03-08-2012 12:50 | Door: Mark Beumer

 

Het duurzame getal van de dag: 1.000.000. Oftewel het aantal zakken patat dat KLM nodig heeft om de biobrandstof te maken die nodig is voor een enkeltje Amsterdam-Parijs.

In een kritische column stipt RTLZ-verslaggever Hans de Geus een aantal problemen aan met het maken en het gebruik van biobrandstof. Het lijstje is aanzienlijk. Biobrandstoffen zijn niet schaalbaar en niet betaalbaar. Biobrandstoffen pakken landbouwgrond af ten koste van voedselproductie. De productie van biobrandstoffen kost (fossiel opgewekte) energie.

Waarom zouden we ons überhaupt nog richten op biobrandstof? De Geus concludeert dat het gebruik van biobrandstoffen 'een schrijnend voorbeeld' van greenwashing is en vindt dat KLM-partner WNF zich voor het karretje heeft laten spannen om de luchtvaartmaatschappij de schijn van groen te geven.

Kort door de bocht

Hoewel biobrandstoffen zeker nadelen kennen, wordt de discussie vaak te kort door de bocht gevoerd. Vooral vroege vormen van biobrandstoffen - de zogeheten eerste en tweede generatie brandstoffen - kampen met de problemen die De Geus noemt. Een derde generatie vangt deze problemen op, maar sluit alsnog niet een belangrijke mineralenkringloop. Deze generatie is dan ook niet zonder meer duurzaam.

In het lab is een vierde generatie biobrandstoffen in ontwikkeling. Een generatie biobrandstoffen die schaalbaar en betaalbaar moet worden, met volledig gesloten kringlopen. In het artikel over het Amsterdamse Photanol maken we kennis met de wereldleider op dit gebied.