14-04-2015 14:44 | Door: Erik Verheggen

Er zitten nogal wat haken en ogen aan toepassing van bodemas uit afvalverbrandingsinstallaties. Door verbetering van de kwaliteit van dit restproduct is het zonder extra maatregelen toe te passen.

De koepelorganisatie voor bedrijven uit de afvalsector, de Vereniging Afvalbedrijven, heeft PricewaterhouseCoopers onderzoek laten doen naar de stand van zaken in dit dossier. 

De secundaire bouwstof mag tot nu toe alleen ingepakt worden toegepast met allerlei beschermende maatregelen. Probleem is nog dat er procedés moeten komen voor het wassen of scheiden van de assen in droge fracties, die vervolgens afzonderlijk kunnen worden opgewerkt.

In 2012 is in een Green Deal is afgesproken dat in 2017 minstens de helft van de bodemas wordt toegepast als ‘vrij toepasbare bouwstof’. De secundaire bouwstof is een duurzamere vervanger voor zand en grind.

Uit de evaluatie door PwC blijkt dat alle bedrijven zich inspannen om de doelstelling uit de Green Deal te halen. Hier en daar lukt het al om een deel van de bodemassen regulier af te zetten, zonder dat extra beschermende maatregelen nodig zijn.

Investeringen

Veel bedrijven staan volgens de Vereniging Afvalbedrijven vlak voor de laatste stap: het nemen van investerings- en contracteringsbeslissingen. Hierdoor zal in de loop van dit jaar duidelijk worden of de Green Deal-doestelling wordt gehaald.

Afvalverbranders die zich aan de afspraken met de Rijksoverheid hebben verbonden, zijn AEB Amsterdam, ARN, Attero, AVR, EEW Energy from Waste Delfzijl, HVC Groep, Omrin, Sita Nederland en Twence. Daarmee is vrijwel de gehele verbrandingsmarkt betrokken bij de Green Deal.

Bron: Vereniging Afvalbedrijven | foto: Michielverbeek, creative commons (cropped by DuurzaamBedrijfsleven)