21-03-2015 12:00 | Door: Thijs ten Brinck

Op slecht presterende landbouwgrond kunnen boeren beter zonnepanelen plaatsen dan doorgaan met landbouw. Dat toont onderzoek van de Wageningen Universiteit aan.

Sinds 2011 test de Wageningen Universiteit een groot aantal verschillende zonnepanelen van verscheidene leveranciers in het vrije veld. Het onderzoek toont aan dat ondernemers in de agrarische sector soms beter af zijn als leverancier van zonnestroom dan als akkerbouwer. Zelfs tegen een goed renderend gewas als pootaardappelen, kunnen de zonnepanelen concurreren.

Afhankelijk van de subsidie waarop de landbouwers inschrijven, verdienen boerenbedrijven de zonnepanelen binnen tien tot dertien jaar terug. Het SDE+ subsidiesysteem van de overheid is zo ingericht dat de terugleververgoeding per opgewekte kilowatt oploopt in de verschillende inschrijvingsfases.

Rendement

Boeren kunnen zo gokken op een hoog rendement en een aantrekkelijke late inschrijving. Dan lopen zij wel een risico. Het subsidiegeld kan al volledig vergeven zijn aan elektriciteitsproducenten die genoegen nemen met een lager bedrag.

Bij een vergoeding boven de € 0,1 per kilowatt kan het uit om slechtrenderende landbouwpercelen op te geven, en in plaats daarvan in te zetten voor stroomopwek. Een efficiënt ingedeelde zonneweide kan dan 500 megawattuur per jaar per hectare opwekken.

Bron: Wageningen UR | Foto: United Soybean Board, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)