17-04-2014 17:20 | Door: Willemien Groot

Cleantech is geen modegril. Evenmin is de rol van schone technologie marginaal of bestaat de sector slechts dankzij staatssteun.

Die vooroordelen zijn fout, schrijft onderzoeksbureau McKinsey. De sector wordt heel snel volwassen. Ondanks de tegenslagen waarmee cleantech bedrijven kampen. In 2013 leverden beleggingen in cleantech voornamelijk verliezen op. De komende revolutie is te danken aan de inzet van betere, schonere technologieën en de ontwikkeling van betere bedrijfsplannen.

 

Hoge verwachtingen

 

Schone technologie is niet aan de verliezende hand. Integendeel, zegt McKinsey. De sector heeft te maken met gebruikelijke ups en downs. Aan het begin van elke nieuwe ontdekking staan opwinding en (te) hoge verwachtingen, gevolgd door teleurstelling. Aan het einde van de cyclus heerst een periode van consolidatie waarna de echte doorzetters verder gaan op het ingeslagen pad.

Dit fenomeen is niet nieuw. Hetzelfde gebeurde met de introductie van de auto en de spoorwegen, en de ontwikkeling van het internet. De meeste cleantech-bedrijven bevinden zich nu het tijdvak na de consolidatie. Het gaat goed met Tesla Motors. Zonnepanelenproducent SolarCity haalde $ 450 mln op. Daartegenover staan de honderden bedrijfjes die ten onder gingen. De zwakke broeders verdwenen, de industrie als geheel is er sterker uitgekomen.

Om tot die conclusie te komen bekeek McKinsey zestien schone technologieën in de bouw, voedselvoorziening, auto-industrie en energie. Het adviesbureau oordeelt dat sommige bedrijfstakken sneller gaan dan anderen. Maar allemaal hebben ze in de afgelopen tien jaar significante vooruitgang geboekt. Tenminste de helft is in staat de bestaande industrie overhoop te gooien. Cleantech is geen modegril die wel weer overwaait. Vreemd dus, vindt McKinsey, dat er drie vooroordelen zijn die het vertrouwen in de industrie ondermijnen.

 

1. De inzet en invloed van cleantech blijft marginaal

 

Niet waar, zegt McKinsey. Volgens het Internationaal Energieagentschap IEA dekten hernieuwbare energiebronnen in 2010 al 18 procent van de wereldwijde energievraag. De sector groeit sneller dan welke andere vorm van energie ook. De IEA voorspelt dat 60 procent van alle nieuwe investeringen in 2035 wordt gedaan in duurzame energiebronnen.

De invloed verschilt per industrie en locatie. In sommige gevallen verandert cleantech de markten daadwerkelijk, zoals LED-technologie de verlichtingsindustrie veranderde. Ook in minder spectaculaire gevallen heeft een innovatie invloed op de markt. Als mensen hun eigen zonnepanelen installeren, neemt de vraag naar nutsvoorzieningen af. Nutsbedrijven reageren op die trend door zelf te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.

 

2. Schone technologie presteert niet naar behoren

 

Soms dalen de winstmarges.  Soms stagneert de ontwikkeling door het wegvallen van subsidies. Goedkope Chinese zonnepanelen hebben duurdere Amerikaanse en Europese producenten uit de markt gedrukt.  Grote spelers op de markt hebben hun investeringen in cleantech afgebouwd.

En toch heeft de schone technologie alle verwachtingen overtroffen. Door innovatie en verbeterde productieprocessen daalden de prijzen. Windenergie, zonnepanelen en lithium-ion accu's voor elektrische auto's zijn razendsnel goedkoper geworden. Veel sneller dan marktanalisten hadden verwacht. En de prijzen dalen nog steeds. De prijs van elektriciteit afkomstig van een windmolenpark op land is in vijftien jaar met de helft gedaald. De laatste vijf jaar gingen de kosten voor de nieuwste generatie LED-verlichting met 85 procent omlaag.

 

3. De sector is afhankelijk van staatssteun

 

Een succesvol cleantech bedrijf is afhankelijk van vier factoren: kosten, toegang tot financiering, toegang tot de markt en wetgeving. Naarmate de industrie volwassener wordt, verandert het belang van die factoren. Wetgeving, al of niet ondersteunend, is minder belangrijk zodra een innovatie voet aan de grond krijgt. LED-verlichting is inmiddels zo populair dat de verkoop ook stijgt in landen waar goedkopere, gewone lampen nog vrijelijk te koop zijn.

Voor zonne-energie geldt inderdaad dat het aandeel afnam op het moment dat overheden de subsidie stopzetten. Maar over het geheel genomen groeit het geïnstalleerde vermogen. Wereldwijd met 57 procent. Een van de lessen die overheden daaruit kunnen trekken is dat plotselinge wijzigingen in de wet of subsidieregels ongewenste schommelingen veroorzaken. Die verschaffen een cleantech-bedrijf niet de solide basis om de markt te veroveren. De spectaculaire groei van zonne-energie laat echter zien dat wetgeving weliswaar bijdraagt aan het succes, maar niet langer essentieel is.

 

Samenwerking

 

McKinsey heeft vertrouwen in de toekomst van de cleantech. Grote gevestigde spelers gaan partnerschappen aan met nieuwkomers. De samenwerking tussen autofabrikant Daimler en Tesla Motors is daarvan een goed voorbeeld. Net als het partnerschap van de Franse oliemaatschappij Total met zonnepanelenproducent SunPower.

Succesvolle cleantech-bedrijven zijn competitief en besteden professionele aandacht aan hun bedrijfsvoering, marketingstrategie, verkoop en distributie. Net als ieder ander bedrijf. Cleantech is volwassen.

Bron: McKinsey | Foto: SamsungTomorrow via Flickr.com