10-11-2011 10:27 | Door: Lieuwe Jan Hettema

Bedrijven die duurzaam willen ondernemen krijgen steeds meer met ‘Europa’ te maken. In aanloop naar de Dag van de Duurzaamheid belt DuurzaamBedrijfsleven.nl vijf Nederlandse Europarlementariërs. Vandaag deel 4: Lambert van Nistelrooij (CDA).

Hoe kan op Europees niveau het bedrijfsleven gestimuleerd worden duurzaam te ondernemen?

“Ten eerste door duidelijke regelgeving. Wanneer dit niet zo is haal je nooit het gewenste eindresultaat. Dan heb ik het over de ‘20/20/20-doelstellingen’, verplichtingen die de landen aan elkaar moeten leveren om een concurrerende en groene Europese economie te creëren.

“Het tweede is dat we Europese kennis sneller tot praktijk moeten brengen. Wat universiteiten ontwikkelen moet bijvoorbeeld sneller bij het midden- en kleinbedrijf terechtkomen. Nu gebeurt er nagenoeg niets samen. Kennis, kennis, kennis: daar moeten we het van hebben.

“Ik wil ook dat er nieuwe innovatieve financiële instrumenten komen. Onze manier van werken was tot nu toe vooral het subsidie-instrument. Wij moeten van subsidiëren naar garanties en leningen gaan. Door EU-garanties zullen banken meer geneigd zijn leningen beschikbaar te stellen voor ondernemers. Hierdoor kun je het bedrijfsleven zijn eigen plannen laten uitvoeren.”

Er zijn diverse stakeholders op het gebied van duurzaamheid: de overheid, het bedrijfsleven, NGOs, etc. Bij welke partij moet nu het initiatief liggen?

“Ik denk dat je het samen moet doen, je moet het niet alleen bij de overheid neerleggen. Het is vaak een kwestie van kennis, een bedrijfsproces bijvoorbeeld zo inrichten waardoor je minder energie gebruikt. Dat kan op zoveel verschillende soorten plekken. En daarmee kan op den duur weer geld verdiend worden.”

Innovatie speelt een belangrijke rol in het verduurzamen van bedrijven. Hoe kan de EU innovatie stimuleren?

“De afgelopen tien jaar hadden we de Lissabon-strategie; een strategie waar niemand bij werd betrokken. Met de EU 20/20/20-agenda willen we wél ondernemers in het geheel betrekken. Dit doen we door die slimme, duurzame en inclusieve agenda door te vertalen naar regionale fondsen.”

"Aanvankelijk waren regionale fondsen zo breed: je kon er wegen mee aan leggen, je kon er alles mee. Nu krijg je het geld alleen wanneer het echt onder de doelstellingen valt. Voor deze regionale fondsen komt voor Nederland de komende jaren €1,5 mrd vrij. Van dat bedrag gaat 80 procent naar innovatie, en 20 procent komt ten goede van energie en klimaat. Dat is genoeg."

Hoe ziet een duurzaam Europa er in 2020 in het ideale geval uit, en welke rol heeft Nederland daarin gespeeld?

“Vooral concurrerend. Duurzaam en concurrerend. Ik ben daar met onze Europese kennis zeer optimistisch over. We moeten in Europa op een zeer hoog kennisniveau zitten en we moeten goed samenwerken, zodat je weet wat waar in Europa wordt ontwikkeld. Dit is waar Europa in kan excelleren.

“Je moet een voorbeeldrol spelen; slimme regionale specialisaties ontwikkelen. Er ligt nu ook een voorstel waarin West-Nederland samen met Vlaanderen een topregio wil worden in de biobased economy. Dan trek je ook kenniswerkers aan die zeggen: ‘Goh, je moet naar Eindhoven gaan, daar gebeurt wat.' Dat is wat Europa wil.”

Wat doet u zelf aan duurzaamheid?

“Behalve het rijden van een dieselauto doe ik heel veel. Allemaal heel keurig, met de spaarlampen en geen gft-afval omdat we zelf composteren. Het huis is door de jaren heen ook goed geïsoleerd. Allemaal heel mooi.

“We hebben ook al 35 jaar zonnepanelen, sinds kort van een nieuwe generatie. Dat tikt ook financieel goed door én het is leuk om te doen.”

Morgen, op de Dag van de Duurzaamheid, belt DuurzaamBedrijfsleven.nl met GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout. Afgelopen zaterdag eindigde hij in Trouw's Duurzame top 100 op de 18e positie. "Die €1,5 mrd voor regionale fondsen zie ik het liefste volledig naar duurzaamheid gaan."

Foto: CDA