10-12-2013 12:04 | Door: Marjon Riehl

Om de duurzame doelstellingen van het kabinet te halen moet de industrie op korte termijn meer investeren in duurzame energie, zegt ABN AMRO.

Dit stelt ABN AMRO in een vandaag verschenen rapport over de Nederlandse energiemarkt. Vooral de bouw van windmolens op zee kan in de toekomst lucratief zijn.

De doelstelling van de overheid voor offshore windenergie is in het Nationaal Energieakkoord vastgesteld op een vermogen van 4.450 megawatt in 2023. Dat betekent dat in de komende jaren zo’n 1.000 extra windturbines op zee nodig zijn. Daarvoor zijn veel investeringen nodig.

ABN AMRO benadrukt dat haast geboden is, gezien de doorlooptijd van deze projecten.

Volgens de laatste doelstellingen moet 16 procent van de energie in 2023 duurzaam worden opgewekt (en 14 procent in 2020). Dit heeft de Nederlandse overheid in het Nationaal Energieakkoord bepaald. Momenteel wordt er zo’n 4,5 procent duurzame energie opgewekt. In de tabel hieronder is te zien hoe de overheid tot de overige 11,5 procent denkt te komen.

Kosten

Minister Kamp heeft onlangs aangegeven maximaal € 18 mrd van de SDE+-regeling vrij te willen maken voor de ontwikkeling van offshore windenergie. Dit is goed voor ongeveer een vijfde deel van de 16 procent duurzame energie.

Zowel minister Kamp van Economische Zaken als de industrie verwachten dat de kosten voor windenergie tot 2020 met 40 procent zullen dalen. Dit is onder meer het resultaat van schaalvergroting, de afzetgarantie bij langjarige contracten, concurrentie tussen marktpartijen en nieuwe, verbeterde technologie.

Naast investeringen in verduurzaming heeft de industrie op korte termijn echter te maken met de kosten van het huidige elektriciteitsnetwerk en fossiele energievoorzieningen. Dit komt doordat fossiele energie nodig blijft als back-up voor zonne- en windenergie. Dit betekent dat netwerkbeheerders en nutsbedrijven de komende jaren met extra investeringen worden geconfronteerd. Deze kunnen zij volgens ABN AMRO voor een deel opvangen met subsidie en moeten zij deels door belasten aan de consument.

Vruchten plukken

De ontwikkeling van een duurzamere energiemix in Europa is gunstig voor de Nederlandse offshore industrie. Nederland heeft veel kennis in huis over de offshore olie- en gasindustrie. Hierdoor kunnen Nederlandse bedrijven betrokken zijn bij en profiteren van ongeveer 60 procent van de Europese offshore windenergieketen. Naast omvangrijke investeringen die in de Nederlandse offshore windenergie op het programma staan, kan deze kennis worden geëxporteerd naar landen die steeds meer in deze industrie zullen investeren. Zo verwacht ABN AMRO dat de Duitse en Engelse ambities om offshore windenergie sterk te laten groeien positieve effecten zullen hebben op de Nederlandse economie en voor de volledige keten die betrokken is bij bouw, transport en onderhoud van offshore-windturbines.

Internationale samenwerking

ABN AMRO wijst erop dat de energiemix beter in evenwicht zal zijn zodra de economie verder aantrekt. Doordat landen echter alleen naar nationale doelstellingen kijken en niet naar het aanbod in omringende landen, zal van tijd tot tijd sprake zijn van een gebrek aan efficiency of over- of onderproductie. Door het maken van internationale afspraken en door elektriciteitsnetten beter op elkaar af te stemmen kan gemakkelijker een balans worden gevonden tussen de vraag naar en het aanbod van energie.

Dit maakt de weg vrij voor efficiënter investeren en voor een meer betrouwbaard aanbod van (duurzame) energie in heel Europa.

Foto: Statkraft via Flickr