12-07-2017 09:46 | Door: Fitria Jelyta

Financials die willen bijdragen aan de strijd tegen klimaatverandering, zetten in eerste instantie in op investeringen in duurzame energie. Dan volgt energie-efficiëntie en als laatste wordt er gesproken over het stoppen met investeringen in de fossiele energiesector. Deze volgorde moet worden omgegooid. "Sluit eerst het gebruik van kolen uit. Daarna kunnen we verder praten", zegt Piet Sprengers, hoofd duurzaamheidsbeleid & -onderzoek bij ASN Bank.

Banken, verzekeraars en pensioenfondsen dragen met financieringen in de fossiele energiesector indirect bij aan de uitstoot van broeikasgassen, die de aarde verder opwarmen. De financiële sector is zich bewust van de effecten van de fossiele industrie op het klimaat, meent Sprengers. Toch ziet hij dat financiële instellingen nog een afwachtende houding aannemen als het gaat om daadwerkelijk stoppen met investeren in kolen, gas en olie.

Sprengers: “De financiële sector wacht op het moment dat het aantrekkelijk wordt om te stoppen met investeringen in de fossiele industrie. Maar dat kan nog lang duren. En dat terwijl het klimaatprobleem steeds dringender wordt.”

Het heft in eigen handen nemen

ASN Bank nam daarom het heft in eigen handen. In 2015 zette het bedrijf een stip op de horizon. Zo moet niet alleen het kantoor, maar alle investeringen van de bank in 2030 netto klimaatneutraal zijn. Samen met consultancybureau Ecofys ontwikkelde ASN Bank een eenduidige methodiek om dit doel meetbaar te maken. Deze meetmethode bood inzicht in de activiteiten die de meeste klimaatimpact veroorzaken. Op basis van de inzichten die de methode opleverde, trof de bank maatregelen om de klimaatimpact terug te dringen.

 “We zijn voor onszelf begonnen met een klimaatdoelstelling. Vervolgens zijn we op ons kantoor in Den Haag gaan werken aan een methodiek om het doel te meten en een strategie om het te realiseren”, zegt Sprengers.

“Natuurlijk weten we dat er haken en ogen aan zitten en dat er problemen zijn die we nog niet hebben opgelost, maar we gaan het gewoon doen, omdat we vinden dat dit een hele grote stap kan zijn voor financiële instellingen om aan de slag te gaan met het klimaat. Bedrijven bereiken veel meer door zelf aan de slag te gaan dan af te wachten tot er van bovenaf besloten wordt hoe klimaatverandering aan te pakken.”

Of ASN Bank met deze aanpak leiderschap toont in de strijd tegen klimaatverandering vindt Sprengers niet relevant. “We krijgen vaak te horen dat we hierin leiderschap nemen, maar leiden is een term die ik niet zo gauw in de mond zal nemen, omdat je daarmee het proces te veel naar je toetrekt. De insteek die we nadrukkelijk hebben gekozen is initiatiefnemer en aanjager”, zegt hij.

Daarom stelt de bank de meetmethodiek beschikbaar aan andere financiële instellingen. Zo werd het Platform Carbon Accounting Financials (PCAF) in het leven geroepen. Samen met tien andere financiële instellingen, waaronder de Volksbank, ABN Amro en Actiam, breidt ASN Bank het meetinstrument verder uit in dit platform.

“De financiële sector moet daarvoor bereid zijn om te gaan werken met modellen zonder de fossiele sector”

Klimaatimpact verkleinen

“De methodiek waar PCAF aan werkt laat zien wat de klimaatimpact is van investeringen. Financiële instellingen krijgen daarmee inzicht in welke investeringen positieve of negatieve gevolgen hebben op het klimaat en hoe groot die impact is”, legt Sprengers uit. “De volgende stap is actie. Hoe kunnen financiële organisaties op een zo eenvoudig mogelijke wijze de klimaatimpact terugbrengen? Door te kijken naar de sector die de grootste negatieve impact op het klimaat veroorzaakt en daarmee te stoppen. Daar kunnen de bedrijven het snelst de grote stappen in maken.”

Volgens Sprengers is desinvesteren in de fossiele energiesector technisch gezien een van de simpelste maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Toch mondt het voorstel voor uitsluiting van de fossiele industrie nog uit op grote weerstand. “De financiële sector moet daarvoor bereid zijn om te gaan werken met modellen zonder de fossiele sector”, zegt hij.

“Door te blijven investeren in fossiele brandstoffen geven financials toe aan de wens van de huidige generatie, die wil blijven profiteren van ‘goedkope energie’. Dat gaat ten koste van de toekomstige generatie die voor de werkelijke kosten van fossiele energie moet opdraaien.”

Haalbaarheid

Naast het verlies van rendement, krijgt Sprengers van investeerders te horen dat het niet haalbaar is om op korte termijn te stoppen met fossiele brandstoffen. Vervolgens worden er vraagtekens gezet bij de betrouwbaarheid en leveringszekerheid van duurzame energie-alternatieven.

“Dat is typisch de vraag van de huidige generatie”, merkt hij op. “De generatie die weet dat die eigenlijk maatregelen moet nemen om de aarde voor de toekomstige generatie leefbaar te houden, maar de kosten die daarmee gemoeid zijn, niet willen nemen. Dan krijg je termen als haalbaarheid en tijdnood. Maar dat zijn schijnbewegingen. Wat ontbreekt is de overtuiging om nu direct actie te ondernemen tegen klimaatverandering vanuit de noodzaak.”

Een investering die op lange termijn meer rendeert, zal op korte termijn meer kosten met zich meebrengen, stelt Sprengers. Zo ook met het desinvesteren in kolen. “Niet alleen kolenmijnen, maar ook aardgas, olie en fossiele elektra moeten niet meer worden gefinancierd. Hoe eerder, hoe beter. De financiële sector moet niet blijven hangen in dat haalbaarheidsargument.”

“Ik ga er geen doekjes om winden. Stoppen met fossiele brandstoffen zal qua rendement op korte termijn her en der pijn doen, maar financiële instellingen moeten deze kosten maken om de duurzame energietransitie in gang te zetten. De fossiele energiesector zal niet altijd goedkoop blijven, op langere termijn zal die zelfs een verliespost gaan worden. Want  duurzame energie wordt steeds goedkoper en dat is al te zien.”

“Er is veel goede wil en behoefte om grote slagen te maken in de strijd tegen klimaatverandering”

Toekomstscenario

Toch kan Sprengers begrip opbrengen voor financiële instellingen die moeite hebben met het desinvesteren in de fossiele industrie. “Als de ene financiële organisatie fossiele energie uitsluit, dan zullen die aandelen zeker worden opgekocht door een andere investeerder. De olie-, gas- en kolenbedrijven merken daar niets van. Maar de financiële sector kan zeker het een en ander bereiken met desinvesteren en uitsluiten”, zegt hij.

Financiële organisaties die zeggen niet langer te investeren in kolen, zenden een boodschap uit, stelt Sprengers. “Daar krijgen andere spelers in de fossiele energiesector lucht van. De gevolgen van desinvesteren zijn dan niet zozeer op de aandelenmarkt, maar in projectfinanciering te zien.”

“Als bedrijven in de kolen- of teerzandensector geen geld meer kunnen lenen bij de bank waar zij het liefst bij bankieren, dan begint er wel een probleem te ontstaan. Op de korte termijn heeft dat geen zichtbaar effect, maar langzaam maar zeker sijpelt dit verder door en worden de investeringen in de vervuilende sector steeds minder aantrekkelijk. Dit levert dan problemen op voor bedrijven in de fossiele brandstoffen.”

Of dit scenario zich afspeelt in de nabije toekomst, vindt Sprengers moeilijk te zeggen. Het is eveneens lastig te voorspellen hoe de financiële sector op korte of lange termijn zal opereren.

Toch is Sprengers positief over de recente ontwikkelingen. “Er is veel goede wil en behoefte om grote slagen te maken in de strijd tegen klimaatverandering”, zegt hij. “Zeker na het Parijse Klimaatakkoord, toen er heel duidelijke stappen zijn gezet, niet alleen door de financiële sector. Toen was al te voorspellen dat er een terugval zou komen. Hoe het verder zal gaan, durf ik niet te zeggen. Als de financiële sector interessante deals kan sluiten met de fossiele industrie, dan zijn we weer terug bij af. Maar misschien komt het helemaal niet zover, omdat het op langere termijn onaantrekkelijke investeringen zijn. En dat besef groeit langzaam maar zeker.”

Foto's: ASN Bank