11-11-2013 10:00 | Door: Alwin Hendriks

Biomassa en de biobased economy worden geassocieerd met serieuze problemen zoals de stijging van voedselprijzen. Ook zouden ze helemaal niet zoveel minder CO2 uitstoten. Wat is feit en wat is onzin?

* Dit is het vervolg van deel 1 over de risico’s van de biobased economy.

De meest complexe factor in de ontwikkeling van de biobased economy zoals hier geschetst wordt is volgens hoogleraar Hellingwerf het mineralen-management. “Door oogsten van biomassa wordt de vruchtbare landbouwgrond voortdurend in mineralengehalte verarmd.”

“Dit zie je bijvoorbeeld terug in de teruglopende opbrengsten aan suikerriet per hectare in Brazilië. Elke 10 tot 20 jaar halveert de opbrengst. Dit is de belangrijkste reden dat de landbouwgronden in het land langzaam opschuiven in de richting van de Amazone,” vertelt de hoogleraar.

Goed mineralen-management betekent terugstorten van de mineralen op de grond waar de biomassa geoogst is, maar dat kost veel geld. Bioraffinage kan deze problemen verergeren doordat “bij bioraffinage de biomassa nog verder weg verwerkt worden van de grond waarop de biomassa geteeld is,” legt de hoogleraar uit.

Probleem 5: Inefficiëntie

Volgens Faaij, De Nie en Langeveld moet de landbouw vooral efficiënter dan is er genoeg te halen uit een klein deel van het landbouwareaal en hoeft het zeker niet ten koste te gaan van onze (tropische) bossen.

Zuidelijke landen hebben nog veel potentie om hun opbrengst te verhogen. Danielle de Nie, Natuur & Milieu

“In zuidelijk Afrika, Oost Europa en Azië is veel extensieve landbouw. Grote stukken land worden inefficiënt gebruikt voor teelt en wanneer de grond is uitgeput wordt er een nieuw stuk land in gebruik genomen. Deze slash and burn-landbouw zorgt voor veel verlies van vruchtbare grond. Hier liggen grote investeringskansen voor Nederland en Europa,” stelt Faaij.

De Nie deelt dit inzicht. “Zuidelijke landen hebben nog veel potentie om hun opbrengst te verhogen. We kunnen het EU-systeem voor landbouw gaan toepassen in derde wereld landen, maar dat is op lange termijn ook niet houdbaar. Het systeem hier put de bovenste bodemlaag uit en is fosfaat- en energie-intensief. De intensiteit moet op een natuurlijkere en ecologisch verantwoorde manier omhoog. Mengteelt. Bijvoorbeeld graan en erwten samen verbouwen.” Erwten binden heel sterk stikstof uit de lucht en leggen dat vast in hun wortels. Daar kunnen granen op stikstofarme gronden baat bij hebben.

Maar ook dichtbij valt nog het nodige te winnen. Langeveld: “Onderzoek toont aan dat boeren in Europa en de VS meer biomassa kunnen produceren. Dat gaat niet alleen over gewasresten, waarvan je ook een deel nodig hebt om de bodemvruchtbaarheid te handhaven. Ook liggen opbrengsten nog onder het haalbare niveau. Daarnaast kunnen boeren door de braak te verminderen en door meer dubbelteelten toe te passen hun productie nog aanzienlijk verhogen. Dit gebeurt nu al, en kan leiden tot een efficiënter gebruik van land, water en nutriënten.”

Probleem 6: Onduidelijkheid en belangen

Door alle problemen roepen milieuorganisaties zoals Natuur & Milieu de EU intussen op tot het limiteren of zelfs het stoppen van het gebruik van eerste generatie biobrandstoffen.

Brussel wil in 2020 10 procent van de transportbrandstoffen uit hernieuwbare bronnen te halen: biomassa is daarvoor de voornaamste kandidaat. Biobrandstoffen van de eerste generatie vormen daarvan nu het leeuwendeel. De voortgang naar meer geavanceerde generaties verloopt matig.

De belangrijkste oorzaak van dit matige verloop is volgens Hellingwerf de neerwaartse druk op de energieprijzen “die veroorzaakt wordt door de schaliegaswinning. Vlak voor de opgang van schaliegas rond 2011 waren er een paar productieprocessen voor tweede generatie biobrandstof heel dicht bij economische haalbaarheid.”

Er heerst grote verdeeldheid in het Europees Parlement over het limiteren van het gebruik van eerste generatie biobrandstoffen. Deze verdeeldheid wordt voornamelijk gevoed door de grote hoeveelheid aan verschillende studies naar de voor- en nadelen van biobrandstoffen. De heftige lobby van de (bio)brandstofindustrie maakt het ook niet makkelijker.

We zijn er dus nog niet

De biobased economy is er dus nog niet. Er zijn nog een aantal knelpunten. De stijgende voedselprijzen en de daaruit volgende honger lijken echter niet direct in de schoenen van biobrandstoffen geschoven te kunnen worden. De hoofdschuldigen lijken voornamelijk de stijgende energieprijzen en het feit dat er veel gespeculeerd wordt met voedsel.

De ontbossing lijkt slechts deels gestimuleerd te worden door biobrandstoffen. Hier is voornamelijk biodiesel een probleem, door de inefficiëntie van de teelt van palmolie en soja. Daarnaast is inefficiënte landbouw in het algemeen een probleem. Doordat het makkelijker is om bomen te kappen dan uitgeputte grond te herstellen maakt het eigenlijk weinig uit wat er verbouwd wordt.

Het creëren van nieuwe landbouwgrond door boskap, maar ook door het droogleggen van veengebieden zorgt voor veel extra uitstoot van de broeikasgassen CO2 en methaan. Daarnaast levert het ene gewas een lagere opbrengst per hectare dan het andere, terwijl de input aan energie net zo hoog is. Het is belangrijk dat deze uitstoot wordt meegenomen in de berekening van de broeikasgasbalans, om de werkelijke duurzaamheid van een product te bepalen.

De belofte van de biobased economy is duidelijk, maar we kunnen niet zonder meer aannemen dat alle biomassa ook daadwerkelijk duurzaam is. “Daar is veel meer voor nodig en hangt af van hoe we de productie en het gebruik van biomassa organiseren,” aldus Faaij.

Bedrijven moeten vooral zelf goed nadenken en zich minder afhankelijk opstellen van de overheid en subsidies. Danielle de Nie, Natuur & Milieu

“Wetenschappelijke discussies zullen blijven voortduren,” vindt De Nie. “Dat betekent niet dat we moeten stoppen met ontwikkelen. We kunnen ook niet meteen 100 procent eisen, maar we moeten wel kritisch blijven.”

Bedrijven zijn in ieder geval hard bezig met de biobased economy. In theorie zijn toepassingen van de biobased economy vrijwel oneindig en kan voor bijna elke denkbare sector relevant zijn. Van de chemische industrie tot de kledingindustrie en van koffiebekertjes tot bouw- en constructiematerialen. Er zijn dus kansen zat. Ook in Nederland. Hierover meer in het artikel: De belofte van de biobased economy: Kansen.

 

Foto: Kristian Peters via Wikimedia