08-03-2014 10:39 | Door: Willemien Groot

Plastic afval voor een 3D-printer, een energieneutraal naoorlogs rijtjeshuis en een zaal vol netwerkende jonge ondernemers. Green Village van de TU Delft geeft zijn visitekaartje af.

“Dit is een van die dingen die ik wil doen”, zegt Ad van Wijk, buitengewoon hoogleraar Future Energy Systems aan de TU Delft en initiatiefnemer van de Green Village. Het tijdelijke onderkomen op de universiteitscampus is de laatste stop van de duurzame Regiotour van Urgenda door Zuid-Holland. "We willen jonge ondernemers met goede ideeën op het gebied van duurzaamheid een podium geven en in contact brengen met potentiële klanten.”

Zelfvoorzienend

Het terrein waar de Green Village komt te liggen, is afgezien van een eenzaam transformatorhuisje nog leeg. Maar de ontwikkeling is in een vergevorderd stadium. “In de tweede helft van dit jaar beginnen we met de bouw van het evenementencentrum en het restaurant”, vertelt Van Wijk.

De Green Village moet uitgroeien tot een dorp van twintig tot veertig gebruikte zeecontainers. Studenten, onderzoekers en bedrijven verbouwen de containers tot laboratoria, werkruimten en ontmoetingsplekken. Het is de bedoeling dat het dorp geheel zelfvoorzienend wordt. In de Green Village testen ze onder meer verschillende toepassingen van LED-verlichting, een elektriciteitsnet op gelijkstroom en een energiecentrale van auto's met brandstofcellen. De TU Delft draagt financieel bij met zo'n  € 5 mln. in de aanloopfase. Enkele tientallen bedrijven hebben materialen toegezegd en kunnen een ruimte op terrein huren.

Rijtjeshuis

Het eerste huis is het dorp is een concept van Prêt-à-Loger (klaar om te wonen). “Nederland telt 1,4 miljoen naoorlogse rijtjeshuizen. Eigenlijk zijn ze te klein en verbruiken te veel energie. Toch voelen de bewoners zich er thuis en slopen is zonde”, zegt Josien Huizinga van Prêt-à-Loger. “Voor dit type huizen hebben we een 'huid' ontwikkeld die als een isolatiekap over de bestaande bouw ligt. We bouwen een glazen serre voorzien van zonnepanelen aan het huis om het woonoppervlak te vergroten.”

 

Prêt-à-Loger: "Naoorlogse rijtjeshuizen zijn inefficiënt, maar te leuk om te slopen"

 

De serre is zo ontworpen dat hij zich aanpast aan de seizoenen. In de winter en op koude dagen fungeert de ruimte als wintertuin en als warmtebuffer. Op warmere dagen kunnen de deuren tussen de serre en de woonkamer open en in de zomer schuiven de serredeuren volledig open zodat de hele tuin vrij is. De woning is energieneutraal. De studenten willen de woningen ook voorzien van reservoirs voor regenwater dat als grijs water in en om het huis kan worden gebruikt.

Kruisbestuiving

De studenten mogen het concept komende zomer uitvoeren op de Solar Decathlon in Versailles. Daarna verhuist de woning naar de Green Village. Verschillende bouwbedrijven hebben zich als sponsor aan het project verbonden en hebben interesse in de concrete uitvoering. “Sponsors hebben belangstelling omdat zij het huis aan anderen kunnen laten zien. Vorige inzendingen voor deze wedstrijd belandden na afloop op de schroothoop”, verklaart Van Wijk het enthousiasme van de bouwbedrijven. “Daar kunnen ze verder niets mee.”

Van Wijk moedigt studenten en medewerkers van de TU Delft aan contacten te leggen met het bedrijfsleven. Die kruisbestuiving is essentieel. “We hebben afspraken gemaakt met gevestigde bedrijven om die jonge ondernemers te helpen. Bijvoorbeeld door nieuw ontwikkelde technologie toe te passen in hun producten.”

Partners

Volgens Van Wijk missen onderzoekers vaak een kader waarin hun ze ontdekking kunnen plaatsen. Een perfect idee blijft hangen in de onderzoeksfase, terwijl een systeemtest moet uitwijzen of het ook in de praktijk werkt. “Ik pleit dan altijd voor een design freeze, het moment dat onderzoekers een toepassing voor hun product of idee moeten verzinnen. Technisch georiënteerde mensen vinden dat moeilijk. Wij zoeken de juiste partners om te zorgen dat het op de markt komt. Pas dan gaat een idee leven.”

 

Ad van Wijk: "Een idee moet gaan leven."

 

Ter illustratie noemt hij de oud-studenten van de Better Future Factory. Tijdens hun studie ontdekten ze hoe ze plastic afval konden omsmelten om er 3D-geprinte producten en sieraden van te maken. Samen met de Green Village werkten zij dat idee verder uit en begonnen een bedrijfje. De Better Future Factory timmert nu aan de weg met onder meer een presentatie op het Lowlands Festival en een optreden in Kassa Groen van de VARA.

“Bedrijven hebben altijd behoefte aan vernieuwing”, zegt Van Wijk. “In de huidige economische crisis investeren ze misschien een paar jaar wat minder. Op de korte termijn bespaart dat geld, maar uiteindelijk moeten ze het hebben van nieuwe producten omdat de markt verandert. Zonder vernieuwing of innovatie is een bedrijf ten dode opgeschreven.”

Foto: Prêt-à-Loger