13-05-2013 15:26 | Door: Merel Hendriks

Een CO2-neutraal kantoor dankzij een volledig natuurlijk airconditioningsysteem: promovendus Bronsema werkt met succes aan de uitwerking van dit idee.

In 1957 zette de 78-jarige Ben Bronsema zijn eerste stappen in de wereld van warmte- en luchttechnieken en vrijdag 7 juni promoveert hij aan de TU Delft. Zijn project: een volledig natuurlijk airconditioningsysteem dat bijdraagt aan een CO2-neutraal kantoor. Bronsema ontwikkelde het idee in zes jaar tijd, terwijl hij bouwkundestudenten begeleidde met hun afstudeerprojecten.

“Ik zag aan bouwstudenten dat ze bang zijn dat hun ontwerp wordt verpest door lelijke verwarmingsbuizen of airconditioningsystemen”, zegt Bronsema. “Ik merkte dat er een grote kloof is tussen de creativiteit van de architect en de rationaliteit van de ingenieur. Daarom bedacht ik een onderzoeksvoorstel om deze kloof te overbruggen. Ik kreeg hiervoor een bijdrage van het ministerie van Economische Zaken. Zo heb ik het aan het einde van mijn carrière gebracht tot deze promotie.”

 

Ik merkte dat er een grote kloof is tussen de creativiteit van de architect en de rationaliteit van de ingenieur.

 

Zijn Earth, Wind & Fire-concept werkt middels drie onderdelen: het Ventecdak, de Klimaatcascade en de Zonneschoorsteen. Het Ventecdak zorgt voor de aanvoer van verse lucht en de afvoer van gebruikte lucht, de Klimaatcascade voor de koeling en verwarming van de lucht en de Zonneschoorsteen voor de luchtafvoer. In de Klimaatcascade worden waterdruppels gesproeid, waarmee lucht kan worden gekoeld of verwarmd. Door de toevoer van verse buitenlucht is er altijd een gezond binnenklimaat.

Pilotlocatie

Het is een unieke manier om energiezuinig te werken: er wordt energie bespaard door het ontbreken van ventilatoren en koelmachines en ook wekt het systeem zelf energie op. De zonneschoorsteen heeft een rendement van 60 procent, waardoor er genoeg warmte gegenereerd kan worden om een kantoor in de winter te verwarmen.

Bronsema is nu op zoek naar een kantoor van tenminste vijf verdiepingen hoog om de werking van het systeem te bewijzen. Hij noemt het nieuwe concept ‘geweldig’ voor architecten om mee te werken, door de architectonische vormgeving van de verschillende onderdelen.

 

Er zijn al geïnteresseerden waar ik binnenkort mee om de tafel ga zitten.

 

“Er zijn al een paar geïnteresseerden waar ik binnenkort mee om de tafel ga zitten. Het mooist zou zijn als er meerdere kantoren zijn die ik naast elkaar kan zetten om te kijken welke het meest geschikt is voor de pilot”, legt Bronsema uit. “Het makkelijkste zijn panden die er nog niet staan, maar ik wil ook inspelen op de lege kantoorpanden. Het gebouw moet geen ingewikkelde plattegrond hebben en een eenvoudige geometrie, het liefst vierkant of rechthoekig en met een oppervlakte van zo'n 5.000 à 10.000 vierkante meter."

Risico’s

“De kosten zijn afhankelijk van verschillende factoren, maar het zal snel geld kunnen opleveren. De bouwkosten zijn de grootste investering. Het is belangrijk dat de wind en de zon vrij spel hebben. Met een mogelijkheid voor bodemopslag zal de installatie helemaal kunnen worden benut,” vertelt Bronsema enthousiast.

 

De beloften zijn groter dan de risico’s.

 

“Ieder project brengt risico’s met zich mee, maar ik heb uitvoerig onderzoek gedaan en werkende modellen gemaakt. Ook zal ik het project samen met de technische universiteiten begeleiden, wat dat betreft zijn er dus geen risico’s meer. De beloften zijn groter dan de risico’s. Het kantoor wordt energiezuinig, er is geen lawaaierige airconditioning meer en het zal niet meer tochten.”

Kantoorpanden

De Europese Unie wil dat kantoorgebouwen energiezuiniger worden. Earth, Wind & Fire is een mogelijkheid om energiebesparing te realiseren. Al eerder schreef DuurzaamBedrijfsleven.nl over de winst die duurzame kantoren kunnen realiseren in euro’s en in productiviteit. Een schone lucht draagt ook veel bij aan de gezondheid van werknemers.

Bronsema noemt zijn ontwikkeling een totaal andere manier van werken vergeleken met de afgelopen 150 jaar. “Ik heb er een creatief beroep van gemaakt: het is een ‘drive’ om na een leven lang traditioneel werken de twee specialisten, architecten en ingenieurs, bij elkaar te brengen.”

Foto: Przemyslaw Pawelczak via Wikimedia