01-05-2013 11:25 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Met een slim opslagsysteem kan een nieuw model offshore windmolen ook energie leveren als het windstil is. Dit maakt windenergie een betrouwbare energiebron.

De energieproductie van zonnepanelen en windmolens hangt af van de hoeveelheid zon en wind. Om in de toekomst een betrouwbaar energieaanbod te creëren moet er tijdens piekuren, wanneer er veel zon of wind is, energie worden bewaard om te gebruiken tijdens de daluren. Op dit moment vinden er volop ontwikkelingen plaats naar energieopslag.

Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben een offshore windmolen ontworpen die zijn eigen overtollige energie kan opslaan. De wetenschappers ontwierpen grote betonnen koepels die op de zeebodem worden geplaatst. Elke koepel dient als anker voor de erboven drijvende windmolen.

De koepels zijn uitgerust met een pomp en een turbine. Als er veel wind en dus veel energie is, wordt een deel van deze opgewekte energie gebruikt om de pomp aan te drijven. Het zeewater – dat in de koepel zit – wordt naar buiten gepompt. Als het niet waait en er dus weinig energie wordt opgewekt, wordt zeewater onder hoge druk in de koepel gelaten. Dit zorgt ervoor dat de turbine wordt aangedreven, en er energie wordt geproduceerd.

Stabiele energiebron

Volgens de onderzoekers kan een koepel die op 400 meter diepte is geplaatst, ongeveer 6 megawattuur aan energie leveren. Ook kunnen de koepels hun opgeslagen energie al binnen enkele minuten aan het stroomnet afgeven. Dit maakt windenergie een veel stabielere energiebron.

Drijvende windmolens hebben nog een aantal extra voordelen. Ze kunnen naar een haven worden gesleept voor onderhoud, en veel verder uit de kust worden geplaatst dan op de zeebodem verankerde exemplaren.

Momenteel hebben de wetenschappers het principe gedemonstreerd met een klein schaalmodel. Nu willen ze schaalmodellen van drie en tien meter hoog gaan bouwen. De kosten van de windloze windmolens is nog niet bekend.

Bron: IPS

Foto: Kim Hansen via Wikimedia Commons