11-09-2013 16:24 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Het Europees Parlement heeft een voorlopig akkoord bereikt om het gebruik van omstreden biobrandstoffen te beperken. Maar een definitieve positie blijft uit.

Woensdag stemde het Europees Parlement in met een limiet van 6 procent toevoeging van zogeheten eerste generatie biobrandstoffen aan transportbrandstoffen tot 2020. De 6 procent is een compromis tussen de 5,5 procent waar het Milieucomité van het Parlement voor pleitte en de 6,5 procent waar het Industriecomité voor pleitte.

Biobrandstoffen van de eerste generatie zijn omstreden, omdat ze gemaakt worden van voedselgewassen. Daardoor zouden ze wereldwijd de voedselprijzen opstuwen.

Tweede generatie

Naast de gestelde limiet op eerste generatie biobrandstoffen is een subdoelstelling voor innovatieve, tweede generatie biobrandstoffen aangenomen. Deze worden gemaakt uit voedselresten of de oneetbare delen van planten als suikerriet. Tweede generatie biobrandstoffen zouden in 2020 voor minimaal 2,5 procent aanwezig moeten zijn transportbrandstoffen.

Een belangrijk succes voor het Milieucomité was de vermelding van indirect-land-use-change (ILUC), ofwel de indirecte milieu-impact als gevolg van de gewasproductie voor brandstoffen. Zo kan het voorkomen dat bossen worden gekapt om plaats te maken voor gewassen. Daarbij komen vaak broeikasgassen vrij.

Dankzij een minieme meerderheid van stemmen zijn deze effecten vanaf 2020 in de Europese richtlijnen voor biobrandstoffen opgenomen. Dat leidt tot een betere bepaling van de duurzaamheid van biobrandstoffen.

Uitstel onderhandelingen

Ondanks dat het Europees Parlement woensdag instemde met het limiteren van het gebruik van eerste generatie biobrandstoffen en het meerekenen van emissies als gevolg van ILUC, gaf het Europees Parlement geen mandaat aan Corinne Lepage om met de aangenomen voorstellen te onderhandelen met de Europese Commissie.

Het verzoek tot onderhandelen werd met één stem verschil afgewezen. Hierdoor duurt het veel langer voor het parlement met haar definitieve positie komt en de voorstellen wettelijk worden aangenomen.

Europarlementariër Judith Merkies (PvdA) reageerde verbaasd: "Ik ben erg benieuwd wie er achter deze vertragingstactiek zit. Het lijkt erop dat dit de partijen zijn die de lobby van het bedrijfsleven steunen, maar zij hebben juist consequent geroepen snel beleidszekerheid te willen. Dat ze deze truc tevoorschijn halen nu deze beleidszekerheid niet overeen komt met hun voorkeuren, kan een démasquée genoemd worden."

Foto: Europees Parlement via Flickr