26-02-2014 09:48 | Door: Willemien Groot

Iedere zakenman wil het, maar bijna niemand durft het. Nieuwe verdienmodellen proberen of een bestaand marktconcept op zijn kop zetten. Maar zes duurzame verdienmodellen bewijzen écht te werken.

Als bedrijven in de huidige turbulente tijd willen overleven, dan kan dat alleen door een radicale omwenteling in hun manier van zakendoen. Volgens het Amerikaanse adviesbureau SustainAbility zijn veranderingen op het gebied van milieubewustzijn, sociaal besef en technologische ontwikkeling zo groot, dat kleine aanpassingen in de bedrijfsvoering niet langer voldoen. Waardecreatie heeft een heel nieuwe benadering nodig wil een bedrijf succesvol blijven.

In een recent verschenen rapport onderzoekt SustainAbility innovatieve businessmodellen in de context van duurzaamheid. 'In plaats van vol bewondering te kijken naar het zoveelste autodeelbedrijf of crowdfundinginitiatief, moeten we goed kijken naar het diepere idee erachter. Alleen dan kunnen we ervan leren en er profijt van trekken', schrijven de samenstellers in hun inleiding.

Het rapport Model Behaviour beschrijft twintig innovatieve verdienmodellen in categorieën zoals milieu-impact, sociale impact, financiële innovatie en base of the pyramid. We zetten de zes meest aansprekende op een rijtje.

 

1. De gesloten kringloop of cradle-to-cradle

 

In dit model stelt een bedrijf alles in het werk de hoeveelheid restafval te beperken. Grondstoffen moeten waar mogelijk terugkeren in het productieproces. Restafval moet zoveel mogelijk een nuttige eindbestemming krijgen, bijvoorbeeld als compost. Dit vergt een andere aanpak dan het gebruikelijke lineaire productieproces van grondstof-product-afval. De gesloten kringloop dringt langzaam maar zeker door.

Binnen aantal Nederlandse bedrijfstakken is het al mogelijk C2C-gecertificeerd te opereren, bijvoorbeeld in de bouw, textiel en interieur. In Hoofddorp verrijst de komende jaren het eerste bedrijvenpark dat geheel werkt volgens het principe van de gesloten kringloop. Tapijtmaker Interface heeft als miljardenbedrijf een productiefaciliteit bijna geheel volgens circulaire principes weten in te richten.

 

2. Vraaggericht produceren

 

Een concept waar vooral online winkels en fabrikanten van kunnen profiteren. Een product gaat pas in productie op het moment dat er genoeg vraag is. Voor de leverancier is dit model om verschillende redenen voordelig. Er ontstaat een nauwe band met de klant. Hij blijft nooit met onverkochte voorraden zitten, gaat efficiënt om met grondstoffen, en hij doet ideeën op voor nieuwe producten.

Het Amerikaanse bedrijf Lays vraagt consumenten mee te denken over nieuwe smaken chips, die vervolgens in de winkel terechtkomen. Threadless, een Amerikaanse website voor designer T-shirts, neemt een model pas in productie als er genoeg stemmen voor zijn.

 

3. Afval als handelswaar

 

Een wat stoffig concept dat helemaal hip is. Bezoekers van Wereldwinkels kennen de speelgoedauto van een colablikje of de handtas van oude plastic zakken. Online groeit het aantal ondernemers dat afval verwerkt tot trendy gadgets. De Nederlandse webshop 23 april maakt beschermhoesjes voor mobiele telefoons van restanten rolgordijn, cd-hoesjes van sap- en melkpakken en handgeschepte wenskaarten van gerecyclede papierpulp.

RestyleXL timmert aan de weg met opvallende meubels van sloophout, desgewenst op maat gemaakt. Het vooruitstrevende bedrijf Interface laat zich ook hier gelden door nylon te maken uit oude visnetten.

 

4. De lease-economie

 

Consumenten kopen geen producten meer, maar huren of leasen wat ze nodig hebben. En dan gaat het niet alleen om auto's, maar ook om grasmaaiers of zelfs spijkerbroeken. Dat noemt men de lease-economie (video). Het grote voordeel is dat producenten geen prikkel meer hebben om producten te maken die snel kapot gaan. Ze zijn erbij gebaat als deze zo lang mogelijk mee gaan.

Het Nederlandse Mud Jeans haalde de voorpagina's met hun lease-spijkerbroeken. De oprichters verbaasden zich over de verspilling van water en grondstoffen bij de productie van kleding, die vaak ook nog onder slechte arbeidsomstandigheden wordt gemaakt.

Het bedrijfje maakt duurzame kleding van biologische grondstoffen. Tot zover niets nieuws. Maar in plaats van de kleding te kopen, leaset de klant het kledingstuk. Na een jaar kan hij zijn spijkerbroek kopen, inruilen voor een nieuw model, of terugsturen. Ingeleverde kleding wordt vermalen en gemengd met biologische katoen en verwerkt tot nieuwe, duurzame kleding.

 

5. Neem een abonnement

 

De klant neemt een abonnement op een product of dienst. Per week, per maand of per jaar. Ook hier: het principe is niet nieuw. Aanbieders van mobiele telefoons passen dit al toe. Het teloor gegane Better Place probeerde het voor batterijen van elektrische auto's.

Het voornaamste voordeel voor klanten is dat zij niet in een keer een groot bedrag hoeven op te brengen, maar gespreid kunnen betalen. Duurzame producten en diensten kennen vaak hogere investeringskosten. Die barrière vervalt. Voor de producent is er meer zekerheid over gegarandeerde afname, wat de investering in de verduurzaming van het productieproces aantrekkelijk maakt.

Innovatieve ondernemers nemen het concept nu over voor heel andere, onverwachte diensten. De oprichters van De Krat bieden klanten een abonnement op de wekelijkse bezorging van een pakket vlees, groenten en fruit. Een vegetarisch abonnement is ook mogelijk. Biologisch, lokaal gekweekt en van het seizoen.

 

6. Het product als service

 

In de lease-economie zal het product steeds vaker als dienst worden gezien. De fabrikant neemt de verantwoordelijkheid voor het artikel dat hij verkoopt. De klant betaalt een kleine bijdrage en is daarmee verzekerd van de reparatie, eventuele vervanging en de inname van zijn aankoop als die kapot gaat. Een nieuwe aanpak waar nog veel winst valt te behalen.

Het interessante aan het model is dat de producent eigenaar blijft van het product. Zo verzekert hij zich van grondstoffen die in de toekomst steeds schaarser worden. Dat levert ook nog eens een duurzame prikkel op voor deze producent: tijdens het productontwerp kan hij al rekening houden met de recycling ervan, zodat dit makkelijk gaat. Philips is hier al bijzonder ver mee.

Voor een deel van de handel bestaat overigens al wel de zogeheten producenteneindverantwoordelijkheid. Auto's en auto-onderdelen als banden en accu's, elektronische apparatuur en verpakkingsmaterialen vallen daaronder. Fabrikanten en importeurs zijn verantwoordelijk voor een afvalverwerkingssysteem en de financiering ervan.

Foto: Wouter Hagens