29-05-2013 06:00 | Door: Merel Hendriks

Ruim een derde van al het voedsel wereldwijd wordt elk jaar verspild. In twee delen onderzoekt DuurzaamBedrijfsleven.nl waar dat in zit. Stap 2: de consument. Over het weggooien van €400 euro per jaar aan voedsel.

Pas als er een onhoudbare geur uit de ijskast komt en de paddenstoelen op de wanden staan, kom je erachter dat er nog een kliekje boerenkool op dat plankje onderin stond. Een herinnering aan de eindeloze winter van 2012 – 2013. Maar die is nu voorbij. Met een soepele beweging belandt de boerenkool met bakje en al in de vuilnisbak.

Elke Nederlander verspilt jaarlijks zo’n zestig kilo voedsel per persoon, vaak nog voordat het op tafel komt. Belangrijke redenen voor deze verspilling zijn teveel inkopen, het teveel koken per maaltijd, het geen zin hebben in kliekjes van de avond ervoor, en angst voor bederf. Ook een chaotische koelkastinrichting schijnt een terugkerend thema te zijn. Zo vergeet je bijvoorbeeld dat bakje boerenkool.

Elke Nederlander verspilt jaarlijks zo’n zestig kilo voedsel per persoon.

Belangrijk is dat deze zestig kilo gaat om vermijdbare verspilling: het weggooien van eten dat (ooit) nog eetbaar was. Dat staat tegenover bijvoorbeeld botten en schillen die sowieso niet eetbaar zijn geweest. In totaal komt de verspilling van goed voedsel door de consument neer op 838 miljoen kilogram per jaar, volgens het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Volgens het LNV gaat er in Nederland daarmee per jaar aan voedselverspilling €2,4 mrd verloren. Dat is ongeveer €400 per huishouden.

THT? TGT?

In de Consumentengids van februari 2013 stond een vreemde oproep. Leden werd gevraagd de keukenkastjes na te pluizen voor producten in blik of glas die ver over de datum zijn. Er kwamen ruim 100 producten binnen die varieerden van enkele maanden tot tientallen jaren over datum. De oudste drie werden beloond met een boek. Het ging om een militair noodrantsoen uit 1963 bestaande uit onder andere kapucijners met spek, twee blikken koffie (waaronder een blik Perla uit 1945), en twee blikken noodbiscuit (De Gruyter, 1962).

Is het terecht dat voedsel direct de vuilnisbak in verdwijnt als de ‘tenminste houdbaar tot’, oftewel de THT-datum is verstreken? Dat was de vraag die de Consumentenbond zichzelf stelde. In maart en april lieten zij een testpanel los op de ingezonden producten waarvan de houdbaarheidsdatum was verstreken. Het panel testte bier waarvan de datum tussen de vijf maanden en zeven jaar was verstreken. Er stond sinaasappelsap op het menu die 8 tot 16 maanden over datum was. En natuurlijk koffie uit 1945.

Mensen moeten zich pas druk maken om de veiligheid van het product als het gaat om een TGT-datum.

Veel consumenten raken in verwarring door de houdbaarheidsdata op producten. In werkelijkheid zijn er twee verschillende soorten data: de eerder genoemde THT-datum, en de ‘te gebruiken tot’-datum (TGT). Volgens Vera Dalm van Milieu Centraal moeten mensen zich pas druk maken om de veiligheid van het product, als het gaat om een TGT-datum. “Deze datum staat op vis, vlees en eieren. Als deze datum is verstreken betekent het wél dat het product niet veilig meer is om op te eten”, zegt Dalm. De Voedsel en Warenautoriteit (VWA) zegt dat een THT-datum gezien kan worden als een garantie. “Tot deze datum wordt de kwaliteit gegarandeerd, dit betekent niet dat het daarna niet meer gebruikt kan worden.”

Dat bleek ook uit de test van de Consumentenbond. Een kwart van het over-datumbier vond het panel nog prima te drinken. Voor het sinaasappelsap gold zelfs dat de helft van de proefpersonen de sappen nog acceptabel vond. De conservenblikken van 50 tot 70 jaar waren niet erg smaakvol meer, maar nog wel veilig eetbaar.

Financieel belang

Het weggooien van voedsel dat de datum heeft overschreden, is volgens een rapport uit 2012 van de Universiteit van Wageningen goed voor 15 procent van de Nederlandse voedselverspilling. Van producten met een verstreken datum wordt vlees het meest weggegooid. Rond feestdagen en promotieacties is er meer verspilling doordat er vaak veel overblijft bij zowel de keten als de consument.

De THT-datum zegt vaak niets over de kwaliteit van het product.

Het schuilt allemaal in onduidelijkheid bij de consument over het verschil tussen de THT-datum en de TGT-datum. De THT-datum wordt echter vastgesteld door de producent en niet door de overheid. Het zegt vaak niets over de kwaliteit van het product. (Nogmaals, dit geldt dus niet voor producten met een TGT-datum en levensmiddelen die niet langer houdbaar zijn dan vijf dagen, zoals voorgesneden groenten.) Het feit dat de producenten de THT-datum bepalen, schuilt in hun wettelijke aansprakelijkheid. Producenten zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun producten. Producten mogen na de houdbaarheidsdatum nog wel worden verkocht, maar vanaf dat moment is de verkoper verantwoordelijk.

Maar onbewust zijn consumenten gaan aannemen dat  als de THT-datum verstreken is, een product niet meer gegeten of gedronken kan worden. Dat opent deuren voor omzetverhoging. Als een producent een THT-datum bepaalt, kan het financieel belang meespelen – bijvoorbeeld door deze extra vroeg te zetten. Gevolg: sommige producten blijven nog maanden of jaren eetbaar, maar door onwetendheid belandt het toch in de vuilnisbak en koopt de consument weer een nieuw product.

Waar ze wel vlekkeloos op de hoogte zijn van het verschil tussen THT en TGT, is de Voedselbank. Zij mogen sommige houdbare producten, zoals suiker, pasta en rijst nog tot een jaar nadat de THT-datum is verstreken uitgeven. “We hebben afspraken met de VWA,"  aldus een woordvoerder van de Nederlandse Voedselbank. “Verpakte of droge producten kunnen nog een jaar of langer worden uitgegeven. Vaste klanten van de voedselbanken weten dit en dit wordt geaccepteerd. Soms komen de producten van supermarkten, maar meestal komt het van de voedselsector zelf. Als ze teveel hebben geproduceerd en de THT-datum te dichtbij komt, wordt het bij ons gebracht. Ik kan niet in kilo’s aanduiden hoeveel wij aan voedsel binnen krijgen, ik kan wel zeggen dat dit enorme hoeveelheden zijn.”

Sommige producten blijven nog maanden of jaren eetbaar, maar door onwetendheid belandt het toch in de vuilnisbak en koopt de consument weer een nieuw product.

Bewustwording

Toch lijkt bewustwording een van de grootste factoren als we kijken naar het oplossen van voedselverspilling bij de consument. Nederlanders geven zo’n vijf procent van hun inkomen uit aan voedsel, waardoor het bijna vanzelfsprekend wordt dat de keukenkastjes goed gevuld zijn. In sommige ontwikkelingslanden wordt 70 procent van de inkomens uitgegeven aan voedsel. Dan wordt er een stuk zuiniger omgegaan met voedsel.

Kleine initiatieven met weinig inspanning kunnen al bijdragen aan het verminderen van voedselverspilling. Zo noemt de website van Albert Heijn diverse tips om voedsel langer te kunnen bewaren. Vlees, vis en gesneden groenten worden het beste bewaard onderin de koelkast, dat is de koudste plek. De temperatuur in de ijskast verlagen helpt ook, maar dat kost wel weer meer energie.

Eerst een blik werpen in de keukenkast voordat je naar de winkel gaat, is ook een goede start. Want wat je denkt nodig te hebben, is niet altijd wat je nodig hebt. Voor aanbiedingsartikelen geldt hetzelfde. Twee voor de prijs van één? Kijk eerst even of je de tweede wel nodig hebt, anders verdwijnt het product alsnog in de prullenbak.

Vertrouw op je zintuigen. Dat biertje kan zomaar nog goed zijn.

Een aantal bedrijven en instellingen, waaronder Wageningen UR, de Rijksoverheid, Rabobank en de provincie Gelderland, willen gezamenlijk de voedselverspilling terugbrengen door middel van de ‘Foodbattle’. Dit is een concept waarbij mensen bewust worden gemaakt van voedselverspilling en er lokale initiatieven worden gestart. Ook verschillende vestigingen van supermarkten werken hieraan mee, zoals Albert Heijn, Coop, C1000 en Jumbo. De WUR hoopt dit in de toekomst landelijk op te schalen.

De ervaring van de Voedselbank ondersteunen de testresultaten van de Consumentenbond. Beide suggereren hetzelfde. Ruik en proef eerst voordat je wat weggooit. Vertrouw op je zintuigen. Dat biertje kan zomaar nog goed zijn.

Foto: USDAgov via Flickr.com