05-10-2012 07:46 | Door: Lieuwe Jan Hettema

Eén dvd over het Cradle to Cradle-concept veranderde in 2007 het totale beleid van tapijtfabrikant Desso. “Producten moeten zó goed in elkaar zitten, dat je ze eindeloos kan hergebruiken,” vertelt CEO Stef Kranendijk. 

“Eind 2007 bekeek ik een VPRO-documentaire over Cradle to Cradle (C2C),”  vertelt Stef Kranendijk, CEO van de Belgisch-Nederlandse tapijtfabrikant Desso. “Hierin zag je onder andere hoe een klein textielbedrijf C2C succesvol toepaste. Toen dacht ik: als het met textiel kan, dan kan het ook met tapijt. Ik heb meteen Michael Braungart benaderd.”

Dankzij C2C gaat de crisis aan ons voorbij

Braungart is co-auteur van het boek ‘Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things’ en speelt een belangrijke rol in de totstandkoming van de C2C-methode. “We hebben meteen alle bedrijfsonderdelen op het C2C-principe afgestemd,” legt Kranendijk uit. “Bij C2C is het gebruik van positief gedefinieerde grondstoffen en het design van groot belang: producten zo maken dat ze weer makkelijk hergebruikt kunnen worden.” Desso is toen ook met een Take Back programma gestart: bijna alle tapijttegels worden aan het einde van hun levensduur weer teruggenomen.

Geen crisis voor Desso

Inmiddels is negentig procent van de polyamide tapijttegelcollectie C2C-gecertificeerd. Bij Desso’s meest innovatieve tapijttegels is tot 97 procent van het materiaal positief gedefinieerd, wat betekent dat het veilig is voor mens en milieu. “We werken aan de laatste drie procent. Ook willen we in 2020 volledig gebruik maken van hernieuwbare energie; in 2011 deden we dat voor 33 procent. Daarnaast is de CO2-uitstoot vanaf 2007 tot en met 2011 gehalveerd.”

“We zitten midden in een economische crisis, maar die gaat aan ons voorbij,” zegt Kranendijk tevreden. “De winst is sinds 2007 enorm gestegen en ons Europese marktaandeel in tapijttegels is van 15 procent in 2007 naar 23 in 2011 gegroeid. Ook is er nu ruimte om functionele innovaties op de markt te brengen.” Bijvoorbeeld de AirMaster tapijttegel, die een positieve bijdrage levert aan de luchtkwaliteit en mede daardoor in veel scholen en kantoren wordt gebruikt.

Circulaire economie

De Britse voormalig topzeilster Ellen MacArthur ziet net als Kranendijk de enorme vooruitgang die er met een circulaire economie behaald kan worden. In 2010 startte ze met de naar haar vernoemde stichting, met als doel om de nieuwe economie te promoten. “Ze gaf opdracht aan consultancy bureau McKinsey om uit te zoeken wat er gebeurt als de volledige Europese industrie hetzelfde doet als Desso.”

Nu wil iedereen met ons dansen

“Conclusie: de industrie bespaart jaarlijks $630 mrd (€510 mrd), een geschatte besparing die grofweg overeenkomt met 3,9 procent van het BNP van de Europese Unie,” vertelt Kranendijk. Een bewijs dat het tijd is om vaarwel te zeggen tegen de lineaire economie. “In de VS belandt ongeveer tachtig procent van het afval op de vuilstort en in Duitsland wordt bijna alles verbrand. Zo zonde, want als je de producten op een goede manier produceert is dat niet nodig.”

Dansen met Desso

Niet iedereen was enthousiast toen Kranendijk zijn plannen introduceerde. “Sommige leveranciers wisten niet wat ze met de plannen aanmoesten. Ze leverden al producten die aan bepaalde Europese eisen voldeden, maar Desso wilde het nóg transparanter. De samenwerking met enkele leveranciers stond zelfs op het spel.” Kranendijks geloof in een circulaire economie werd beloond. “Nu wil iedereen met ons dansen.”

Bij C2C probeer je hernieuwbare energie in alle fasen van de productcyclus te gebruiken

“Ik geef heel veel speeches om bedrijven te overtuigen. Nationale bedrijven als Philips en DSM richten zich inmiddels al meer op C2C, maar ook kleinere bedrijven als toiletpapierfabrikant Van Houtum,” aldus Kranendijk. “Naarmate er meer voorbeelden komen zul je zien dat steeds meer bedrijven er mee beginnen. Want C2C is goed voor het totaalplaatje: people, planet en profit.”

Foto: Desso