09-07-2015 14:57 | Door: Willemien Groot

De komst van een forelkwekerij midden in de Kumtag-woestijn, in het noordwesten van China, blijkt woestijnvorming in de omgeving tegen te gaan.

Viskwekerij Bibo investeerde in 2001 ruim $ 16 mln in een kwekerij voor regenboogforel. Via irigatiekanalen haalt het bedrijf water van nabijgelegen gletsjes om de visvijver van water te voorzien. Het bedrijf plantte vervolgens bomen om de overlast van zandstormen tegen te gaan. Inmiddels produceert de kwekerij 600 ton forel per jaar voor de Chinese markt.

In de tussentijd is een redelijk stabiel ecosysteem ontstaan, dat verdere woestijnvorming voorkomt, zegt het bedrijf in een interview met Channel Asia News. Het afvalwater van de viskwekerijen wordt behandeld en hergebruikt. En een deel is voldoende om de groene aanplant te beschermen tegen de hitte. De bomen hebben bovendien het waterbeheer verbeterd, waardoor het risico op plotselinge overstromingen is afgenomen.

Een derde van het oppervlak van China geldt als woestijnachtig gebied waar landbouw nauwelijks mogelijk is. Ieder jaar neemt het oppervlak toe, waardoor steden vaker te lijden hebben onder stof- en zandstormen uit de woestijn. Het verlies van vruchtbaar land kost de Chinese economie naar schatting ruim $ 9,5 mrd per jaar. 

De viskwekerij is nu door de Chinese overheid aangewezen als zogeheten 'duurzame experimentele zone'. De ervaringen in de Kumtag-woestijn moeten meehelpen woestijnvorming in China tegen te gaan.

Volgens het bedrijf profiteren het milieu en de lokale bevolking van de viskwekerij.

Bron: Channel News Asia, China Daily | Foto: Northwest Power and Conservation Council, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)