18-03-2015 14:00 | Door: Willemien Groot

Aanbieders van duurzame aandelen moeten zelf eisen stellen aan het predicaat ‘groen’. Dat zegt Wim Bartels van KPMG Sustainability.

Een groene obligatie draagt, door het langdurige karakter van de financiering, een veel langer durend reputatierisico met zich mee. Volgens Wim Bartels van KPMG moeten aanbieders van deze financiële producten dat risico vanaf het moment van uitgifte zelf inperken.

Bedrijven en instellingen gebruiken groene obligaties voor de financiering van duurzame projecten. De wereldwijde markt groeit in hoog tempo. Vorig jaar is wereldwijd voor $ 37 mrd opgehaald met gecertificeerde groene obligaties. Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2013. Naar verwachting loopt dat bedrag dit jaar op naar een totaal van $ 100 mrd.

Reputatie

Bartels constateert echter dat het gebrek aan standaarden het groene karakter van green bonds kan schaden. Zeker als de opbrengsten worden gebruikt voor activiteiten waarvan de aandeelhouders vinden dat ze niet groen genoeg zijn. Zo zetten stakeholdersbijvoorbeeld vraagtekens bij energiebedrijven die green bonds uitgeven voor hernieuwbare energie, terwijl ze ook betrokken zijn bij kernenergie.

Zolang er geen standaarden zijn is eigen regelgeving voor de aanbieders daarom van groot belang. Toekomstige investeerders zouden de groene aandelen anders de rug kunnen toekeren. Ook bestaat het gevaar dat de aanbieders zelf te kampen krijgen met een gebrek aan geloofwaardigheid.

Regulering

Eerder signaleerde Manuel Lewin, hoofd maatschappelijk verantwoorde investeringen bij de Zurich Insurance Group, dezelfde twijfels bij investeerders. In een interview met persbureau Reuters zei de topman dat green bonds een kritisch omslagpunt naderen. Dat maakt volgens hem de handhaving van bepaalde definities en standaarden noodzakelijk. "Iedere onderneming, overheid of instelling kan een groen label aan een obligatie toekennen. Vaak zonder heldere regulering", zei Lewin.

Gestandaardiseerde criteria zijn volgens Bartels van essentieel belang voor de toekomstige geloofwaardigheid van de markt. Zolang dit nog niet het geval is, zou de uitgifte zich moeten beperken tot niet-controversiële projecten. Die moeten een duidelijke relatie hebben met bijvoorbeeld klimaatverandering en waterschaarste.

Bron: KPMG | Foto: Bilfinger SE, via Flickr (Creative Commons) (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven.nl)