19-01-2017 18:00 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

“De toekomst kent geen andere economie dan een duurzame”, zegt Pallas Agterberg, directeur Strategie bij netwerkbedrijf Alliander. “Het is geen vrijblijvend verhaal. De industrie overleeft alleen als het geen CO2 meer uitstoot. Dat geldt eigenlijk voor de hele economie. Nu komt bijna overal CO2 aan te pas, dus de uitdaging is enorm.”

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met De Groene Zaak, Pakhuis de Zwijger en SGS Search.

Als beheerder van elektriciteits- en gasnetten heeft Alliander een maatschappelijke functie in de transitie naar duurzame energie. Agterberg: “Wij staan ervoor dat iedereen onder gelijke condities toegang heeft tot energie. Ook in een CO2-vrije omgeving moet energie voor iedereen toegankelijk, betaalbaar en betrouwbaar zijn.”

Twee energietransities

Vaak wordt het vervangen van kolencentrales door windmolens en andere hernieuwbare energiebronnen gezien als de manier om onze energievoorziening duurzaam te maken. Volgens Agterberg is het echter niet zo eenvoudig en hangen er twee energietransities met elkaar samen: ‘industrie en transport’ en ‘gebouwde omgeving en mobiliteit’.

We moeten denken in nieuwe, circulaire en decentrale productieprocessen”

“We willen met windmolens voorzien in de grote energiebehoefte van onze industrie. Daar klopt iets niet”, legt Agterberg uit. “We moeten ook kijken hoe we de industrie organiseren. Veel van onze producten gaan vijf keer de wereld over, omdat we de productie concentreren op één plek. Transport is een groot deel van dit vraagstuk. Schepen stoten heel veel CO2 uit. Het helpt niks als we allemaal de auto laten staan, maar wel in China geproduceerde sportschoenen kopen.”

“De Nederlandse industrie, zoals raffinaderijen, staalfabrieken en chemie, wordt daarnaast alleen maar duurder als we windmolens plaatsen en CO2 afvangen. Aan verplichtingen doen altijd landen niet mee. Verduurzamen met duurdere productie is dus uiteindelijk niet vol te houden.”

Nieuwe productieprocessen

De oplossing ligt volgens Agterberg in nieuwe productieprocessen: “Vreemd genoeg hebben we de meeste al in beeld. Veel ontwikkelingen zijn alleen niet doorgevoerd, omdat we vast zitten in het huidige systeem. We investeren veel in het verminderen van de uitschoot van de staalindustrie. Maar is dat staal nog wel nodig? Kunnen we geen nieuw, duurzaam materiaal maken? We moeten denken in nieuwe, circulaire en decentrale productieprocessen.”

Alliander is vooral bezig met de tweede energietransitie: gebouwde omgeving en mobiliteit. “Hoe je woont hangt samen met hoe je je verplaatst. Daarnaast gebruiken twee elektrische auto’s evenveel energie als een huis. Acht miljoen elektrische auto’s staan dus gelijk aan vier miljoen extra huizen in Nederland. Kunnen we al die energie duurzaam opwekken en past het wel over de netten?”

Pallas Agterberg

“Met energieproducerende woningen creëren we acht miljoen lokale energiecentrales. Zo kan de gebouwde omgeving goeddeels in zijn eigen energie voorzien. Steeds meer nieuwbouw produceert energie. Het vraagstuk zit nog vooral in de onderlinge uitwisseling en de flexibiliteit, zodat iedereen continu betrouwbare energie heeft. Dat kan zeker. En het blijft ook betaalbaar. De aanloopkosten gaan omhoog, maar op termijn wordt energie zelfs goedkoper.”

Markt voor energieoplossingen

Voor de huidige energieleveranciers ontstaan volgens Agterberg veel nieuwe kansen: “Ze verkopen straks geen kilowatturen meer, maar energieoplossingen. Daar is heel veel vraag naar. Stel dat we over tien jaar geen gasaansluiting meer hebben. De markt is hier nog lang niet klaar voor. Alle mogelijkheden zijn er, maar het is nog totaal ontoegankelijk. Er is een grote markt voor partijen die duidelijkheid scheppen in de mogelijkheden en financiën van duurzame energieoplossingen.”

Ook de overheid moet vooral duidelijkheid creëren, vindt Agterberg: “Het belangrijkste is het besef dat er dingen gaan veranderen. Dat heeft de Rijksoverheid goed opgepakt door zich uit te spreken voor een circulaire economie in 2050. Het klinkt ver weg, maar deze einddatum zet veel in beweging.”

Recent presenteerde de overheid de Energieagenda. Die beschrijft het einddoel in 2050 en de route daarnaartoe. “De komende jaren moet de invulling van de energietransitie scherp worden. Er komen wijk-energieplannen met oplossingen op wijkniveau. Bewoners en bedrijven worden geïnformeerd. Iedereen moet zich betrokken voelen bij deze ingrijpende verandering en zijn eigen keuzes maken. De overheid moet vooral randvoorwaarden scheppen. Net als de klant, weet ook de aanbieder nu niet waar hij aan toe is. Er gebeurt niks als de condities niet helder zijn.”

Investeren in R&D

De transitie in industrie en transport stimuleren we volgens Agterberg vooral door te investeren in Research & Development: “De prijs van CO2-uitstoot moet omhoog. Maar we moeten inzetten op nieuwe productieprocessen, niet op het afvangen van CO2. Duurzame en dus goedkopere productieprocessen komen er sowieso en hebben een immense impact op de wereldwijde CO2-uitstoot.”

“Duurzame en dus goedkopere productieprocessen komen er sowieso. In deze enorme markt kan Nederland een grote positie claimen”

In deze enorme markt kan Nederland een grote positie claimen. “Het is binnen handbereik, als de overheid fors investeert in R&D: geen € 100 mln per jaar, maar zeker € 5 mrd. Die investering krijgen we ruim terug als onze productieprocessen wereldwijd worden ingezet. Bovendien stoppen we nu wel miljarden in het afvangen van CO2 en het minder slecht maken van de industrie. Dat is in feite weggegooid geld.”

Kiezen voor echte verduurzaming

Het energievraagstuk staat volgens Agterberg centraal in de manier van wonen, werken én de sociale cohesie in de toekomst: “Het is een kernthema in bijna alle toekomstige vraagstukken. Onze ideeën zijn goed en de hoofdlijnen staan, maar de investeringen zijn nog onvoldoende. Op dit vlak blijft de politiek achter.”

Op 17 februari organiseert De Groene Zaak een verkiezingsdebat over de duurzame economie. “Hopelijk kiest het nieuwe kabinet echt voor verduurzaming. Niet met subsidies voor het minder slecht maken van de bestaande industrie, maar door te investeren in R&D om de vraagstukken op te lossen. En dat kan! Alle kennis is in Nederland aanwezig. De regering moet alleen lef tonen en doorpakken. Er komt een nieuwe wereld aan. Als we onze kracht laten zien met nieuwe duurzame productieprocessen, dan maken we echt het verschil en krijgen we een belangrijke plek in de toekomstige wereldeconomie.”

Heb jij een brandende vraag, stelling of idee of oplossing n.a.v. dit artikel? Laat het ons weten via Twitter (#duurzaamdebat) en De Groene Zaak neemt het mee in het verkiezingsdebat over de duurzame economie op 17 februari!

Pallas Agterberg