25-01-2016 14:16 | Door: Thijs ten Brinck

De Britse milieuorganisatie Royal Society for the Protection of Birds (RSPB) investeert in een eigen windmolen om de organisatie duurzamer te maken.

Vogelbeschermers zien windparken vaak als een groot risico voor zeldzame vogels. Toch heeft de Britse vogelbescherming RSPB gekozen om zijn eigen stroomverbruik voor 50 procent met een eigen windturbine op te wekken.

Rechtzaken van de RSPB hebben een Schots windpark 4 jaar vertraagd. 

“Klimaatverandering is het grootste gevaar voor onze planeet. Niet alleen voor ons maar ook voor vogels en andere dieren”, zegt Martin Harper, directeur bescherming bij de RSPB.

“Windenergie is een bewezen oplossing om onze CO2-uitstoot te reduceren. Maar windturbines moeten wel daar geplaatst worden waar ze de natuur niet in de weg zitten.”

Windenergie goed voor vogels

Met de nieuwe windmolen bij het hoofdkantoor in het Britse Bedfordshire produceert de RSPB genoeg duurzame elektriciteit om het stroomverbruik van zijn 127 kantoren in Groot-Brittannië voor de helft te verduurzamen. Samen met windparkontwikkelaar Ecotricity bestudeerde de RSPB de beoogde locatie drie jaar lang om te beoordelen of er gevaar voor vogels zou zijn.

De RSPB is naar eigen zeggen betrokken geweest bij het beoordelen van vergunningsaanvragen voor meer dan 1.500 windenergieprojecten. De organisatie voerde sinds 2012 een grote rechtszaak om de bouw van een groot windpark in Schotland te voorkomen. Het windpark, met 103 windmolens en een capaciteit van 370 megawatt, zou een gevaar vormen voor de regenwulp, een zeldzame trekvogel.

Het Britse Hooggerechtshof oordeelde begin 2015 dat dit windpark, samen met milieumaatregelen die de ontwikkelaar VIking Energy neemt, de populatie regenwulpen eerder ten goede komt dan zal schaden. De rechtszaken van de RSPB hebben de ontwikkeling van het windpark vier jaar vertraagd.

Bron: RSPB | Foto: Melissa Wiese, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrifjsleven)