26-06-2014 07:45 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Datacentra kunnen hun restwarmte op een duurzame manier hergebruiken. De investeringskosten zijn nog wel hoog en de terugverdientijd is relatief lang.

Dat blijkt uit een onderzoek van EnergyGo. Het adviesbureau concludeert op basis van drie praktijkvoorbeelden dat restwarmte geschikt is voor kantoorgebouwen, zwembaden, maar ook kas- en sierteelt. Verder kunnen datacentra overwegen om met kantoren in de buurt een warmte-koude opslag te bouwen. Dit gebeurt al in het Science Park in Amsterdam.

In 2012 gebruikten Nederlandse datacenters 2 procent van de nationale elektriciteitsproductie. Dit is ongeveer evenveel als het elektriciteitsgebruik van 600.000 Nederlandse huishoudens. Ongeveer de helft daarvan is voor de kantoren en de koeling van serverruimtes. De verwachting is dat het energiegebruik met ongeveer 10 procent per jaar stijgt. De restwarmte die na koeling overblijft, beschouwen de meeste exploitanten als een afvalproduct dat ze zo snel mogelijk kwijt willen.

 

Haalbaar

 

In een business case onderzocht het bureau de mogelijke warmteoverdracht van een datacentrum naar een naastgelegen kantoorgebouw. Voor de technische realisatie was een maximale investering nodig van € 140.000, met een terugverdientijd van ongeveer zes jaar.

Een haalbaarheidsonderzoek naar samenwerking tussen de Groningse algenkwekerij Algaecom en het nabijgelegen TCN Data Hotels gaf een opmerkelijk positief resultaat. Algaecom kweekt algen en eendenkroos als basis voor biomassa en diervoeders. Het toevoegen van extra warmte aan de algenzakken zorgt voor een aanzienlijk hogere opbrengst. Technisch gezien waren er geen obstakels. Beide partijen laten de financiële kant nog onderzoeken.

Vermoedelijk is een warmtepomp nodig, omdat de optimale groeitemperatuur voor algen hoger is dan het datacentrum kan leveren. Ook zijn er nog onzekerheden over de economische waarde van de meeropbrengst.

 

Warmer

 

Restwarmte is vaak nog niet warm genoeg om bij te dragen aan energiebesparing. Mogelijk  komt daarvoor een oplossing nu datacentra hun serverruimtes bij steeds hogere temperaturen koelen. De officiële richtlijn is opgetrokken naar 27 graden Celsius. Het datacentrum van Google in België gebruikt zelfs al lucht van 32 graden. Logisch gevolg daarvan is dat de afgewerkte lucht, ICT-hardware heeft een gemiddelde werktemperatuur van 65 graden, veel warmer is. En die is wel waardevol voor andere gebruikers.

Volgens EnergyGo liggen daar de grootste uitdagingen. Desondanks staan de onderzochte datacentra en bedrijven open voor het idee en zijn bereid de mogelijkheden te onderzoeken.

Bron: Rapport EnergyGo | Foto: Sean Ellis, via Flickr