09-05-2012 18:39 | Door: Cato van Hees

Hét modestatement anno 2012 is duurzaamheid. Merken als C&A, Nike, en het kleinere Nederlandse Kings of Indigo zetten de trend. In drie stappen verduurzamen zij de volledige productieketen van de kledingindustrie.

Stap 1: De grondstoffen

Ruim tachtig procent van de landen ter wereld produceert katoen, hiervoor werken in totaal zo’n 340 miljoen boeren en agrarische arbeiders. Het verbouwen van conventionele katoen vergt veel beperkte natuurlijke grondstoffen. Zo kost het maken van een T-shirt 2.700 liter water. Hoewel katoen 2,5 procent van alle landbouwgrond in de wereld gebruikt, zorgt het voor 16 procent van alle gebruikte pesticiden.

Organisch katoen wordt met de hand verbouwd, maar telt momenteel nog maar voor één procent van de mondiale katoenproductie. Bij de teelt wordt het milieu minimaal aangetast, zo worden er geen chemische bestrijdingsmiddelen en pesticiden gebruikt. Echter worden insecten bestreden met biologische mengsels of andere insecten.

C&A startte in 2005 de productie van organisch katoen. Met het programma Organic Cotton wil C&A milieu en maatschappij in de katoengebieden verbeteren, de CO2-uitstoot verminderen en het gebruik van schadelijk stoffen stoppen.

In 2010 was 13 procent van de katoencollectie van C&A organisch. Toch wordt het voor dezelfde prijs als conventionele katoen verkocht. Het concern ziet Organic Cotton niet alleen als duurzame-, maar ook als commerciële investering met betrekking tot haar klanten voor de toekomst.

Stap 2: Waterloos verven

De textielindustrie gebruikt jaarlijks miljarden liters water voor het kleuren van textiel. Volgens cijfers van de Wereldbank is het kleuren en behandelen van textiel goed voor 17 tot 20 procent van de wereldwijde vervuiling door industrie.

Ook bij Nike is het kleuren van kleding een van de meest waterintensieve onderdelen van de productieketen. Het waterverbruik loopt jaarlijks op tot ruim 11 miljard liter.

Dus startte Nike in 2001 het Water Program om waterverspilling te voorkomen. In 2011 waren meer dan vijfhonderd verkopers en fabrikanten aangesloten bij het programma. Op deze manier ziet Nike toe op het waterverbruik over de gehele productielijn en kan het concern het verbruik doelmatig verbeteren zodat zij aan haar milieustandaarden blijft voldoen.

Bovendien heeft Nike onlangs aangegeven dat zij later in 2012 geen water meer zal gebruiken bij het verven van textiel. Met de nieuwe technologie ontwikkeld door het Nederlandse DyeCoo is geen water, maar CO2 nodig bij het kleuren van textiel.

Stap 3: Hippe recycled jeans

Duurzame start-up Kings of Indigo (K.O.I.) gebruikt snijafval van jeans en T-shirts om nieuwe spijkerbroeken te maken. “Dit is de meest duurzame manier van fabricatie die mogelijk is met de huidige technologie die daarnaast de kwaliteit van de jeans behoudt,” vertelt Tony Tonnaers, eigenaar van K.O.I. en voorheen directeur bij Kuyichi.

Tijdens een regulier productieproces wordt er zo’n 10 à 20 procent snijafval verzameld en verwerkt in een jeans van veertig procent gerecycled katoen. De overige zestig procent van een originele K.O.I. jeans bestaat uit een mix van biokatoen en conventioneel katoen. De eerste collectie is inmiddels gelanceerd, de tweede staat gepland voor juli 2012.

“De volgende stap voor K.O.I. is hergebruik, we gaan dan oude spijkerbroeken inzamelen. De kwaliteit is voor ons wel een belangrijke kwestie omdat we met hergebruik een grote variatie aan jeansstoffen en kwaliteit zullen ontvangen en het daarmee moeten doen.”

“De algehele kledingindustrie loopt wat betreft duurzaamheid behoorlijk achter. Ten opzichte van de voedselindustrie, waar ‘biologisch’ vaak de aankoopreden is vanuit eigenbelang zoals gezondheid, is dat bij kleding niet het geval. De consument heeft de negatieve effecten van de kledingindustrie niet vaak niet zelf door. Daar vinden wij dat er nog een grote slag is te slaan,” stelt Tonnaer.

Foto: Mom Smackley