18-09-2014 08:15 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Oliemaatschappijen doen er verstandig aan te investeren in hernieuwbare energiebronnen. Alleen dan kunnen zij een leidende rol blijven spelen in de energievoorziening.

Dat schrijft het Europese handelshuis Kepler Chevreux in een analyse van de positie van de olie-industrie ten opzichte van hernieuwbare energiebronnen. Volgens hoofdonderzoeker Mark Lewis, voormalig topman bij Deutsche Bank, hebben oliemaatschappijen nu al lijden onder toenemende kosten en dalende inkomsten, meldt de Australische website RenewEconomy. Exploratie van oliebronnen is kostenintensief en door de lage olieprijzen leveren nieuwe bronnen minder op.

Hernieuwbare energiebronnen kunnen wat betreft kostprijs al concurreren met fossiele brandstoffen. Als die kosten de komende twintig jaar nog verder dalen, bieden ook hogere olieprijzen geen garantie voor de financiële dekking van nieuwe oliewinningen.

De transitie naar schone energie zet de traditionele wetten van het mondiale energiesysteem op zijn kop, schrijft Lewis. "Wij denken dat de olie-industrie er goed aan doet te investeren in hernieuwbare bronnen. Dan blijven zij in de toekomst een rol van betekenis spelen, in plaats van te eindigen als een oliereus uit het verleden."

 

Concurrentie

 

Lewis verwacht dat de olie-industrie ook op het gebied van mobiliteit op termijn meer concurrentie krijgt van hernieuwbare energiebronnen. Met name in China, waar de overheid investeert in schone auto's en een laadinfrastructuur op wind- en zonnestroom. Verwachtingen over een toenemende vraag naar olie, bijvoorbeeld door het Internationaal Energie Agentschap (IEA), zijn grotendeels gebaseerd op de aanname dat de vraag naar auto's op fossiele brandstoffen blijft groeien.

De voltooiing van de overgang naar een economie met hernieuwbare energiebronnen zal nog enkele decennia in beslag nemen, erkent hij. Het rapport van Kepler Chevreux concludeert echter dat hoge olieprijzen die transitie slechts zullen versnellen.

Bron: RenewEconomy | Foto: David Wright, via Flickr