17-10-2012 08:00 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Duurzame energie jaagt ons op kosten. Dat beweren de topmannen van E.ON en GDF Suez in het Financieele Dagblad. De feiten vertellen een ander verhaal.

Door Jeroen van Gils en Manon Entius

In het artikel ‘Extra energieheffing dreigt’ (Het Financieele Dagblad, 3 oktober) beweren E.ON en GDF Suez dat we bij toekomstige pieken in de energievraag, en in tijden dat het iets minder hard waait en er minder zonuren zijn, niet genoeg capaciteit zouden hebben om ‘black-outs’ te voorkomen.

De voorgestelde oplossing is extra te investeren in nieuwe gas- en kolencentrales om de pieken in de energievraag op te vangen. Het is een opmerkelijke uitspraak: meer kolencentrales terwijl we streven naar een groter aandeel hernieuwbare energie en minder CO2-uitstoot. Als klap op de vuurpijl komt de rekening hiervan ook nog eens bij de consument te liggen.

Naar aanleiding van het artikel drongen zich een aantal vragen op: Hoe reëel is de kans op een black-out? En als die reële kans er is, kunnen we de black-out niet op andere manieren ondervangen?  Is het bijbouwen van extra gas- en kolencentrales werkelijk het enige alternatief?

De kans op black-outs

De essentiële vraag is hoe reëel de kans is op een black-out. Want, als er geen reden is om aan te nemen dat we op een koude, donkere en windstille dag zonder elektriciteit komen te zitten, hoeven we ons ook niet bezig te houden met de bouw van extra gas- en kolencentrales.

Energieproducent Eneco stelt in tegenstelling tot zijn concullega’s E.ON en GDF Suez dat zij geen reden zien om aan te nemen dat er in de toekomst black-outs plaats vinden in Nederland. In een reactie op het FD-artikel schrijft de energieproducent dat “in Nederland de afgelopen jaren een groot aantal nieuwe centrales [is] gebouwd.” Hiermee wordt volgens Eneco een overcapaciteit gecreëerd van 50 procent. “Daarmee zijn we wel heel ver verwijderd van black-outs.”

Energieproducent Nuon toonde gevoel voor ironie bij het verwerpen van de zorg van E.ON en GDF Suez: “Een scenario van black-outs is wel heel erg zwart,” aldus woordvoerder Melanie Poort.

Een scenario van black-outs is wel heel erg zwart. Melanie Poort, woordvoerder Nuon
Ook uit een rapport uit 2009 van CE Delft, een onderzoeksbureau dat zich bezig houdt met milieu- en duurzaamheidsvraagstukken, blijkt dat het met de capaciteit de komende jaren wel snor zit. Het opgestelde vermogen in Nederland, bestaande uit alle manieren om energie op te wekken, groeit volgens de onderzoekers van circa 23 gigawatt in 2009 tot 40 gigawatt in 2020. Dit is bijna een verdubbeling. De onderzoekers denken dat de Nederlandse elektriciteitsvraag slechts met 20 procent zal stijgen, met als gevolg dat “in de periode tot 2020 sprake zal zijn van overcapaciteit”.

Hernieuwbare energie zal daarbij slechts een kleine rol spelen. De Delftse onderzoekers gaan bijvoorbeeld uit van een windvermogen van 12 gigawatt in 2020, maar ECN acht de kans reëler dat de hoeveelheid geïnstalleerd windvermogen in 2020 blijft steken rond de 5 gigawatt (bij een totaal geïnstalleerd vermogen van 36,5 gigawatt). Dit is nog steeds een klein aandeel in het totale vermogen, waardoor de variaties in het aanbod ook beperkt zullen blijven. Overigens concludeert ECN dat zelfs als het aandeel windenergie zou toenemen tot 25 procent er nog steeds geen problemen met de inpasbaarheid op zouden treden.

Duurzame energie vergt flexibiliteit

Door overcapaciteit op de Nederlandse markt en een klein aandeel hernieuwbare energie blijft de kans op black-outs voorlopig klein. Maar stel dat er ooit genoeg hernieuwbare energie zou zijn in Nederland, zouden kolen- en gascentrales dan de enige oplossing zijn?

Bert Daniëls, woordvoerder namens ECN, kijkt over de landsgrenzen. “Internationale bedrijven maken afwegingen in hun totale portfolio van centrales in meerdere landen, dus je kan het niet per land alleen bezien. Je moet hierin niet alleen het Nederlandse beeld betrekken.”

Ook de onderzoekers uit Delft onderschrijven dat de Nederlandse markt sterk samen hangt met markten over de grens, zoals Duitsland, Noorwegen en België. Dit zorgt volgens de onderzoekers juist voor flexibiliteit doordat het niet altijd overal even hard waait. ‘De piek in windvermogen in Duitsland kan worden gedempt door op die momenten naar Nederland te leveren en andersom’.

Naast meer interconnectie met het buitenland ziet ECN nog tal van oplossingsrichtingen voor het geval dat grotere hoeveelheden windenergie voor problemen zorgen. Denk hierbij aan: elektriciteitsopslag, flexibiliteit van de elektriciteitsvraag, betere regelbaarheid en voorspelbaarheid van het productievermogen en ‘slimme netten’ (smart grids). Hier voegen de Delftse onderzoekers nog waterkrachtcentrales aan toe. Bij waterkrachtcentrales wordt in de daluren water opgepompt en op de piekmomenten produceert de waterkrachtcentrale elektriciteit. In Nederland hebben we op dit moment geen grootschalige waterkrachtcentrales, maar in andere delen van West-Europa wordt hier wel gebruik van gemaakt.

De eindrekening

Wat vaststaat is dat duurzame energie flexibiliteit vergt. Hierbij is niet uitgesloten dat gas- en kolencentrales een ondersteunende rol blijven spelen. Uit het artikel in het FD blijkt dat “E.ON en GDF Suez een vergoeding willen voor de capaciteit die zij in de toekomst moeten aanhouden voor die momenten dat er onvoldoende wind- en zonne-energie beschikbaar is. De heffing zou boven op de huidige tarieven komen voor levering en transport van stroom en moet betaald worden door de eindgebruiker”.

Die soep zal ook niet zo heet gegeten worden. De huidige kolencentrales zijn volgens de onderzoekers van CE Delft ook in beperkte mate flexibel. Aan de hand van betrouwbare weersvoorspellingen kan de bijdrage van een windpark goed worden ingeschat en kunnen kolencentrales en de zelfs nog flexibelere gascentrales tijdig worden af- en bijgeregeld. Hiervoor geldt wel dat kolencentrales niet onder een vermogen van 40 procent kunnen draaien.

De terugloop van het gebruik van kolencentrales is het risico van de ondernemer en daar hoeft de gebruiker niet voor op te draaien. ECN
Wanneer kolencentrales niet meer kunnen concurreren met andere vormen van energieopwekking en onder een belasting van 40 procent uitkomen dan zullen deze moeten sluiten. Zoals ECN stelt: “De eventuele terugloop van het gebruik van kolencentrales is het risico van de ondernemer en daar hoeft de gebruiker dus niet voor op te draaien”.

Bangmakerij­

De claim van het FD en E.ON en GDF Suez dat we meer centrales moeten bijbouwen lijkt ongegrond. Er is volgens onderzoek van ECN en CE Delft weinig reden om aan te nemen dat we dankzij duurzame energie op een mogelijke black out afstevenen. Hernieuwbare energie is in Nederland nog maar een klein aandeel in de energiemix en met het tempo waarop ontwikkelingen zich voordoen zal dit in 2020 ook nog het geval zijn.

Daarnaast is de huidige capaciteit (inclusief gas- en kolencentrales) om Nederland van stroom te zien nu en in de toekomst meer dan toereikend. Extra gas- en kolencentrales zijn dus zeker niet nodig.

Bron: ECN, CE Delft Foto: Emmanuel Huybrechts