16-04-2014 14:00 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Ikea heeft met de investering in een groot windmolenpark in de Verenigde Staten een volgende stap gezet om in 2020 energieneutraal te zijn. De Zweedse keten heeft $ 2 mrd uitgetrokken om in 2020 energieneutraal te zijn.

Het Amerikaanse windmolenpark in Hoopestown, zo'n 100 kilometer ten zuiden van Chicago, heeft een vermogen van 98 megawatt. Het park bestaat uit 49 Vestas turbines van elk 2 megawatt en wordt geheel eigendom van het Zweedse meubelbedrijf. Het moet in de eerste helft van 2015 operationeel zijn. Ikea wilde niet zeggen welk bedrag hiermee is gemoeid. Het gaat wel om de grootste investering tot nu toe.

Opvallend is dat Ikea het vermogen niet voor de eigen winkels en distributiecentra in de VS gebruikt, maar de stroom levert aan het net. Het vermogen van het windpark in Illinois, zo'n 380.000 megawattuur per jaar, zou voldoende zijn voor 34.000 Amerikaanse huishoudens.

 

Energieneutraal

 

De investering is onderdeel van een omvangrijkere operatie. Ikea investeert voor de periode tussen 2009 en 2015 ongeveer $ 2 mrd in hernieuwbare energieprojecten. Het bedrijf wil in 2020 energieneutraal zijn. Het park in Illinois genereert 165 procent van het stroomverbruik van de keten in de VS. Daarmee zou Ikea de doelstellingen voor de VS al in 2015 hebben behaald. Wereldwijd gezien zou het bedrijf uitkomen op tweederde van het totale stroomverbruik. Een forse toename ten opzichte van de 37 procent in 2014.

In 2013 produceerde Ikea ruim 1,4 miljoen megawattuur aan hernieuwbare elektriciteit. De Zweden zijn ook actief op de markt voor zonne-energie en geothermische energie. Wereldwijd is het eigenaar van 550.000 zonnepanelen. Het bedrijf wil blijven investeren in windparken. De aanloopkosten zijn weliswaar hoger, maar de kosten per gigawatt uiteindelijk lager.

Volgens het consultancybureau Winston Eco-Strategies is het Zweedse bedrijfsmodel voor hernieuwbare energie alleen al vanwege de schaalgrootte uniek in de wereld.

Bron: Forbes, MarketWatch | Foto: Rainchill via Wikipedia