12-05-2014 07:50 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Het Noorse bedrijf Seatower heeft een nieuwe fundering ontwikkeld voor offshore windparken. De constructie van staal en beton is sneller te vervoeren en te plaatsen. En dus goedkoper.

Het principe is volgens de Noren goedkoop en simpel. Het ontwerp is gebaseerd op hun ervaringen in de offshore olie- en gasindustrie. Het onderzeese deel van een windmolen, de fundering, dat Seatower bouwt, bestaat uit een holle betonnen voet en een stalen opbouw voor de pyloon en de turbine. Volgens het float-out-and-sink principe brengt een sleepboot de kolos naar de plaats van bestemming. Ter plekke vult de constructie zich langzaam met zeewater en zinkt rechtop naar de zeebodem. De voet graaft zichzelf in met behulp van stalen platen. Een betonlaag zorgt voor stevige fixatie.

 

Kostenbesparing

 

"De verwachte kostenbesparing bij een groot project van 80 tot 90 stuks is ongeveer 25 procent, en levert makkelijk 500 banen op", zegt Niels Brix, hoofd communicatie bij Seatower. In de commerciële fase wil het bedrijf de fabricage van de betonnen delen uitbesteden aan lokale partijen en verwacht enkele honderden fundamenten per jaar te kunnen leveren.

De werkwijze is niet alleen goedkoper, maar ook milieuvriendelijker. "We heien niet, maken geen onderzees lawaai en veroorzaken geen trillingen." Heiwerkzaamheden in de Noordzee zijn aan strenge milieuregels gebonden, om het zeeleven niet te verstoren.

 

De vuurdoop volgt in een demonstratieproject in het Kanaal voor de kust van Normandië. Dit is de laatste fase voordat de Cranefree Gravity foundation definitief op de markt komt. Begin 2015 begint zo'n 13 kilometer uit de kust de bouw van het zeewindpark Fécamp. Het park is een initiatief van het Franse EDF Energies Nouvelles, Dong Energy en WPD Offshore. Het bedrijf levert één fundering om te laten zien dat het principe werkt.

 

Toekomst

 

Het Nederlandse Energieakkoord voorziet in een sterk groeiend aandeel van offshore windparken. Een van de voorwaarden om die afspraak na te komen, is een lagere kostprijs. Offshore windmolenparken zijn nog steeds relatief duur en arbeidsintensief.

Traditionele funderingen hebben een ding gemeen: hun afmeting en gewicht. De windmolenvoet gaat per ponton naar de installatieplaats. Dan moeten er heipalen de zeebodem in om hem vast te zetten en een speciale kraan zet het gevaarte op de juiste plaats. De totale prijs van een offshore windmolen bestaat voor 30 procent uit de kosten voor de fundering, voor zowel de bouw als de installatie, zegt Brix. "Wij hebben alleen een sleepboot nodig. Onze kosten zitten in arbeid, niet in materialen of transport."

Seatower biedt geen universele oplossing. "Ieder project heeft zijn eigen voorwaarden. Deze methode is bijvoorbeeld niet geschikt voor ondiepe wateren." Op rotsachtige bodems is een extra laag beton nodig waarin de voet zich na het afzinken kan vastzetten. "Maar er zijn weinig plaatsen waar ons ontwerp niet werkt."

Foto en filmpje: Seatower