18-05-2013 06:00 | Door: Merel Hendriks

Transparantie

Volgens het eerder genoemde onderzoek van het voormalige ministerie van LNV gaat er 2,4 miljoen ton voedsel verloren tussen oogst en de supermarkt. Maar deze cijfers worden dus betwist door de betrokkenen zelf. Door een tekort aan transparantie en slechte tellingen blijven harde data uiteindelijk slechts schattingen.

 

Er gaat 2,4 miljoen ton voedsel verloren tussen oogst en supermarkt.

 

Volgens het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) – de belangenvereniging voor supermarkten en groothandelaars – zit de vork anders in de steel. De organisatie erkent het probleem van voedselverspilling, maar meldt hierbij ook dat de cijfers van voedselverspilling vaak niet kloppen. De branchevereniging schreef 2001 in een rapport uitgevoerd door PwC: “De kwaliteit, relevantie en uitvoerbaarheid van voedselverspillingsonderzoeken dalen naarmate er verder terug in de voedingsketen wordt gekeken. De onderzoeken met betrekking tot de verspilling in huishoudens zijn wél goed gedaan.”

Het CBL vervolgt: “Maar over verspilling binnen de industrie en detailhandel wordt niets gepubliceerd. Vaak is het voor supermarkten lastig om met cijfers naar buiten te komen in verband met de gevoelige concurrentiepositie. Verspilling in de agrarische sector en de out-of-home (restaurants, cafés en catering) sector wordt daarentegen weer erg slecht bijgehouden. Ook worden er vaak verschillende maatstaven gebruikt, dit maakt betrouwbare cijfers op dit moment niet mogelijk.”

Het beeld dat pompoenboer Van de Weerd en The Greenery schetsen ondersteunen de lezing van het CBL. Het ministerie van LNV, dat inmiddels is opgegaan in Economische Zaken, wil geen commentaar geven op de gebruikte methodologie die het verschil kan verklaren.

Supermarkt

Toch zijn er genoeg aanwijzingen dat ook in de derde stap van de keten - de supermarkten - verspilling plaatsvindt. Neem een zak aardappelen. Als deze uiteindelijk in de schappen aan de consument wordt aangeboden, moeten de aardappelen binnen een korte periode verkocht worden, anders gaat het alsnog naar de afvalstort. Supermarkten zijn niet transparant over hun verspilling. Dat is een van de belangrijkste redenen waardoor geen enkele supermarkt op een A-label uit is gekomen bij het supermarktenduurzaamheidsonderzoek van vergelijker Rank-a-Brand. Het hoogst behaalde label is een B-label, verkregen door Albert Heijn. Volgens een rapport van Ahold wordt er binnen het bedrijf één tot twee procent aan voedsel verspild. Hiervan wordt het meest aan voedselbanken geschonken. Wederom: hier zijn geen exacte cijfers van.

 

Supermarkten zijn niet transparant over hun verspilling.

 

Waarom dat gebrek aan transparantie? Volgens een aardappelboer van de organisatie Verse Oogst, een organisatie die de consument in contact wil brengen met de telers, slaan supermarkten vaak nog de plank mis waardoor er nog meer wordt verspild. “Supermarkten stellen hoge eisen voor bijvoorbeeld bloemkolen en gaan er vervolgens niet goed mee om. Producten die in het donker bewaard moeten worden, bewaren zij in een lichte omgeving. Zo gaat het product minder lang mee,” weet de boer die anoniem wenst te blijven.

Een goed moment dus voor de supermarkten om uit hun schulp te kruipen wat betreft voedselverspilling en te bewijzen dat voedsel altijd op een nuttige plek belandt. Mogelijk gaat deze transparantie in de toekomst verbeteren. Supermarktketens zijn met elkaar in gesprek om verspillingscijfers in de toekomst naar buiten te brengen. Dit zou betekenen dat er meer transparantie komt en de cijfers hard gemaakt kunnen worden.

 

Supermarkten slaan vaak nog de plank mis.

 

Naar een oplossing

Toine Timmermans is programmamanager duurzame voedselketens op de Wageningen UR en heeft meerdere gedachten over de oplossing van voedselverspilling. “In bestelbeheer – het beter inschatten van de verwachte vraag van de klant – zijn nog zeker stappen te zetten. Ook producten zelf kunnen nog verbeterd worden, bijvoorbeeld producten met langere houdbaarheid met behoud van smaak, portiegroottes die beter aansluiten, of verbetering van het inkoopbeleid (betere kwaliteit producten).”

Timmermans wijst ook op de beheersing van voedselkwaliteit. Via de introductie van nieuwe technologie kan de kwaliteit van voedsel voorspeld en gemonitord worden. Op elke zak aardappels een RFID-chip met ingebouwde sensoren dus. Een probleem zijn de kosten, op dit moment zijn deze chips nog niet betaalbaar. Toch schrijft Timmermans dat het gebruik van deze chip binnen niet al te lange tijd haalbaar is.

 

Op elke zak aardappels een RFID-chip met ingebouwde sensoren?

 

In een Plus-supermarkt in Roosendaal pakken ze het minder geavanceerd, maar niet minder effectief aan. Hier ging per jaar 1,5 procent van het voedsel verloren, ter waarde van €130.000. Volgens winkeleigenaar Bart Groesz komt dit voor alle supermarkten bij elkaar neer op een verspilling van zo’n €600 mln per jaar. Zijn Plus-supermarkt heeft zijn kosten aan voedselverspilling flink kunnen terug brengen, bijvoorbeeld door vlees op de voorlaatste dag af te prijzen, in plaats van op de laatste dag van de houdbaarheid.

Ook heeft de winkel ingesteld dat bederfelijke producten die op de laatste dag van hun houdbaarheid zijn, worden verwerkt in maaltijden, zoals stoofschotels. Deze kant- en klaarmaaltijden mogen dan nog twee dagen verkocht worden. Groesz wil dit systeem doorvoeren bij alle Plus-supermarkten.

Het CBL is ondertussen bezig met een onderzoek: “Het is voor de branche belangrijk om wat aan voedselverspilling te doen. Voor ons zijn cijfers niet zo belangrijk, maar meer het feit dat er wat mee gedaan moet worden,” zegt het CBL. “De enige oplossing om voedselverspilling tegen te gaan, zijn transparantie, effectief onderzoek en een samenwerking tussen alle betrokkenen.”

Ga terug naar deel 1 van 'De perfecte pompoen en de arme aardappel'

Volgende week volgt een artikel over voedselverspilling bij de consument.

Foto: Jazzijava via Flickr.com