12-08-2016 09:10 | Door: Chris Thijssen

“De cultuur van de Nederlanders is eigenlijk de cultuur van de toekomst.” Dat zijn de woorden van architect William McDonough, een van de grondleggers van de Cradle to Cradle-filosofie. Volgens hem is ons land dé voorloper op het gebied van Cradle to Cradle.

McDounough bracht in 2002 samen met de Duitse chemicus Michael Braungart het boek Cradle to Cradle: remaking the way we make things uit. De Cradle to Cradle (C2C)-filosofie die in dit boek werd uitgelegd is het principe van gesloten kringlopen. Elke grondstof en elk materiaal moet volledig kunnen worden hergebruikt zonder verlies van waarde.

De goeroe, zoals McDonough door velen wordt genoemd, sprak tijdens het Sustainable Brands-event in Barcelona over deze filosofie. DuurzaamBedrijfsleven Media sprak hem na zijn optreden, onder meer over de C2C-prestaties van Nederland.

"Als je de bodem, energie en CO2 gebruikt als natuurlijk inkomen, dan kun je er iets mee laten groeien, zoals de Nederlanders groente en tulpen laten groeien"

Tijdens uw presentatie sprak u onder meer over het sluiten van kringlopen en upcyclen. Wat zijn hierbij de grootste uitdagingen?

 “Waar kunnen we materialen vandaan halen die we samenvoegen en hoe kunnen we deze nuttig gebruiken? En hoe kunnen we dat steeds opnieuw doen? Idealiter kan elke grondstof of elk materiaal volledig worden hergebruikt, zonder verlies van waarde. Dat noemen we upcycling.

Tijdens de eerste industriële revolutie waren natuurlijke materialen vrij om te nemen. Dus namen we de rivier, de bomen, de vissen et cetera. Tijdens de volgende industriële revolutie moeten we begrijpen dat take-make-waste niet meer bestaat, maar dat het remake-retake-remake-restore moet worden, waarbij het concept van afval moet worden gelimiteerd.

Dat betekent ook dat het concept van nemen van de natuurlijke wereld verdwijnt. Dat is heel belangrijk, dat het niet nodig is om van de natuurlijke wereld te leven, dat we onszelf onderhouden met dingen die we wensen, en die bepaalde periodes gebruiken, omdat we ze zien als gebruiksartikelen. We gebruiken ze, hergebruiken ze en herstellen de bodem na gebruik.

Dus de resources (grondstoffen) zijn bijna eindeloos als we ze zien als résources. Dan kunnen we grondstoffen circuleren. Als we grondstoffen zien als sources, dan zijn ze niet eindeloos. Door dat te verbeteren groeit ook de economie. Maar het is niet alleen het sluiten van de kringloop.

Er zijn veel circulaire economieën die in een neerwaartse spiraal komen. Dat komt omdat ze niet upcyclen, maar downcyclen; dit soort bedrijven hergebruiken slechte dingen, waar ze vervolgens weer slechte dingen van maken.

Maar als je de bodem en energie, en CO2 uit de atmosfeer, gebruikt als natuurlijk inkomen, dan kun je er iets mee laten groeien, zoals de Nederlanders groente en tulpen laten groeien. Dus wanneer we inkomen uit de natuur gebruiken, zonder natuurlijk kapitaal te gebruiken, kunnen we dingen laten groeien.”

 William McDonough Cradle to Cradle

Hoe verhoudt de circulaire economie zich tot C2C?

“C2C omvat veel meer dan alleen de circulaire economie. Mensen denken vaak dat het alleen gaat om het sluiten van kringlopen, maar dat is niet zo. Stel ik maak een stoel in Michigan en ik verkoop die in Mexico. Als ik die stoel vijftien jaar later gebruikt en kapot bij het vuilnis zie liggen, dan gaat die niet meer terug naar Michigan. Dat is dus geen gesloten kringloop.

Maar de materialen, zoals aluminium, plastic, rubber, zijn wel iets waard. De stoel is dan niet langer een stoel, maar een onderdeel van de materials intelligent pool, die toegankelijk is voor verschillende bedrijven die bepaalde materialen gebruiken. De stoel is dus zodanig ontworpen dat aluminium eruit kan worden gehaald en opnieuw kan worden gebruikt als aluminium, en het rubber als rubber.

C2C gaat ook verder dan de levenscyclus van producten. Life Cycle Analysis (LCA) – wat op zichzelf heel belangrijk is – start typisch gezien met het winnen van grondstoffen en eindigt op een bepaalde manier. Een levenseindescenario is een einde als afval op de stortplaats of in een verbrandingsoven. Maar dan verlies je de waarde. Je kunt het product ook hergebruiken, maar wat als het een giftig materiaal is? Daar liggen kansen voor upcycling; waar we kunnen nemen we grondstoffen terug, zuiveren we deze en stoppen we ze terug in het systeem. Daarom is C2C eigenlijk een continu verbeteringsprogramma.”

Wat is volgens u de interessantste recente ontwikkeling op het gebied van C2C?

“De grootste ontwikkeling is wat mij betreft dat enkele van de grootste certificeringsprogramma’s voor gebouwen, waaronder de Dutch Green Building Council (DGBC) en Leed, het keurmerk Cradle to Cradle Certified hebben geaccepteerd als standaard voor productkwaliteit. Dat is een belangrijke stap om de bouwsector duurzamer te maken.

Deze ontwikkeling zien we ook in de textiel- en kledingindustrie, waar het Cradle to Cradle Certified-keurmerk voor steeds meer productgroepen beschikbaar is. Dit keurmerk helpt ons enorm om C2C in het publieke domein te integreren. In de kledingindustrie ondersteunt het ons vooral om chemicaliën en textiel te begrijpen en om inzicht te krijgen in leveringssystemen.”

Wat voor soort bedrijven tonen interesse in C2C? Moet de verschuiving vanuit grote of juist kleinere bedrijven komen?

“Ik denk dat alle grote retailers ermee bezig zijn. Ik werk in de Verenigde Staten bijvoorbeeld met Walmart, dat grote interesse heeft in de circulaire economie en C2C. Ook in Europa zien we grote merken die hiermee bezig zijn. Maar als je naar kleinere bedrijven kijkt, zoals het Nederlandse Mud Jeans of het Spaanse Ecoalf (dat kleding en accessoires van gerecyclede materialen maakt, red.), dan realiseer je je dat kleine bedrijven zich op deze manier kunnen vormen.

Ze hebben een veel nauwere connectie met de realiteit en met de problemen in hun productieketen. Ze hebben een veel sterker vermogen om zicht te focussen en hun verhaal te vertellen, met legitimiteit, transparantie en accuraatheid, omdat ze zo klein zijn en omdat ze zo dichtbij kunnen zijn.

Het is dus geweldig om te zien dat grote bedrijven geïnteresseerd zijn in deze concepten, maar je ziet dat ook kleine bedrijven voorloper kunnen zijn. Het gaat er uiteindelijk om dat iedereen het samen doet.”

"Nederlanders zien de natuur niet alleen als hun vijand en niet alleen als hun vriend, maar als iets waar je met gratie en respect mee moet samenwerken"

Hoe is het in Nederland gesteld met C2C?

“Ik denk dat Nederland en de Verenigde Staten de voorlopende landen zijn op dit gebied. Persoonlijk denk ik zelfs dat Nederland hét leidende land is. Mensen vragen me waar ze moeten kijken om te begrijpen wat er allemaal gebeurt op het gebied van C2C. Dan zeg ik: ‘Kijk naar Nederland’.”

Hoe komt het dat Nederland zo vooruitstrevend is op dit gebied?

“Ik heb veel vrienden in Nederland die enthousiast zijn over C2C, dus er is blijkbaar een culturele interesse in intelligent en value based werken. Maar tegelijkertijd denk ik dat het komt door de cultuur van samenwerking en letterlijk door de ‘poldercultuur’.

Nederlanders zien de natuur niet alleen als hun vijand en niet alleen als hun vriend, maar als iets waar je met gratie en respect mee moet samenwerken. En dat natuur er niet alleen is om van te nemen, maar dat het iets is om zeer voorzichtig en respectvol mee om te springen.

Dus ik denk dat we te maken hebben met een cultuur van samenkomen om uit te zoeken hoe je van de natuur een thuis kunt maken. De cultuur van de Nederlanders is eigenlijk de cultuur van de toekomst.”

Samen met onder anderen Coert Zachariasse CEO van vastgoedontwikkelaar, Delta Development Group, werkt u in Nederland aan de ontwikkeling van Park 2020 en Schiphol Trade Park. Waarom is dit gebied een goed voorbeeld van C2C?

“Coert, een briljante vastgoedontwikkelaar, heeft mij ingehuurd en ik heb hem C2C-protocollen gegeven. We startten met het ontwerp van de gebouwen, maakten een masterplan en begonnen met bouwen. Hoe meer panden we bouwden, hoe meer C2C-producten die bevatten. Dat kwam omdat we goede relaties hadden opgebouwd met de bouwers.

Coert heeft heel mooie Economic and Accounting-tools ontwikkeld om de bouwwereld te laten inzien hoe de verbetering van de kwaliteit van gebouwen kan worden vertaald naar een succesvolle business en prestatie. Erg mooi. Dat heeft dan ook geresulteerd in een aantal zeer winstgevende kantoorgebouwen in een markt waar veel gebouwen leegstaan.

"Er zijn veel puzzelstukjes die met de grijze kant naar boven liggen, maar we kunnen de hoeken en de kleuren al zien"

De verkopen blijven doorgaan. Bovendien zijn de gebouwen ontworpen voor demontage, dus we kunnen de materialen in de toekomst opnieuw gebruiken. Daarnaast zijn de gebouwen ontworpen om in de toekomst te fungeren als woningen.

Daaraan hebben we Schiphol Trade Park toegevoegd, dat nu de nationale hub voor Circulaire Economie in Nederland is geworden. Het idee is dat mensen uit verschillende sectoren, maar met hetzelfde gedachtegoed, elkaar hier kunnen vinden. Het mooie aan Nederland is dat we direct worden gelinkt aan andere hotspots in het land.

En daar blijkt ook weer uit dat Nederland op de goede weg is: er zijn veel puzzelstukjes die met de grijze kant naar boven liggen, maar we kunnen de hoeken en de kleuren al zien. We weten dus waar de lucht is, waar de polder is en waar de kleine lichten schijnen. Zo kunnen we het totaalplaatje compleet maken.”

 William McDonough Cradle to Cradle

Foto's: Sustainable Brands Barcelona (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)