08-04-2013 06:01 | Door: Mark Beumer

Verduurzamen als bedrijf hoeft niet moeilijk te zijn. Maar een beetje hulp van de Green Business Club kan geen kwaad.

“We willen locaties verduurzamen: van bedrijventerreinen tot hele steden,” zegt Annemarie van Doorn, oprichtster van de Green Business Club (GBC). De Green Business Club is een samenwerking tussen bedrijven, gemeentes, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Het doel is het verduurzamen van Nederland. “Maar in tweede instantie mag dat ook best geld opleveren. Voor verduurzaming moet je altijd een mooie, rendabele business case kunnen maken.”

 

Voor verduurzaming moet je altijd een mooie, rendabele business case kunnen maken. Annemarie van Doorn, oprichter Green Business Club

 

Van Doorn begon haar carrière bij ABN Amro. “Daar merkte ik dat veel bedrijven dezelfde behoefte hadden om te verduurzamen en daar bij samen te werken. Om mij heen zag ik veel initiatieven, maar niets kwam van de grond.”

En dus is dat wat de Green Business Club doet: bedrijven bij elkaar brengen om samen te verduurzamen. Daarbij gaat het specifiek om bedrijven binnen een bepaalde regio. Elk gebied heeft per slot van rekening zijn eigen behoeftes. Elke regio heeft dan ook zijn eigen Green Business Club. De eerste is ontstaan op de Amsterdamse Zuidas. Nu zijn er ook clubs in Rotterdam en het Groene Hart.

 

‘Technisch kan alles’

 

Het samenwerken in een Green Business Club kent vele voordelen. Van Doorn wijst er op dat technisch gezien al veel kan op het gebied van duurzaamheid. “Maar financieel en juridisch is het vaak lastiger. Toch zijn er veel mogelijkheden.”

Alleen weten bedrijven vaak niet wat deze mogelijkheden zijn. Van Doorn: “ABN Amro heeft bijvoorbeeld ontzettend veel financiële producten die verduurzaming mogelijk maken. Via de GBC komen bedrijven dat te weten." Oftewel: het delen van kennis is cruciaal.

 

Bij de Zuidas Solar Week gaat het er vooral om dat mensen inzien dat zonne-energie financieel interessant is. Met zeven jaar heb je de kosten eruit, daarna geniet je achttien jaar van gratis stroom. Joost Brinkman, Accenture

 

Joost Brinkman, senior manager Sustainability Services bij Accenture en bestuurslid van GBC Zuidas, ziet ook dat financiering een probleem is – en dat kennisdeling de oplossing is. Brinkman organiseert met de lokale GBC de Zuidas Solar Week. “Tijdens deze week laten we mensen die op de Zuidas werken de mogelijkheden zien van zonne-energie. Het gaat er vooral om dat mensen inzien dat het financieel interessant is. Met zeven jaar heb je de kosten eruit, daarna geniet je achttien jaar van gratis stroom.”

“Het moet ook echt een club zijn,” zegt Van Doorn. “Het gaat om elkaar ontmoeten. Leren over duurzaamheid. Wat is ketenverantwoordelijkheid? Hoe werkt reporting? Bedrijven kunnen in een GBC toetsen: zit ik op de goede weg? Wat gebeurt er om me heen? Er zit vertrouwen in, omdat men elkaar structureel ontmoet.”

 

Schaalgrootte

 

Toch is kennisdeling niet het enige doel van de GBC. Oprichtster Van Doorn is realistisch dat voor veel bedrijven duurzaamheid alleen interessant is als het geld oplevert. Een financieel voordeel van samenwerking binnen de GBC vloeit voort uit schaalgrootte. Als eenling is verduurzaming vaak duur, maar als collectief is het soms opeens wél mogelijk.

Voor Annelinda van Dijck-van Eck, MVO-manager bij woningbelegger Vesteda en bestuurslid van GBC Zuidas, is het car- en bike-sharing project dat nu in ontwikkeling is op de Zuidas een mooi voorbeeld van die schaalgrootte binnen de GBC.

“Het idee is om auto’s en fietsen te delen met de bedrijven. Een enorm pluspunt is dat bedrijven niet een wagenpark hoeven aan te houden dat het grootste deel van de dag stilstaat,” aldus Van Dijck-van Eck. “Daarnaast is autodelen een oplossing voor werknemers die nu nog geen auto van de zaak hebben. Die kunnen met het OV naar werk komen en toch met de auto naar een afspraak."

 

Autodelen is pas efficiënt als er veel gebruikers zijn. Annelinda van Dijck-van Eck, Vesteda

 

Een eerdere pilot met autodelen op de Zuidas heeft een slechts een jaar gelopen, juist omdat er niet genoeg schaal gecreëerd kon worden. Van Dijck-van Eck: “Hiervan hebben we geleerd dat autodelen pas efficiënt is als het veel gebruikers heeft. Nu zorgen we ervoor dat we voor de start genoeg commitment hebben in de vorm van reeds afgesloten abonnementen. Er is ontzettend veel enthousiasme.”

Maar ook hier ontstaan vragen. Hoe gaan we het autodelen combineren met het fietsendelen? Hoe gaan we om met het imago van autodelen? “Dat soort vragen vormen onderwerp van gesprek in de Green Business Club,” aldus Van Dijck-van Eck.

 

Clubgevoel

 

Het autodeelproject heeft uiteindelijk niet alleen een duurzaam voordeel in de vorm van een verlaagde CO2-voetafdruk, maar leidt ook tot kostenreductie en betere service. Van Dijck-van Eck ziet autodelen in de toekomst steeds belangrijker worden op de Zuidas. “Er komt nog een hoeveelheid aan nieuwbouw van kantoren, woningen en winkels aan. Treinstation Amsterdam Zuid gaat groter worden dan Amsterdam Centraal.” De bereikbaarheid via wegen zal tijdelijk een uitdaging vormen. Gelukkig is er een nauwe samenwerking met de partijen in het gebied waardoor er concreet wordt nagedacht over oplossingen.

Dat mobiliteitsvraagstuk is een uniek (luxe)probleem op een plek als de Zuidas waar de kantorenleegstand slechts 6 procent is: de rest van Nederland bereikte eind 2012 met 16 procent een twijfelachtig record. Zo heeft elke regio zijn eigen problemen en zal elke lokale Green Business Club zijn eigen plan moeten trekken. De club op de Zuidas, waar vele grote corporates gevestigd zijn, heeft andere behoeftes dan een gebied waar het Nederlandse MKB de economische motor vormt.

“In Limburg-Zuid is elektrisch vervoer een speerpunt,” aldus Van Doorn. “Daar komt een GBC in samenwerking met DSM en de gemeente Sittard-Geleen.” Er staan ook nieuwe clubs in Brabant, Utrecht en Den Haag gepland. Van Doorn wil de bestaande clubs verder professionaliseren. Het recent verschenen duurzaamheidsverslag is een eerste stap daartoe. En er moeten natuurlijk vooral veel duurzame projecten van de grond komen. Van Doorn richt haar pijlen ook op het Nederlandse MKB, waar nog een wereld te winnen is. Daar kan een Green Business Club dus ook bij helpen.

Bij ABN Amro op de Zuidas staan de elektrische taxi’s van TAXI-E inmiddels recht voor de deur, terwijl de dieseltaxi wat verder staat. “Je struikelt er bijna over,” zegt ze. “Het klinkt heel simpel,” benadrukt ze nog maar eens. Misschien is verduurzaming dat ook wel gewoon - met een beetje hulp van de Green Business Club.

Foto: Raphael M. Azevedo via Flickr.com