26-02-2016 09:10 | Door: Chris Thijssen

Het Havenbedrijf Amsterdam bevindt zich in een transitie naar nieuwe, duurzamere activiteiten. Investeren in innovatie is hierbij van belang, stelt Kees Noorman, directeur van ondernemersvereniging Oram, bij DuurzaamBV Radio.

Oram is de grootste ondernemersvereniging in regio Amsterdam en brancheorganisatie voor de Amsterdamse haven en industrie. “Onze missie is om het vestigingsklimaat in Amsterdam op korte, maar ook op lange termijn goed te houden”, zegt directeur Kees Noorman in een uitzending van DuurzaamBV Radio. “Op welke wijze kunnen we de stad competitief laten blijven met andere regio’s in de wereld?”

Volgens Noorman is, naast bereikbaarheid en de arbeidsmarkt, ook duurzaamheid hierbij een steeds belangrijker thema.

Zo vinden er in de Amsterdamse haven verschillende initiatieven plaats om het gebied te verduurzamen. De Amsterdamse haven is de vierde grootste haven ter wereld, na Rotterdam, Antwerpen en Hamburg. Volgens Noorman zitten de bedrijven in het havengebied momenteel in een transitiefase.

"Als je je ogen sluit voor innovatie, dan komt je einde sneller dan je denkt"

“De vraag is, hoe kunnen we ons transformeren naar andersoortige activiteiten?”, zegt de directeur. “Het is voornamelijk hard nadenken over hoe de toekomst eruit ziet.” Volgens hem is de circulaire economie een interessant thema voor het Havenbedrijf Amsterdam, omdat dat gaat over het terughalen van ladingstromen. De vraag is echter of er zulke grote stromen zijn.

“We richten ons nu dus veel meer op herindustrialisatie en toegevoegde waarde van het havenindustrieel complex”, zegt Noorman. Dat betekent volgens hem dat de haven een ander meetinstrument toepast om bedrijven toe te laten in het industrieel gebied. “Je kijkt steeds meer naar: wat voegt het bedrijf toe aan de arbeidsmarkt, wat voegt het toe aan innovatie, wat voeg het toe aan de kwaliteit van de leefomgeving?”

Partijen verbinden

Volgens de directeur is er voor Oram een grote rol weggelegd als verbinder. “Wat je vaak ziet is dat grote bedrijven innovaties niet meer in huis kunnen ontwikkelen”, zegt Noorman. “Die kopen dat in, of ontwikkelen dit via joint ventures buiten hun eigen organisatie. Daarvoor proberen we zoveel mogelijk partijen te verbinden om met elkaar tot nieuwe ideeën te komen.”

De directeur stelt dat de wetgeving hierbij soms in de weg staat. “De wetgeving sleept in veel gevallen achter de innovatie aan.” Dat geldt volgens de directeur voor wetgeving met betrekking tot grondstoffen en afval, maar ook voor andere takken. “Als je kijkt naar de hele innovatie op het gebied van de Airbnb’s en de Uber’s, daar zie je eigenlijk al iets wat concreet, realistisch en economisch haalbaar is, maar waar wetgeving nog achterloopt.”

Kleinschalig en flexibel

Dat heeft ook te maken met de invloed van grote bedrijven, die steeds meer druk voelen van innovatieve, nieuwe bedrijven, stelt Noorman. “Ik ben er zo langzamerhand wel van overtuigd dat als je je ogen sluit voor die innovatie, dat je einde sneller komt dan je denkt. We moeten investeren, want als we het zelf niet doen, dan overkomt het ons."

Noorman ziet dan ook kansen voor bedrijven die kleinschalig en flexibel zijn. “Er is geen obstakel voor verduurzaming, behalve als je de wens hebt om nog steeds zo groot te zijn als dat je nu bent”, zegt de directeur. “Als je de schaal wilt vasthouden, zal de innovatie niet snel komen, maar als je accepteert dat je eerst terug stapt om daarna misschien te groeien, dan is de innovatie beter haalbaar.”

Transitie naar duurzame energie

Als belangrijkste transitie voor Amsterdam noemt Noorman de energietransitie, die volgens hem te maken heeft met de stad zelf, het consumptiegedrag, maar ook met het afstand nemen van fossiele brandstoffen en overstappen naar een hernieuwbare economie. "Dat heeft directe gevolgen voor de wijze waarop men in de stad reist, verblijft en de wijze waarop men energie consumeert.”

De huidige lage prijzen van grondstoffen, zoals olie, zetten volgens Noorman echter een rem op de productie van duurzame energie. “De stijging van kosten en prijzen zal ertoe leiden dat mensen hun gedrag veranderen. Anders niet.”