24-09-2012 09:53 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Vijf hoogleraren en de directeur van Stichting Nederland Krijgt Nieuwe Energie pleiten voor het vergroenen van de Nederlandse energiehuishouding.

Door Marco Witschge (directeur Stichting Nederland Krijgt Nieuwe Energie), Prof. Dr. Sylvester Eijffinger (Universiteit van Tilburg), Prof. Dr. Wim Sinke (Universiteit Utrecht), Prof. Dr. Jan Rotmans (Erasmus Universiteit Rotterdam), Prof. Dr. Klaas van Egmond (Universiteit Utrecht) en Prof. Dr. Kornelis Blok (Universiteit Utrecht).

Afgelopen week stond in het Financieel Dagblad een opmerkelijk artikel: ‘Vergroenen gaat de Staat miljarden euro’s kosten’. De Algemene Energieraad waarschuwde voor de miljarden euro’s die de overheid jaarlijks zou gaan mislopen door de vergroening van onze energiehuishouding. Het is de wereld op zijn kop, want juist het tegenovergestelde is waar.

Reden voor versnelde vergroening

Wat is er nu volgens de Algemene Energieraad aan de hand? ‘De overheid loopt de komende jaren jaarlijks miljarden euro’s mis door de overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energie en door teruglopende gasbaten.’ Om maar direct met dat laatste te beginnen: de voorziene eindigheid van onze aardgasinkomsten - nu goed voor zo’n 11 á 14 miljard per jaar - zou juist reden moeten zijn voor een versnelde vergroening. Dit groeiende gat in onze rijksbegroting wordt nu impliciet aan de vergroening geweten, maar het geeft natuurlijk slechts de beperkte houdbaarheid van onze fossiele energiehuishouding weer.

De vergroening in zijn huidige vorm leidt tot teruglopende belastinginkomsten.

Ook zou de vergroening volgens de Algemene Energieraad zorgen voor teruglopende inkomsten uit energiebelasting, brandstof accijnzen en aanschafbelastingen (BPM) doordat steeds meer burgers en bedrijven kiezen voor energiebesparing, zonnepanelen en zuinige auto’s. De veronderstelde lineaire relatie tussen meer energiebesparing en lokale duurzame energie enerzijds en minder schatkist inkomsten anderszijds is echter veel te simpel.  Een meer wetenschappelijk verantwoorde analyse zou zijn geweest dat de vergroening in zijn huidige vorm leidt tot teruglopende belastinginkomsten.

Net als tabakaccijnzen

Want als wij onze belastingen consequent gaan differentiëren volgens een bonus malus principe, waarin de vervuiler betaalt en de duurzame bespaart, hoeft dit per saldo niet te leiden tot minder opbrengsten voor de overheid. Een vergelijking met tabakaccijnzen laat zien dat de netto inkomsten jaarlijks toenemen, terwijl er steeds minder rokers zijn. Net als bij de rokers moet je dan de vervuiler na verloop van tijd steeds meer laten betalen. Daardoor loont het ook steeds meer om voor zuinig en schoon te kiezen.  Met zo’n doelmatige vergroening kan de overheid op begrotingsneutrale wijze investeringen van burgers en bedrijven stimuleren, waarmee de kwakkelende economie – bijvoorbeeld de bouw- en installatiebranche - een belangrijke impuls krijgt. En deze groene groei zal uiteindelijk ook meer belastinginkomsten genereren.

Als wij onze belastingen consequent gaan differentiëren volgens een bonus malus principe hoeft dit per saldo niet te leiden tot minder opbrengsten voor de overheid.

Twee groepen extra aandacht nodig

Bij de hier voorgestelde fiscale vergroening zijn er twee doelgroepen die om speciale aandacht vragen. De eerste groep betreft de energie intensieve en internationaal concurrerende bedrijven. Zolang er geen mondiale overeenstemming is over het afschaffen van fossiele staatsteun en het beprijzen van vervuiling, zal de overheid de huidige vrijstellingen moeten vergroenen door de hogere kosten voor vervuiling te compenseren. Als je deze vrijstelling zomaar afschaft zouden zij te maken krijgen oneerlijke concurrentie uit landen waar de vervuiler niet hoeft te betalen. Deze compensatie kan trouwens budgetneutraal plaatsvinden dus hoeft de overheid geen extra geld te kosten. Een tweede groep die speciale aandacht vraagt bij fiscale vergroening zijn mensen met lagere inkomens die zonder steun van de overheid zelf niet kunnen investeren in lager energieverbruik. De overheid kan hen helpen met bijvoorbeeld een verdere aanscherping van de koppeling tussen huur en energielabel en de oprichting van een publiek-privaat energiebesparingfonds.

Door de vergroening zoals voorgesteld te vertragen schuiven we de rekening voor ons uit en zal de rente op die rekening steeds hoger worden

Consequenties van niet vergroenen

Door de vergroening zoals voorgesteld te vertragen schuiven we de rekening voor ons uit en zal de rente op die rekening steeds hoger worden. Het IMF voorspelde onlangs dat de olieprijzen in de komende 10 jaar zouden kunnen verdubbelen. Bovendien waarschuwde het IEA vorig jaar nog in de World Energy Outlook 2011 voor een lock-in effect binnen 5 jaar: wachten met vergroenen betekent dat het straks veel moeilijker en duurder zal zijn om onze doelen voor energiezekerheid en broeikasgasreductie te realiseren. En dan hebben wij het nog niet eens over de maatschappelijke kosten van fossiele energie. Nederland staat in Europa op de 25e plaats qua luchtkwaliteit. De gezondheidsschade die fossiele energie veroorzaakt kost de samenleving veel geld en leidt tot verhoging van ziektekostenpremies en belastingen.

We moeten crisisbestendig uit de crisis komen.

Kortom, als wij onze economie echt sterk en veerkrachtig willen maken moeten wij er juist alles aan doen om onze energiehuishouding zo snel mogelijk duurzaam te maken. Fiscale vergroening is daarbij cruciaal en dat kan wel degelijk op een economisch verantwoorde manier. Sterker nog, dat nu niet of verminderd doen is juist economisch onverantwoord want maakt onze economie kwetsbaarder voor toenemende prijsvolatiliteit van fossiele brandstoffen. We moeten crisisbestendig uit de crisis komen.

Foto: zoetnet