28-09-2016 09:45 | Door: Erik Verheggen

Nederlandse windmolens hebben in 2015 met 7,6 miljard kilowattuur ruim 30 procent meer elektriciteit opgewekt dan in 2014.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2015 stonden 139 windmolens op zee. Op land staan ruim 2.000 windturbines en worden steeds hogere en efficiëntere molens geplaatst, blijkt uit de analyse van het CBS.

In 2015 werd 6 procent van alle in Nederland gebruikte stroom met windmolens opgewekt. Dat is genoeg om 2,5 miljoen huishoudens een jaar lang van stroom te voorzien. Driekwart van de verbruikte elektriciteit wordt in Nederland opgewekt met het stoken van aardgas en kolen.

Wind op zee

Het geïnstalleerd vermogen van het totale Nederlandse windmolenpark is tussen 2002 en 2015 gegroeid van 0,7 naar 3,4 gigawatt. Op land staat eind 2015 ruim 3 gigawatt aan vermogen opgesteld, 0,4 gigawatt meer dan eind 2014. In 2015 kwam het derde op zeewind draaiende molenpark in productie, waardoor het vermogen op zee naar 0,4 gigawatt groeide. In 2006 draaide de eerste windmolen op zee.

De afgelopen jaren werden op land steeds hogere windmolens neergezet. Van 2002 tot 2008 nam het aantal molens met een ashoogte tussen 51 meter en 70 meter het sterkst toe. In de periode hierna steeg het vermogen van het windmolenpark vooral door de bouw van molens van meer dan 70 meter.

Daarvoor waren minder nieuwe windturbines nodig dan voorheen, omdat deze hogere molens meer vermogen hadden. Na 2011 kwam bijna driekwart van de stijging van het opgestelde vermogen door de plaatsing van windturbines van meer dan 95 meter hoogte.

Het geïnstalleerd vermogen van het totale Nederlandse windmolenpark is tussen 2002 en 2015 gegroeid van 0,7 naar 3,4 gigawatt

Hogere molens vangen meer wind en wekken dus meer elektriciteit op, ook doordat de wieken meestal groter zijn. Een derde van de windmolens op land heeft een ashoogte van 71 meter of meer, samen goed voor ruim 60 procent van de windenergie opgewekt in 2015. 

Hogere molens vangen veel wind

De grootte van de cirkel die de wieken van de windmolen maken, ook wel het rotoroppervlak, is bepalend voor de hoeveelheid elektriciteit die de molen produceert. Hogere molens hebben vaak een grotere rotor en benutten deze ook het meest efficiënt.

De opgewekte elektriciteit per vierkante meter rotoroppervlak is in 2015 gemiddeld ruim 1.000 kilowattuur bij molens van 95 meter of hoger en minder dan 600 kilowattuur bij molens van 30 meter of lager. 

Bron en illustratie: CBS | Foto: Mike Kniec, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)