13-04-2016 12:04 | Door: Fitria Jelyta

Uit onderzoek van TU Delft blijkt dat er een grote kloof is tussen het werkelijke en verwachte energieverbruik van woningen. Bewustwording over het stookgedrag moet hier verandering in brengen.

Voor dit onderzoek heeft TU Delft promovenda Daša Majcen 200.000 woningen geanalyseerd met als doel het verschil tussen verwacht en werkelijk energieverbruik te bepalen en de oorzaken van deze verschillen te achterhalen. 

De promovenda stelt dat energielabels enkel de thermische waarden van woningen met elkaar vergelijken. Factoren als gezinssamenstelling en hoe de bewoners hun woning verwarmen worden volgens Majcen onterecht als vaststaande gegevens gezien.

Bewust over stookgedrag

"Bewoners van zeer goed geïsoleerde huizen hebben al gauw het idee dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over hun stookgedrag”, zegt Majcen. Daarnaast hebben oude woningen volgens de wetenschapper geen centrale verwarming in alle ruimtes. “In dat geval is het efficiënter om alleen de belangrijkste ruimtes te verwarmen.”

Om de kloof tussen het werkelijke en verwachte energieverbruik te dichten, adviseert Majcen om het gemiddelde werkelijke energieverbruik van huishoudens te vermelden. Ook is het volgens de onderzoeker belangrijk om bewoners meer bewust te maken over hun gedrag. Door deze kloof te dichten zegt Majcen dat terugverdientijden van energiezuinige investeringen gemakkelijker worden vastgesteld.

'Energielabel A verbruikt werkelijk 20 tot 30 procent meer dan verwacht'

Hoger dan theoretisch energieverbruik

Uit haar proefschrift blijkt dat een alleenstaande oudere in een huis met energielabel G soms minder energie verbruikt dan een gezin met kinderen in een woning met energielabel A. Bovendien hebben de meeste gebruikers van oude, slecht geïsoleerde huizen relatief bescheiden stookkosten, stelt Majcen.

Verder is het werkelijke energieverbruik van huishoudens met label A in veel gevallen 20 tot 30 procent hoger dan het theoretische verbruik. Terwijl het werkelijke gasverbruik van woningen met energielabels G en D gemiddeld 50 procent lager ligt dan het theoretische verbruik. 

Bron: TU Delft, Energievastgoed | Foto: Kiwi 3rd, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)