17-02-2014 16:54 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

De Amerikaanse economie profiteert minder van schaliegas dan gedacht. In dat opzicht hoeft Europa niet te vrezen voor zijn concurrentiepositie, zegt het Franse Instituut voor Duurzame Ontwikkeling (IDDRI).

Het Instituut voor Duurzame Ontwikkeling en Internationale Betrekkingen onderzocht in de Verenigde Staten een aantal scenario's met betrekking tot de olie- en gasproductie, de energiebehoefte en het energiebeleid. Tussen 2005 en 2013 is de Amerikaanse gasproductie met 33 procent gestegen, grotendeels door forse investeringen in schaliegas. Ook de olieproductie ging omhoog. Onder meer door het gebruik van nieuwe technieken waardoor moeilijk toegankelijke olievoorraden toch rendabel zijn.

Concurrentievoordeel

De onafhankelijkheid van importen, verbetering van de concurrentiepositie en CO2-reductie zijn de belangrijkste redenen voor de exploitatie van schaliegas in de VS. Maar volgens het IDDRI is meer nodig om aan die doelstellingen te voldoen.

Het zijn vooral de industriële grootverbruikers van gas, zoals fabrikanten van plastics, die profiteren van schaliegas. Toch nemen die niet meer dan 1,2 procent van het Amerikaanse BNP voor hun rekening. De petrochemische industrie kan concurrentievoordeel verwachten, de chemische industrie nauwelijks. Dit in tegenstelling tot de verwachtingen van bijvoorbeeld Dow, dat eerder in een publicatie waarschuwde voor gemiste kansen.

Het Franse instituut oordeelt verder dat de VS op de lange termijn afhankelijk blijft van dure olie-importen. De huidige groei van de olie- en gasproductie zou al vanaf 2020 afvlakken. Om de olie-import te beperken en kosten voor de consument laag te houden, hangt veel af van de verduurzaming van de transportsector. Schaliegas op zich draagt niet bij aan de vermindering van de CO2-uitstoot. Daarvoor zijn aanvullende maatregelen nodig. Op basis van het huidige beleid blijft de CO2-uitstoot vrijwel onveranderd.

Aanvulling

Met die onderzoeksresultaten in het achterhoofd, zijn de vooruitzichten voor de Europese Unie niet gunstig. De Europese kennis op het gebied van schaliegaswinning staat nog in de kinderschoenen, er zijn minder geschikte locaties, de milieuwetgeving is strenger en het verzet groter. Naar verwachting is rond 2030 slechts 3 tot 10 procent van de totale Europese gasproductie afkomstig uit schaliegasvelden.

Voor landen die sterk afhankelijk zijn van vervuilende kolencentrales of de import van Russisch gas, is schaliegas hooguit een aanvulling, maar geen alternatief. Europa ontkomt ook in de toekomst niet aan de import van olie en gas. Om concurrerend te blijven, is een combinatie nodig van innovatie, energiebesparing en een sterke interne markt.

Bron: IDDRI | Foto: Nicholas A. Tonelli via Flickr