28-04-2015 16:16 | Door: Willemien Groot

Ingenieursbureau Tauw test in enkele vijvers in Almelo en Hengelo de effectiviteit van coccolietenkrijt tegen slibaangroei. De fossiele algenskeletjes vormen een voedingsbodem voor bacteriën.

De proef vindt plaats in samenwerking met het waterschap Vechtstromen en Sportvisserij Nederland. Volgens Tauw past België de techniek al langer toe om vijvers te ontdoen van grote hoeveelheden organisch afval op de bodem. Het cocccolietenkrijt dringt in de sliblaag en bindt daar met zuurstof. Dat vormt een voedingsbodem voor bacteriën die de restanten bladafval langzaam verteren.

Uit de Belgische ervaringen blijkt dat de bacteriën de sliblaag in twee tot drie jaar tot normale dikte weten terug te brengen. Uitbaggeren is dan niet meer nodig. Tauw verwacht dat bij een geslaagde proef de onderhoudskosten flink zullen dalen. Coccolietenkrijt is al te koop voor kleinere siervijvers. De informatie over de effectiviteit over grotere oppervlakken is nog beperkt. 

Zuurstofhuishouding 

Een teveel aan organisch afval op de bodem verstoort de zuurstofhuishouding van een vijver. Voor bacteriën is steeds minder zuurstof beschikbaar om de sliblaag af te breken. Dat kan leiden tot vissterfte of een rottingslucht. Uiteindelijk komt het proces vrijwel tot stilstand. De toevoeging van coccolietenkrijt brengt een gezonde zuurstofhuishouding weer op gang. 

Het voordeel van de inzet van bacteriën is verder dat er voldoende organisch materiaal overblijft voor zoetwaterleven om te overwinteren. De vissers doen mee aan de proef omdat zuurstofrijk viswater een grotere verscheidenheid aan soorten bevat. En helder water is prettiger vissen.

Ingenieursbureau Tauw meet de komende twee jaar de afbraak van de sliblaag in de Overijsselse proefvijvers. Eind dit jaar verwacht het concern al de eerste resultaten.

Bron: Tauw,  | Foto: Martin Abegglen, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)