23-04-2018 12:38 | Door: Martijn van der Donk

Ruud Huirne, directeur Food & Agri van de Rabobank en bijzonder hoogleraar aan de WUR, geldt al jaren als een grootmacht binnen de agrarische wereld. In 2016 voerde hij de lijst aan van vakblad De Boerderij als meest invloedrijke persoon in de agrarische wereld. Volgens Huirne staan de Nederlandse boeren voor een nieuwe uitdaging om naar een nieuw businessmodel toe te werken waarin duurzaamheid een belangrijke pijler is.

Hoe duurzaam is de Nederlandse landbouwsector?

"Ik geef de sector een 7. Als je kijkt naar het gedoseerd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het zuinige gebruik van natuurlijke hulpbronnen als gas en water, dan lopen we internationaal voorop. Kijk je naar aspecten als klimaat, voedselverspilling en medicijngebruik voor dieren (bijvoorbeeld het gebruik van antibiotica), daar is weliswaar al veel gebeurd maar de sector kan daar nog wel wat stappen nemen. Samenvattend kun je zeggen dat we op technisch vlak vrij innovatief zijn. De sociale innovaties, inclusief de maatschappelijke acceptatie van de sector, daar kan naar mijn idee de grootste winst worden geboekt."

Wat bedoelt u met sociale innovaties?

"Dan heb ik het over het creëren van draagvlak bij de consument. De Nederlandse landbouwsector staat als het gaat om prijs/kwaliteit internationaal aan de top. Daar valt niet veel meer aan te verbeteren. Boeren doen er nu verstandig aan om te luisteren naar de wensen van de consument. Die worden steeds kritischer als het gaat om zaken als weidegang, antibiotica en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen."

Hebben boeren te weinig geluisterd naar de wensen van de consument?

"Ja, dat denk ik wel. Bij veel boeren heerste lange tijd de gedachte: we produceren binnen de wettelijke normen. Val ons dus niet lastig met jullie wensen op het gebied van duurzaamheid. Gelukkig nemen steeds meer boeren afscheid van die gedachtegang. In plaats daarvan zien ze duurzaamheid als een kans voor een nieuwe verdienmodel."

Over wat voor verdienmodel heeft u het dan?

"Je ziet dat steeds meer boeren nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan: zo werken akkerbouwers en veehouders samen om reststromen zoveel mogelijk te benutten en de kringloop in de landbouw te sluiten. Daarnaast worden ook verbindingen gezocht met andere sectoren. Zo gebruiken sommige tuinders bijvoorbeeld restwarmte en CO2 van de industrie en techbedrijven."

"Daarnaast zie je ook de eigendomsstructuur van veel agrarische bedrijven veranderen. Het boerenbedrijf is van oudsher een familiebedrijf dat vaak wordt overgenomen door een van de kinderen. Bedrijfsopvolging wordt echter steeds lastiger, omdat het financieel niet haalbaar is, of omdat kinderen uit boerengezinnen er steeds vaker voor kiezen om iets anders te gaan doen. In steeds meer agrarische bedrijven wordt daarom een splitsing gemaakt tussen de exploitatie en het eigendom. De mensen die het bedrijf runnen zijn dus niet per definitie eigenaar. Dat eigendom ligt in handen van de aandeelhouders. Naast het zekerstellen van de continuïteit is het bijkomend voordeel dat er vaak ook meer kapitaal is om bijvoorbeeld te investeren in duurzaamheid."

Wat betreft dat kapitaal: van boeren hoor je vaak dat banken steeds strenger zijn in het verstrekken van leningen. Hoe ziet u daarin de rol van uw eigen bank?

"Allereerst wil ik de suggestie wegnemen dat boeren te weinig kunnen beschikken over vreemd kapitaal. Voor een goed uitgewerkt plan is er altijd geld. Het klopt dat we als bank doorgaans pas tot bancaire financiering van innovaties overgaan aan het einde van de zogenaamde innovatiecurve. Met andere woorden: een techniek moet zich eerst bewezen hebben. In de opstartfase zijn er echter ook genoeg andere kapitaalverstrekkers, zoals durfinvesteerders of innovatiefondsen." 

Welke duurzame technieken zijn volgens u kansrijk?

"Met gentechnologie is er veel mogelijk. Ik doel dan niet op genetische modificatie, maar op kennis van genfuncties. Zo kun je genen uitsluiten die ziektes bij gewassen veroorzaken. Daardoor kun je toe met minder gewasbeschermingsmiddelen. Verder kun je met microsensoren veel nauwkeuriger de houdbaarheid van producten meten. Een mooi middel om voedselverspilling tegen te gaan. Daarnaast kan een ontwikkeling als blockchain zorgen voor transparantie in de keten. Hoe weet ik als consument zeker dat de weidemelk die ik heb gekocht echt aan alle eisen van weidemelk voldoet. Met blockchain kun je dat vastleggen."

Kijkend naar die keten, in hoeverre zijn supermarkten bereid om boeren met een hogere prijs te belonen voor hun duurzaamheid?

"Als boeren met onderscheidende producten komen, dan zie je dat supermarkten daarvoor een meerprijs willen betalen. Het is wel belangrijk dat retailers en boeren met elkaar in dialoog blijven om de vraag goed in te schatten. Zo moet overproductie voorkomen worden.  Dat zorgt namelijk voor prijsdruk."

Is de consument ook bereid om die meerprijs te betalen?

"Ik denk het wel. Duurzaam is niet alleen biologisch, er zijn genoeg tussenvormen. Aan de boer de taak om dat aan de consument kenbaar te maken. Heb je een aardappelras dat veel minder water nodig heeft dan andere rassen? Communiceer dat dan. De moderne boer moet naast voedselproducent ook marketeer zijn."

Welke rol is volgens u weggelegd voor de overheid om duurzaamheid in de landbouw te stimuleren?

"Ik ben geen voorstander van individuele subsidie voor bepaalde producten. Ik zie voor de overheid meer een bredere, stimulerende, begeleidende rol weggelegd, bijvoorbeeld voor het maken van een bedrijfsscan. In financieel opzicht zou de overheid wel garant kunnen staan bij risicovolle investeringen. Daarnaast zou de overheid koplopers op het gebied van duurzaamheid moeten koesteren en niet lastig moeten vallen met extra regels."

Is duurzaamheid straks een voorwaarde voor een boer om te kunnen overleven?

"Voor een groot deel van de boeren zal dat het geval zijn. Daarin zal het op een winstgevende manier omschakelen naar meer duurzaamheid het succes bepalen."

Lees verder: 

Afbeeldingen: Ruud Huirne en Shutterstock