06-02-2013 15:06 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Oost-Europa is in Europa het meest interessant voor windenergie. Veel mogelijke locaties zijn nog niet benut. 

In West-Europa zijn de meeste locaties voor windenergie al bezet, maar in landen als Polen en Hongarije zijn de beste plekken nog beschikbaar. Dat voordeel kan mooie groeicijfers opleveren, valt uit een rapport van de European Wind Energy Association (EWEA) op te maken.

In de twaalf nieuwste lidstaten groeide het geïnstalleerd vermogen van 208 megawatt in 2005 naar 4.200 megawatt in 2011. De voornamelijk Oost-Europese landen nemen 12,5 procent van de totale capaciteit van windenergie in de Europese Unie voor hun rekening.

Financiering

Door de EU-instellingen is tussen 2004 en 2010 €786 mln geïnvesteerd in windenergie, waarvan €420 mln in de twaalf jongste lidstaten. Europees geld komt van de Europese Investerings Bank (EIB), European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) en de International Finance Corporation (IFC).

Ook private banken zijn in principe welwillig, maar deinzen terug voor wispelturig overheidsbeleid. De banken die het meest actief zijn op de windenergiemarkt zijn het Italiaanse Unicredit, het Franse Société General en de Oostenrijkse banken Erste Group en Raiffeissen Bank International.

Vanwege de huidige malaise op de West-Europese windenergiemarkt is investeren in de nieuwe lidstaten erg interessant. De commerciële banken zien Roemenië, Polen, Turkije als de meest belovende landen. Ook Kroatië wordt steeds interessanter, omdat het over gedegen projectontwikkelaars beschikt.

Verbeterpunten

De EWEA stipt een aantal verbeterpunten aan. Zo is de Europese financiering dermate ineffectief geregeld, dat van de €786 mln die is toegezegd, maar 3 procent is aangekomen.

Ook de individuele lidstaten maken er soms een potje van. Regelgeving is vaak onduidelijk en onvoorspelbaar. In sommige gevallen werden ondersteunende maatregelen zelfs met terugwerkende kracht teruggedraaid. Dit is funest voor het investeringsklimaat.

Foto: Kitty Terwolbeck

Bron: EWEA