07-12-2012 11:09 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Als Nederland zelf duurzame energie produceert in plaats van het te importeren heeft dat aanzienlijke voordelen. Niet in de minste plaats economische.

Nederland heeft zich verplicht gesteld om in 2020 14 procent van zijn energie duurzaam op te wekken. Het kabinet Rutte-II heeft dit bijgesteld naar 16 procent, zodat het streven meer in lijn is met de 20-20-20 doelstellingen van de EU.

Ecofys, een Nederlands consultancybedrijf dat gespecialiseerd is in duurzaamheid, heeft verschillende mogelijkheden onderzocht waarop Nederland zich aan zijn afspraak met de EU kan houden. Volgens het bedrijf is het zelf produceren van duurzame energie economisch en politiek gezien het slimst.

Duurzame energie-import te onzeker

Er zijn ook andere opties, observeert Ecofys. Zo geeft de EU lidstaten de mogelijkheid om hun duurzame energiequota af te kopen bij landen die een overschot hebben. Voor Nederland is dat een optie als het kabinet in 2020 de race tegen de klok niet blijkt te hebben gehaald.

Volgens Ecofys gaat dit echter gepaard met veel onzekerheid. Waarschijnlijk wordt de duurzame energie uit het buitenland verkocht aan de hoogste bieder. Hoeveel landen in 2020 tegen elkaar op zullen moeten bieden is onzeker, wat deze optie onwenselijk maakt.

Er is meer onzekerheid. Een andere mogelijkheid is dat er niet genoeg overschot is vanuit landen als Duitsland om aan de vraag naar duurzame energie te voldoen. In dat scenario kan Rutte-II zich niet aan de afspraak met Brussel houden.

Alternatieven

Dat laat volgens Ecofys twee alternatieven open. Het eerste is het heft in eigen handen nemen door zelf duurzame energie te produceren en het tweede is in een vroeg stadium inkoopafspraken te maken met landen die een overschot hebben.

Volgens het consultancybedrijf is het zelf produceren van duurzame energie economisch en politiek gezien de beste keuze. Duurzame energie afkopen in het buitenland is weinig rendabel. Ecofys schat in dat Nederland een afkoopprijs zal moeten betalen tussen de €50 en €100 per megawattuur. Daar moet de elektriciteit zelfs nog bij worden opgeteld. Die prijs is vergelijkbaar met de kostprijs van het zelf produceren van windenergie op land en op zee.

Willen we toch per se andere landen de klus laten klaren, dan zal Nederland in een vroeg stadium afspraken moeten maken, zodat de af te nemen prijs en hoeveelheid van tevoren vastligt. Dan nog mist Nederland de voordelen van het ontwikkelen van een eigen duurzame industrie waar het met het afkoopgeld wél voor betaalt.

Foto: Z. Drop