04-10-2012 12:39 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Twintig studenten aan de TU Eindhoven hebben een elektrische gezinsauto ontworpen die voor de helft wordt aangedreven door zonne-energie.

De bouw van de auto zal in januari 2013 van start gaan en moet in juni voltooid zijn, zodat het Solar Team Eindhoven (STE) in oktober van dat jaar deel kan nemen aan de World Solar Challenge in Australië. Aan deze tweejaarlijkse wedstrijden deden de TU’s van Delft en Twente al meerdere malen mee.

Wereld van verschil

“Ik acht de kans dat we gaan winnen best groot”, zegt Lex Hoefsloot, teamleider van het STE. “We rijden in een nieuwe klasse voor praktische meerpersoonsauto’s, dus alle deelnemers zijn onervaren. In de regio Eindhoven is heel veel expertise.” De auto van het STE lijkt in niets op de minimalistische eenpersoonswagens uit Delft en Enschede. “In onze auto kunnen vier personen comfortabel zitten, een wereld van verschil.”

In onze auto kunnen vier personen comfortabel zitten, een wereld van verschil.

Het model van de Eindhovense studenten is extreem licht (340 kilo) en laag om de luchtweerstand te minimaliseren. Op het dak zijn zonnepanelen geplaatst. De auto rijdt voor meer dan de helft op zonne-energie en voor de rest op elektriciteit. Hierdoor is de actieradius een stuk groter dan die van conventionele elektrische auto’s: zo’n 800 kilometer. “Je kunt je auto ook opladen als hij geparkeerd staat, dan is de radius nog groter”, zegt Hoefsloot. “Of je kunt de overtollige energie gebruiken voor in huis.”

Kosten

De productiekosten van de auto schat Hoefsloot op €1mln tot €1,5 mln. Het team wordt gesubsidieerd door de universiteit en verschillende grote bedrijven zoals Rabobank en ASML hebben interesse getoond om te investeren.

Maar we maken gebruik van huis-, tuin- en keukenzonnepanelen die €4000 à €5000 kosten.

Hoefsloot denkt dat de auto binnen vijf jaar als gezinsauto verkocht kan worden. “We werken nu nog met prototypes, daarom is het duurder. Maar we maken gebruik van huis-, tuin- en keukenzonnepanelen die €4000 à €5000 kosten. Maar die prijs gaat de komende jaren zeker nog omlaag.”

Foto: Nuon