14-07-2014 08:15 | Door: Sander de Kraker

Binnen negen jaar moeten duizenden megawatts aan 'wind op zee' verrijzen. Gevolg: een strijd tegen kosten en tijd. Het Prinses Amaliawindpark is slechts het begin. 

Ze zijn praktisch onzichtbaar. Maar ze staan er wel, 23 kilometer uit de kust bij IJmuiden: de windmolens van het Prinses Amaliawindpark. Normaal geldt een vaarverbod voor de wateren rond het park, maar één keer jaar stelt energieproducent Eneco het park open voor de pers. Het verhaal van deze 60 molens zegt veel over de absolute steunpilaar van het Energieakkoord: offshore windenergie.

Maar eerst doet de goedlachse kapitein Richard routineus de veiligheidsinstructie. Die is verplicht, evenals zwemvesten en schoenen met stalen neuzen. Sommige journalisten kijken nerveus. ‘Er gebeurt niks’, zegt hij. De Brit brengt al drie jaar elke dag personeel van en naar het windpark op de Noordzee. Er is nog nooit iemand overboord geslagen, verzekert hij ons.

Na een half uur stampen over de Noordzeegolven rijzen de molens uit het water, statig in het gelid. Al snel torenen de traag draaiende wieken zo’n 100 meter boven ons uit. Het is een surrealistisch gezicht.

Midden in het windpark gaat de motor uit. Een goede gelegenheid voor wat uitleg. George Bakker, directeur van het Prinses Amaliawindpark, begint met enkele technische feiten. “Elk van de 60 turbines levert twee megawatt vermogen. Ze zijn lager dan molens op het land, omdat wind op zee vlak over het water komt aanwaaien. Er is hier geen weerstand van gebouwen of bomen.”

Gebruikers

In het Energieakkoord is afgesproken dat in 2023 voor 4.450 megawatt aan geïnstalleerd vermogen is geplaatst op zee. Een snelle rekensom leert dat dit 38 van deze windparken zijn. Vele barrières staan tussen het heden en de realisatie van die ambitie.

Zo rijst de vraag of daar überhaupt plek voor is op de druk bevaren Noordzee. Dat valt wel mee, volgens Bakker. “Windmolens worden steeds groter, en daardoor staan de molens ook steeds verder uit elkaar. Nu geldt hier nog een vaarverbod, maar waarschijnlijk kunnen vissersschepen er in de toekomst gewoon tussendoor varen. We moeten leren omgaan met de diverse gebruikers van de Noordzee.”

Die gebruikers zijn niet alleen mensen. Op het schip is ook marien ecologe Sytske van den Akker. Zij doet in opdracht van Eneco onderzoek naar de ecologie op en rond het windpark. Er blijkt verrassend veel leven aanwezig voor een park op 23 kilometer uit de kust. Op gezette tijden bezoeken vleermuizen het park om insecten te vangen. “We vangen hun echolocatiegeluiden op met een meetkastje aan een van de molens. Met die gegevens kunnen we bepalen hoeveel vleermuizen er zijn en wat ze hier doen”, vertelt Van den Akker. Ook andere diersoorten zoals vogels en bruinvissen worden nauwlettend in de gaten gehouden.

Innovatieslag

Al snel zitten fotocamera en kleren onder een kleverig poeder. Zeezout. Ook een probleem voor windmolens. Het zout tast de windmolens aan en verkort de levensduur. In de 20 jaar waarin het park functioneert, is veel onderhoud nodig. Vooral aan de coating van de wieken en de basis van de molen.

De offshore windsector is nog verre van uitontwikkeld. Tegen 2023 moeten ook de kosten per kilowattuur 40 procent omlaag zijn geïnnoveerd. Hoe dat precies moet, weet Bakker niet. Maar hij heeft wel een paar ideeën.

Er liggen al turbines van meer dan acht megawatt op de tekentafel.George Bakker

We dobberen langs het zoemende transformatorhuis dat alle kabels samenbrengt, en omzet naar hoogspanning. Daar vandaan loopt een onderzeese kabel naar de aansluiting bij IJmuiden.

“Zo’n 20 procent van de installatiekosten zit in de stroomaansluiting”, legt George Bakker uit. “Een infrastructuur waarmee één beheerder alle windparken verbindt, kan flink schelen in de kosten.” Hij benadrukt de voordelen van schaalvergroting. Als je voldoende turbines bouwt, zijn de kosten per turbine lager. Ze leveren ook meer vermogen: er liggen al turbines van meer dan acht megawatt op de tekentafel. Je moet een aantal innovatieslagen maken.”

Door de schaal van de projecten kunnen weinig partijen mee innoveren. Een windpark bouw je niet zomaar. Eneco, de enige exploitant van offshore wind, zal stappen moéten zetten. “We hebben voor het nieuwe windpark Luchterduinen, iets ten zuiden van het Prinses Amaliawindpark, een innovatieverplichting binnen de subsidietoekenning”, zegt Bakker. Hij denkt dat wind op zee binnen afzienbare tijd rendabel is. “Wind op land is dat al bijna. Op zee moet dat binnen 10 tot 20 jaar lukken.”

De waterjets schakelen in voor de terugweg en geleidelijk verdwijnt het Prinses Amaliawindpark in de laaghangende zon. Het bezoek voelt als een blik in de toekomst. Met als kern de onzichtbare innovatiestrijd op de Noordzee.

Foto's: Sander de Kraker