06-09-2012 10:14 | Door: Mark Beumer

Meer dan twee derde van alle kiezers wil dat over tien jaar hernieuwbare energie de helft uitmaakt van de energiemix in Nederland. Ook 63 procent van de PVV-stemmers vindt dat.

Stemmers op GroenLinks, PvdA en D66 zijn het sterkst voor deze stelling, zo blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Ipsos Synovate in opdracht van Eneco. Negen op de tien GroenLinks-kiezers willen het aandeel duurzame energie sterk ophogen. Opvallend is dat ook 63 procent van de PVV-stemmer het (helemaal) eens is met de stelling.

Achterstand

De mening van de kiezer staat haaks op het huidige beleid om 14 procent hernieuwbare energie op te wekken in 2020. Nederland ligt niet op schema om die Europese doelstelling te halen. Uit cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat bij voortzetting van het huidige beleid Nederland uitkomt op een aandeel van 7 tot 10 procent.

Onder het verkiezingsprogramma ‘Hún Brussel, óns Nederland’ zal groene energie 7,5 procent van de energiemix uitmaken in 2020.

Uit de analyse van de verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau blijkt dat de partijen ook veel minder politieke wil tonen op het thema dan de kiezer wil. Koplopers GroenLinks en de PvdA willen het aandeel hernieuwbare energie in 2020 tot 18 procent vergroten. Maar vooral het verkiezingsprogramma van de PVV is saillant: onder het verkiezingsprogramma ‘Hún Brussel, óns Nederland’ zal groene energie 7,5 procent van de energiemix uitmaken in 2020.

CDA-kiezer terughoudend

Ongeveer 5 procent van alle 1.105 ondervraagden ziet geen noodzaak tot een meer ambitieuze doelstelling voor de opwekking van duurzame energie. Vooral de CDA-achterban scoort slecht: 14 procent van alle CDA-stemmers is tegen een verhoging van de doelstelling. Ter vergelijking: bij kiezers op VVD en PVV is dat slechts 7 procent en 6 procent respectievelijk.

Foto: Marina Noordegraaf