10-03-2015 18:03 | Door: Laura Fransen

Nederlandse champignonkwekers maken van een kostenpost een verdienmodel. Kwekers Henk en Hans van de Boomen verwerken gebruikte champignonmest tot bodemverbeteraar.

Champignonmest is een kostenpost voor telers. De mest bestaat uit paarden- en kippenmest vermengd met stro. Verkoop na gebruik is moeilijk in Nederland, omdat hier strenge regels gelden voor het gebruik van dierlijke mest. Nederlandse telers kunnen de zogenoemde champost niet hergebruiken en mogen die niet opslaan.

De optie die overblijft, is het afvoeren naar bijvoorbeeld Duitsland. In het buurland gelden andere regels en geldt gecomposteerde champignonmest als erkende bodemverbeteraar. Maar het transport is kostbaar. Champignonkwekers Henk en Hans van de Boomen zijn er € 250.000 per jaar aan kwijt. Die kosten gaan de kwekers terugdringen met het project Upcycling Gemert, een composteerfabriek die de broers in eigen beheer opzetten.

Vocht

De faciliteit composteert de champignonmest tot een droge stof. Daarin zit de kostenbesparing. Champost bestaat voor 70 procent uit vocht, wat de vervoerskosten omhoog jaagt. Het vervoer van droge compost is veel goedkoper. Dat maakt de investering rendabel.

Tijdens het proces bereikt de champost temperaturen tot 80 graden Celcius. De warmte die bij het composteren vrijkomt, blijft in de kwekerij. De broers Van de Boomen verwachten dat het bedrijf per jaar 3000 ton minder CO2 uitstoot. Het overschot aan warmte nemen landbouwbedrijven in de buurt af.

Upcycling Gemert heeft een capaciteit van 30.000 ton. Naar verwachting is Upcycling Gemert deze zomer klaar voor gebruik.

Bron: Agro & Chemie | Foto: Darkone, via Wikimedia Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)