Het bedrijf zette daarom vorig jaar een vraag uit in de markt voor andere partijen dan conventionele centrales die een rol zouden kunnen spelen.

"Door die apparaten meer of minder stroom te laten verbruiken, kun je kleine schommelingen op het net opvangen"

Uit de oproep van Tennet kwamen uiteindelijk vier concrete pilotprojecten die voldeden aan selectiecriteria op het gebied van schaalgrootte, tijden van levering, productportfolio en mogelijkheden tot dataoverdracht. Energieleverancier en technisch dienstverlener Engie heeft sinds januari een van die pilots operationeel.

“De grootste verandering is dat we van centrale stroomopwekking naar decentrale bronnen zijn gegaan”, zegt Luc van Duinen, Business Development Manager bij Engie. In plaats van één energiecentrale, werkt het concern aan een modulair systeem van heel veel kleine stroombronnen en stroomverbruikers, die flexibel kunnen worden ingezet. Engie heeft daarvoor een platform gebouwd waar het bedrijf allerlei ‘assets’ onder kan hangen.

Virtuele energiecentrale

Van Duinen: “Dat zijn voor een groot deel bestaande apparaten, die nu als virtuele energiecentrale aan elkaar gekoppeld worden. Dat zijn batterijsystemen, maar bijvoorbeeld ook warmtepompen of consumentenapparaten als elektrische waterboilers. Door die apparaten meer of minder stroom te laten verbruiken, kun je kleine schommelingen op het net opvangen.”

Het geschikt maken van deze assets is in de meeste gevallen relatief eenvoudig, vertelt Van Duinen. “De uitdaging ligt vooral in het bouwen van het ICT-netwerk, dat nodig is om alle onderdelen aan te sturen. Dit moet robuust zijn, maar ook flexibel.”

hoogspanningsmast

Tennet heeft in totaal ongeveer 100 megawatt aan primair reservevermogen nodig, dat altijd beschikbaar moet zijn en binnen seconden al dient te reageren. “Het is een gunstige markt met goede verdiensten”, vertelt Van Duinen. “Maar deze markt is door de grote vraag voor kleine leveranciers heel lastig om te betreden.”

Met het platform van Engie kunnen ook veel kleinere stroomleveranciers meeprofiteren. Van Duinen wijst op het voorbeeld van een batterijsysteem dat bij een boer geïnstalleerd is. “Doordat die boer bijdraagt aan stabilisering van het net, wordt ook zijn business case versterkt.”

De pilot met Tennet valt onder het nieuwe bedrijfsonderdeel Engie Ventures & Integrated Solutions (EVIS), dat zich richt op duurzame gebiedsontwikkeling, slimme gebouwen en data-gestuurd onderhoud in de industrie.

Digitale diensten

Sinds het samengaan van technisch dienstverlener Engie Service en de energieleveringstak van Engie, zijn energieopwekking, technische en digitale diensten en levering aan de eindgebruiker binnen het bedrijf onder één dak gebracht.

De oprichting van EVIS is een logische volgende stap in die ontwikkeling, zegt algemeen directeur Guido Frenken. “De oplossingen voor de duurzame energietransitie liggen in slim combineren van wat je al hebt, eventueel verrijkt met slimme concepten van partners. Door beter naar de samenhang van alle onderdelen in ons energiesysteem te kijken, kunnen we het veel efficiënter inrichten. ICT-netwerken en digitale oplossingen zijn daarin cruciaal, om systemen slim aan elkaar te koppelen.”

“Doordat die boer bijdraagt aan stabilisering van het net, wordt ook zijn business case versterkt”

Zoals de naam Ventures & Integrated Solutions al doet vermoeden, zijn ook samenwerkingen en participaties een belangrijk onderdeel van EVIS. Bijvoorbeeld in externe of interne start-ups. “De wendbaarheid en het innovatievermogen van start-ups is enorm”, zegt Frenken. “Maar de echte impact ligt in de combinatie van de juiste start-up met het juiste corporate bedrijf. Met deze aanpak dragen we niet alleen bij aan de energietransitie. We brengen ook ons eigen bedrijf in transitie.”

Engie heeft de pilot met Tennet in de vorm van een ‘interne start-up’ gegoten: een klein team dat toch toegang heeft tot de kennis, kunde en middelen van het grote moederbedrijf. En niet alleen in Nederland. “We werken ook samen met Engie-collega’s in bijvoorbeeld België en Frankrijk, om te onderzoeken of we het project ook internationaal kunnen oppakken”, zegt Van Duinen.

Optimaal samenwerken

Eerst moet Engie’s FCR-concept zich echter nog bewijzen in Nederland. Van Duinen: “Het pilotjaar dient om te onderzoeken wat voor systemen het beste aan ons flexibele platform gekoppeld kunnen worden en hoe deze optimaal kunnen samenwerken.”

Tennet hoopt met het pilotprogramma meer inzicht te krijgen in beperkingen van de huidige eisen voor kleine partijen en hoe de systemen toekomstbestendig kunnen worden gemaakt voor levering van primaire reserve. Uiteindelijk wil de netbeheerder ook voor de veel grotere regel- en reservevermogens gaan onderzoeken of er andere oplossingen denkbaar zijn dan de centrales van de grote producenten.

Headerfoto: fuyu liu/Shutterstock.com | In-tekstfoto: metriognome/Shutterstock.com