06-02-2013 16:31 | Door: Mark Beumer

Zonne-energie moet uit Spanje komen en windenergie uit Ierland, vindt minister Kamp, want daar is opwekken het goedkoopst. Zo hoeft Nederland geen keuzes te maken.

De VVD-minister voor Economische Zaken deed zijn uitspraak vrijdag bij een energiecongres in Berlijn, waar ook bondskanselier Angela Merkel en Eurocommissaris Günther Oettinger (Energie) acte de présence gaven.

Kamp vindt het de hoogste tijd dat de Europese landen gaan samenwerken om de ontwikkeling van duurzame energie betaalbaar te houden. Een gecoördineerde aanpak moet ervoor zorgen dat de productie van bijvoorbeeld zonne- of windenergie zich verplaatst naar landen waar dit het meest efficiënt kan.

Kamp stelt als voorbeeld dat zonne-energie rond de Middellandse Zee twee keer zo efficiënt kan worden opgewekt als in Duitsland en Nederland, omdat de zon daar meer en intensiever schijnt. De gecoördineerde aanpak kan volgens Kamp €10 mrd aan subsidies per jaar schelen.

Gapend gat

Kamp doet een beroep op de onzichtbare hand uit het marktdenken: ook duurzame energie moet worden opgewekt waar dat het goedkoopst is. Een zinnige gedachte. Maar als Spanje de zonne-energie regelt en Ierland de windenergie – wat blijft er dan voor Nederland over?

Nederlandse leveranciers moeten produceren onder de prijs van de Ierse wind of de Siciliaanse zon. Woordvoerder minister Kamp

Desgevraagd kan een woordvoerder van Kamp geen antwoord geven op deze vraag. Alles is mogelijk, zolang “leveranciers natuurlijk onder de prijs van de Ierse wind of de Siciliaanse zon kunnen produceren.” De uitspraken van Kamp suggereren dat de minister geen visionair innovatiebeleid heeft. Zijn appèl aan het marktdenken laat een gapend gat over voor Nederland dat hij vooralsnog niet kan invullen.

Eerder gezien

Dat hebben we eerder gezien. Hetzelfde marktdenken zien we terug in de SDE+, de belangrijkste subsidiepot voor duurzame energie in Nederland. Die maakt a priori geen keuzes voor bepaalde, veelbelovende vormen van energieopwekking. De toekenning gaat op basis van prijs: de meeste subsidie gaat naar de technologie die duurzame energie voor de laagste prijs opwekt. Het idee: met een beperkte pot geld zoveel mogelijk groene energie genereren.

Het nadeel is dat alleen bewezen technologieën een reële kans maken om geld uit de SDE+ te ontvangen. Technieken in ontwikkeling zijn dikwijls duurder en zakken in prijs zodra kinderziektes verdwijnen en er meer schaalgrootte gerealiseerd wordt. In plaats van de €3 mrd uit de SDE+ moeten deze technologieën het doen met beperkte innovatiebudgetten. Gevolg: Nederland blijft achterop lopen bij de ontwikkeling van kansrijke, duurzame technieken.

De verhoging van het budget van de SDE+ is een welkom, maar bot middel.

Kamp heeft het mechanisme van de SDE+ overigens geërfd van voorganger Maxime Verhagen (CDA). Kamp heeft daarbij het budget in 2013 bijna verdubbeld ten opzichte van voorgaande jaren. Goede stappen, zo lijkt.

De verhoging van het budget van de SDE+ is absoluut een welkome ondersteuning voor de duurzame energie. Het is echter ook nogal een bot middel. Kamp kiest ervoor simpelweg meer geld tegen het probleem aan te gooien. Daarmee gaat hij voorbij aan meer verfijnde methodes zoals een energiebesparingsfonds of een Groene Investeringsmaatschappij.

Keuzes

Ook aan de toewijzingsmechaniek van de SDE+ heeft de minister niets veranderd. Hij maakt geen doordachte keuze voor veelbelovende technieken, maar kijkt puur naar prijs. Dat is fijn: zo hoeven er geen strategische keuzes te worden gemaakt.

Uiteraard kan je alles overlaten aan de markt. Maar dat laat onverlet dat eigen keuzes noodzakelijk zijn. Duitsland heeft die keuzes wel gemaakt. Ondanks het feit dat zonne-energie opwekken bij de oosterburen misschien duurder is dan in Spanje, is er jarenlang een consistent beleid gevoerd op de ontwikkeling van een bloeiende zonnesector.

Criticasters zullen wijzen op het feit dat diverse Duitse producenten van zonnepanelen failliet zijn gegaan in de concurrentiestrijd met goedkope panelen uit China. Daar staat tegenover dat de omringende waardeketen bijna uitsluitend in Duitse handen is. Met andere woorden: het zijn Duitse machines waarmee China zonnepanelen maakt.

Dat kan ook in Nederland, bijvoorbeeld in de watertechnologie of de biobased economy. Maar dan moet de minister de durf hebben een visie te bepalen.

 

Foto: Hans Thijs