12-07-2015 09:37 | Door: Willemien Groot

In de Rotterdamse haven begint deze zomer een breed gedragen onderzoek naar de mogelijkheden van 3D-geprinte scheepsonderdelen.

Aan de proef doen 27 haven-gerelateerde bedrijven mee, waaronder scheepsbouwer IHC Merwede en logistiek bedrijf Broekman Logistics. Uit een shortlist van ruim dertig onderdelen zijn er vier overgebleven. Een team van specialisten gaat die de komende twee maanden in een 3D-model verwerken en printen.

Op het lijstje staan een afsluitring en een vloeistofgeleider. In september volgt een praktijktest om te onderzoeken of de geprinte onderdelen aan de kwaliteitseisen voldoen. De aangesloten bedrijven willen vooral weten of 3D-printing voor de maritieme sector toepasbaar is. En welke onderdelen financieel gezien het meest lonend zijn om te printen.

Koploper Maersk

Onder meer de Maersk Group experimenteert al langer met 3D-geprinte reserveonderdelen. In 2013 produceerde General Electric een 3D-geprinte brandstofverstuiver, die vijf keer zo sterk is en 25 procent lichter dan het standaard model. Maersk verwacht dat tegen 2020 zo'n 30 procent van alle motoren is voorzien van het 3D-geprinte onderdeel.

Volgens het concern draagt printen op verzoek ook bij aan de verduurzaming van de sector. Productie veroorzaakt geen afval, en leidt tot lagere transportkosten en betere beschikbaarheid van onderdelen in gebieden met een slechte infrastructuur. Maersk zegt de mogelijkheden van 3D-printing door de hele keten te gaan onderzoeken.

Eerste presentatie

De pilot in de Rotterdamse haven is een initiatief van het havenbedrijf Rotterdam, de RDM Makerspace en het Innovation Quarter van de Provincie Zuid-Holland. Tijdens de Wereldhavendagen in september kunnen de bedrijven al iets vertellen over de pilot. De definitieve resultaten volgen op een congres over 3D-printing voor de scheepvaart, dat later dit jaar wordt gehouden.

Bekijk een filmpje van Maersk over 3D-printing:

Bron: Innovation Quarter | Foto: Maersk