10-07-2014 08:15 | Door: Willemien Groot

Het is de ideale manier van verduurzamen. ESCo’s maken gebouwen energie-efficiënt, ontzorgen volledig, en worden uitbetaald als de energierekening ook echt lager is. Buiten Nederland is het concept al ontdekt.

In Duitsland, Zweden en de Verenigde Staten heeft de ESCo zijn waarde al bewezen. In 2009 is het wereldberoemde Empire State Building door een ESCo verbouwd. Het leverde een energiebesparing op van 34 procent per jaar. De investering bedroeg ruim $13 mln De besparingen op de energierekening lopen naar verwachting op tot $4,4 mln per jaar.

Energy Service Companies, afgekort ESCo's, leveren energiediensten in de breedste zin van het woord. Een ESCo levert energiebesparende technieken, voert renovatiewerkzaamheden uit en zorgt voor onderhoud, exploitatie, facilitair management en de energielevering. Het bedrijf regelt, zo nodig, ook de benodigde investering, meestal via een bank of belegger. Dit geld verdient een ESCo terug met de opbrengsten van een lagere energierekening. Het risico ligt bij de ESCo, die de garanties over de besparingen vastlegt in een Energie Prestatie Contract.

Onbekend maakt onbemind

Verduurzamen met een ESCo is een oplossing voor bedrijven en organisaties die wel op energie willen besparen en willen profiteren van een lagere energierekening, maar de kosten van de investeringen niet kunnen of willen dragen.

Toch komt het systeem in Nederland moeizaam van de grond, blijkt uit onderzoek van Christine van Oeveren, die op het fenomeen ESCo afstudeerde aan de TU Delft. Het grootste struikelblok is dat ESCo-projecten relatief onbekend zijn, constateert Van Oeveren. Er is nauwelijks vergelijkingsmateriaal voor handen en het blijkt voor klanten lastig een partnerkeuze te maken.

Maar drie aansprekende casussen van ESCo-constructies in Nederland illustreren de succesfactoren en voordelen van het concept.

Succesfactor 1: Samenwerking

De gemeente Rotterdam nam het voortouw in een van de allereerste Nederlandse ESCo-projecten voor de verbouwing van negen zwembaden. Opdrachtnemer Strukton realiseerde met onder meer warmtepompen en verschillende isolatieprojecten forse jaarlijkse besparingen: 43 procent minder gas, 24 procent minder elektriciteit, 35 procent minder warmte, 9 procent minder water en 2.000 ton minder CO2-uitstoot.

Een belangrijk aandeel in het succes lag in de samenwerking. Zowel Strukton als de gemeente Rotterdam richtten een projectteam op. Dat bleek een gouden greep. Met name door het enthousiasme van de projectleiders is het een geslaagd project geworden, zegt de onderzoekster.

Succesfactor 2: Harde eisen

In Arnhem is een ambitieus doel gesteld: vijf kantoren van Alliander moeten uiteindelijk energieneutraal functioneren. De kantoren krijgen een overkapping, die dient als een klimaatkas die stroom opwekt en de gebouwen isoleert. Netwerkbeheerder Alliander ging als opdrachtgever in zee met een consortium van bedrijven, waaronder een architectenbureau. Gebouwverduurzamer Innax is aangetrokken als ESCo. Alliander draagt de investeringen. De hoogte van de investering is onbekend, maar het businessmodel is interessant. Als er bij de jaarafrekening ook maar één kilowatt meer op de elektriciteitsmeter staat, moet het consortium de rekening betalen. Ook Eneco heeft bij de Kunsthal een financieel voordeel als de energiebesparingen hoger uitvallen.

Succesfactor 3: Wederzijds vertrouwen

Rotterdam heeft de smaak te pakken. De gemeente is ook eigenaar van de Kunsthal van architect Rem Koolhaas. In samenwerking met een ESCo van energieleverancier Eneco is geïnvesteerd in energie-efficiëntie gelijktijdig met groot onderhoud aan het museum. Rotterdam wilde volledig ontzorgd worden voor wat betreft de exploitatiekosten.

Er is onder andere geïnvesteerd in de aansluiting op de stadsverwarming, dakisolatie, verlichting, koeltechnieken en warmteterugwinning. Voor de verduurzaming van het gebouw is € 1,5 mln uitgetrokken. De afgesproken terugverdienperiode is tien jaar. Het project kenmerkte zich door groot wederzijds vertrouwen. Mede doordat Eneco al de vaste energieleverancier was voor het museum. Volgens Van Oeveren is het succes van het project terug te voeren op dit vertrouwen, het stellen van gezamenlijke doelen en het voortbouwen op een bestaande relatie.

Succesfactor 4: Schaalgrootte

Het feit dat in Rotterdam niet één of twee zwembaden werden aangepakt, maar negen leverde een aanzienlijk voordeel op: schaalgrootte. Dat was niet alleen inhoudelijk goed, ook de business case pakte voordeliger uit. Met de opdracht was € 3,4 mln gemoeid met een contractduur van tien jaar. Over die tien jaar levert de besparingen aan energie eenzelfde bedrag op.

Succesfactor 5: Terug naar de core business

Volgens Van Oeveren is er een waarneembare trend dat organisaties en bedrijven door bezuinigingen en reorganisaties terug willen naar hun core business. Een ESCo kan hen veel werk uit handen nemen. Bovendien heeft de uitvoerder belang bij het leveren van kwaliteit. Beide partijen hebben belang bij energiebesparing, maar de uitvoerder nog het meest. Hoe hoger de besparing, hoe korter de terugverdientijd.

Doorbraak

Natuurlijk zijn er nadelen. Een zwakte van de ESCo is volgens de onderzoekster nog de ingewikkelde besluitvorming op het moment dat sprake is van verschillende bestuurslagen. Daarnaast is nog regelmatig sprake van onduidelijke doelstellingen, miscommunicatie en kennisverlies. In de beginfase kost vooral het opbouwen van vertrouwen veel tijd. Toch voeren de kansen de boventoon. De aansprekende voorbeelden kunnen een doorbraak betekenen voor het fenomeen ESCo, denkt Christine van Oeveren. Op haar platform www.bouwblauw.nl zijn behalve haar onderzoek ook verschillende case studies te vinden.

Energiebesparing in bestaande bouw en nieuwbouw is hoe dan ook urgent. Zo'n 40 procent van alle verbruikte energie in de EU komt voor rekening van woningbouw en kantoren. Het ESCo-systeem leidt zo niet alleen tot forse besparingsmaatregelen, maar ook aan de duurzaamheidsdoelen van Europa.

Foto header: Innax, kantoren Alliander