20-03-2017 12:27 | Door: Erik Verheggen

De Nederlandse industrie kan richting 2050 via elektrificatie een bijdrage leveren aan de klimaatdoelen van Parijs. Hiervoor zijn wel systeem- en procesinnovaties nodig.

Dat blijkt uit een onderzoek van Berenschot, CE Delft, Industrial Energy Experts en Energy Matters, in opdracht van RVO en in samenwerking met het TKI Industrie & Energie.

De Nederlandse procesindustrie is verantwoordelijk voor 46 procent van het totale energieverbruik. Elektrificatie van de procesindustrie is één van de mogelijke transitiepaden om tot een duurzame energievoorziening te komen, zeker wanneer elektriciteit in de toekomst volledig duurzaam of CO2-neutraal beschikbaar wordt.

Innovaties

Om deze transitierichting optimaal te benutten, zijn systeem- en procesinnovaties noodzakelijk. Volgens de opstellers van het rapport moet hierbij worden gedacht aan de verdere ontwikkeling van hoge temperatuur warmtepompen, de uitwerking van nieuwe businessmodellen en marktrollen voor Esco’s, de aanpassing van de nettariefstructuur en aan meer experimenteerruimte.

In het onderzoek worden twee strategieën voor elektrificatie onderscheiden: flexibele elektrificatie en baseload-elektrificatie. Sommige technologieën zijn geschikter voor flexibele elektrificatie, waar andere technologieën juist geschikter zijn voor baseload elektrificatie.

Voor flexibele elektrificatie is vooral de ontwikkeling van de prijsvolatiliteit interessant, terwijl voor baseload elektrificatie de prestatiecoëfficiënt (COP) van belang is. Bovendien zijn twee toepassingsgebieden van belang, namelijk elektrificatie in de utilities en elektrificatie in het productieproces zelf.

Esco's

Voornamelijk voor elektrificatie in de utlities heeft de betrokkenheid van Esco’s veel potentie, waarbij een Esco bijvoorbeeld stoom als dienst levert, in plaats van elektriciteit of gas.

Het consortium stelde met deze achtergrond een overzicht van elektrificatie-categorieën en kansrijke technologieën op voor de korte, middellange en lange termijn. Op de korte termijn laat power-to-heat een groot potentieel zien, stellen de opstellers van het rapport.

Ook voor de langere termijn zijn er veelbelovende technologieën. Zo heeft ‘power-to-hydrogen’, waarbij waterstof wordt geproduceerd met elektrische energie, zowel toepassingen voor flexibiliteit als voor baseload. Op dit moment is deze optie echter economisch nog niet haalbaar voor grootschalige toepassing.

De onderzoekers hebben ook gekeken naar ‘power-to-gas’, waarbij elektriciteit wordt ingezet om brandstoffen te produceren. Deze optie lijkt pas interessant op de lange termijn.

De productie van chemicaliën via ‘power-to-chemicals’ heeft een hoog potentieel en veel variëteit wat betreft opties en initiatieven maar bevindt zich nog voornamelijk in de startfase. ‘Power-to-mechanical drive’ en ‘power-to-separation’ hebben volgens de betrokken partijen een beperkt potentiëel.

Transitie

Het onderzoek doet geen uitspraak over de optimale combinatie van transitiepaden. Naast elektrificatie zijn dit geothermie, biomassa en CO2-opslag. Wel doet het onderzoek aanbevelingen voor de ontwikkeling van industriële elektrificatie als transitierichting.

Wanneer deze ontwikkelingen op korte termijn worden opgepakt, kan Nederland een internationaal onderscheidende innovatiepositie op het gebied van industriële elektrificatie verwerven, stellen de betrokken bedrijven.

Download het rapport hier.

Bron: Berenschot | Foto: OH studio image gallery/Shutterstock