15-06-2012 10:48 | Door: Mark Beumer

De EU heeft overeenstemming bereikt over maatregelen om jaarlijks 1,5 procent energie te besparen. De doelen zijn bindend, maar onvoldoende om het doel van 20 procent in 2020 te bereiken.

De Europese Commissie en het Europese Parlement bereikten gisteren na maanden gesteggel overeenstemming over de doelen voor energiebesparing. In de wetgeving moeten energiebedrijven bijvoorbeeld hun omzet met 1,0 tot 1,5 procent verminderen. Rijksoverheden moeten jaarlijks 3 procent van hun gebouwenoppervlakte aanpassen met energiebesparende maatregelen.

Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) vindt dat Nederland een flinke opgave met deze maatregelen heeft. Volgens hem heeft Nederland nu veel minder aandacht voor energiebesparing dan andere Europese landen.

20-20-20

Energiebesparing is een belangrijk onderdeel van de 20-20-20 doelstellingen die Europa zich in 2008 heeft gesteld: 20 procent minder uitstoot van broeikasgassen, 20 procent hernieuwbare energie en 20 procent meer energie-efficiëntie. Het uitgangspunt is hierbij het niveau van 1990.

De eerste twee doelen liggen op schema. Er is echter weinig vooruitgang op energiebesparing, vooral omdat hier geen bindende doelen aan verbonden zijn. Op dit moment ligt Europa op schema om 10 procent energie-efficiënter te worden. Met de nieuwe plannen kan dit oplopen tot 17 procent.

Dat is niet voldoende, maar een stap in de goede richting. Europarlementariër Judith Merkies (PvdA) had strengere maatregelen gewenst, maar is tevreden. “Dit was echt het meest haalbare.” Merkies denkt dat de maatregelen meer banen zullen opleveren bij renovatiebedrijven en installateurs van zonnepanelen. De doelen zijn daarnaast nu bindend.

Dit was echt het meest haalbare. Judith Merkies, Europarlementariër PvdA

Mes op tafel

Tijdens de onderhandelingen lag het mes regelmatig op tafel. Denemarken, een groot voorstander van energie-efficiëntie, beargumenteerde dat het gebruik van minder fossiele brandstoffen zal leiden tot minder kosten. Uitgaven aan de import van energie stegen van 1 procent van het Europese BNP in 2009 tot 3,9 procent in 2011.

Tegenstanders wezen op de noodzaak tot grote investeringen om bijvoorbeeld gebouwen te renoveren. Energiebedrijven lobbyden fel tegen de dwang om minder omzet te boeken.

Foto: Flickr